Wachten op de 1-1, maar dan komt 2-0

De wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Frankrijk gisteravond ging elk bevattingsvermogen te boven. Enige tijd na het eerste doelpunt van Dirk Kuijt waren de Fransen op elke positie beter. De vervanging in de rust van Orlando Engelaar voor Arjen Robben vond ik logisch. Engelaar kon het niet meer bijbenen op het middenveld waar Oranje de greep volledig kwijt was. Nigel de Jong stond aanvankelijk zijn mannetje tegen Franck Ribéry, maar toen de Fransman ging zwerven, werd het chaotisch.

De tweede helft was echt onvoorstelbaar. De Fransen konden prijsschieten. Je zat te wachten op 1-1, maar het werd 2-0 en uiteindelijk 4-1. Ik moest denken aan de woorden van Rinus Michels die over de EK-finale in 1988 een keer heeft gezegd dat de Sovjet-Unie eigenlijk qua baltempo en circulatievoetbal veel beter was dan het Nederlands elftal. En zoals bekend won Oranje die wedstrijd toch met 2-0. Dat tegenstrijdige beeld zag je ook terug in de wedstrijd van gisteravond.

Een dag eerder heb ik met verbazing naar Duitsland gekeken. Ik had niet verwacht dat ze met 2-1 zouden verliezen van Kroatië, want tegen Polen speelden ze wel aardig. Maar misschien is de ploeg van Leo Beenhakker niet zo sterk. Ik vond de Duitsers nu heel onsamenhangend voetballen. Ze hadden grote moeite met het compacte spel van de Kroaten. Toen ze achterkwamen en het spel moesten maken, lukte dat van geen kanten. Michael Ballack heeft geen moment zijn stempel kunnen drukken op de wedstrijd.

Ik had het idee dat de backs Philipp Lahm en Marcell Jansen vooral wilden aanvallen, terwijl je op die plek toch in eerste instantie moet verdedigen. Als er ruimte is, kun je altijd nog naar voren. Achterin werd er bij de Duitsers sowieso heel matig gespeeld. De Kampfgeist, die onze oosterburen zo kenmerkt, ontbrak ook. Dat zag je heel goed aan de lichaamstaal van de twee spitsen Miroslav Klose en Mario Gomez. Zij straalden de gedachte uit: hier lukt vanavond niets.

Ik vond verder Spanje tegen Rusland wel interessant. Je zag aan de Russen dat ze nog erg onervaren zijn voor een toernooi als het EK. Ze trapten steeds in de val die de Spanjaarden hadden opgezet. De Spaanse spits David Villa was telkens aanspeelbaar en kon vervolgens toeslaan.

Rond deze wedstrijden las ik het commentaar dat Johan Cruijff in Spanje heeft gegeven op de tactiek van het Nederlands elftal. Hij vindt dat je met twee controlerende middenvelders niet goed kunt opbouwen. Als je het spel moet maken, heeft hij daar wel een beetje gelijk in. Het is alleen de vraag of je moet voetballen met ouderwetse buitenspelers, zoals hij dat wil. Die worden tegenwoordig al snel ingesloten door drie tegenstanders: de back, een stopper en een middenvelder. Vervolgens kunnen die vleugelaanvallers niets meer uitrichten.

Het is jammer voor de Zwitsers dat ze er al zo vroeg uitliggen. Ik vind het vooral triest voor hun bondscoach Köbi Kuhn. Hij heeft geen geluk had met de spitsen. Eerst viel Blaise N’Kufo weg en vervolgens raakte in de openingswedstrijd Alexander Frei geblesseerd. De Zwitsers leefden toch wel mee met het toernooi. Nu wordt hun enthousiasme overgenomen door de Turken en Portugezen die hier ook in groten getale wonen. Maar ook door de Nederlanders, die met mij gisteren zo’n duizendmaal op de foto wilden.

    • Foppe de Haan