Waarheen waarvoor

Het gaat slecht met de PvdA. Heeft de partij nog wel bestaansrecht? De ene helft lonkt naar de SP en de andere flirt met D66 en GroenLinks. „Wanneer is het nou leuk in de PvdA?”

Partijvoorzitter Lilianne Ploumen Foto Maurice Boyer Ploumen is de nieuwe voorzitter van de PvdA Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 070924 Boyer, Maurice

Hartstikke goed, zegt Wouter Bos vreugdeloos. Het is de laatste zaterdag van mei. De PvdA-leider snelwandelt door de gangen van de Tweede Kamer richting dienstauto. Ja, hij beseft dat er weer vragen komen over zijn ‘regie’ nu fractieleider Mariëtte Hamer en staatssecretaris Frans Timmermans van Europese Zaken in de media overhoop liggen over de partijkoers. Pikant, want zij belichamen de linker- en rechtervleugel van de PvdA en werden beiden genoemd als kandidaat voor het fractieleiderschap.

Hamer werd fractieleider en zoekt uit tactische overwegingen toenadering tot het robuuste volkssocialisme van de SP. Timmermans voelt meer voor een progressief verbond met de links-liberalen van GroenLinks en D66 en een cordon sanitaire rond SP-leider Jan Marijnissen. Bos blijft neutraal: regeert de PvdA op dit moment niet met CDA en ChristenUnie? Enfin, toen hij de leider werd, nam hij zich voor het interne debat niet dood te slaan, daar houdt hij zich aan. Genoeg reactie zo? Mooi.

Het zou welkom moeten zijn, richtingenstrijd binnen de PvdA. Bij partijvoorzitter Ploumen, die partijorgaan Rood liet optekenen dat de PvdA een „echte debatpartij” is: „rust in de partij is de dood in de pot”. Een „stijlvol debat” is ook wat de commissie-Vreeman aanbeval in De Scherven Opgeveegd, het rapport over de verkiezingsnederlaag van 2006. „Maak werk van een fundamentele politieke plaatsbepaling van de PvdA, een verdieping en verbreding van de inhoudelijke partijvernieuwing”, schrijft Vreeman in PvdA-proza. Richtingenstrijd „die onlosmakelijk met de PvdA verbonden is” moet zich in zo’n debat weerspiegelen. „Benut hiervoor de luwte tussen twee landelijke campagneperioden.”

Dat is nu. Dus waarom begraaft de PvdA Timmermans’ betoog op haar website in een onvindbaar dossier en beklemtonen Bos en Hamer slechts dat iedereen het eens is in de PvdA? Waarom zegt partijvoorzitter Ploumen „niets te hebben met richtingenstrijd, laten we eerst weer vriendjes worden met de kiezer”? Waarom gaan weinig PvdA’ers op het betoog in, fluistert men liever over de ambitie en motieven van Timmermans – gefrustreerd en rancuneus omdat de SP ‘zijn’ referendum voor de Europese Grondwet torpedeerde, zo heet het.

Tot zover het koersdebat van de PvdA. Nu even niet, het geeft gedoe, zeker wanneer opiniepeiler Maurice de Hond de PvdA op zestien Kamerzetels zet, een halvering van het huidige aantal. De pers spreekt dan over „crisis binnen de PvdA”.

Sinds afgelopen herfst ligt de PvdA al onder vuur. Partijmastodonten als Ed van Thijn, Bram Peper, Marcel van Dam en Arie van der Zwan hekelen de als te liberaal ervaren koers, het ‘burgerlijke fatsoenssocialisme’ van normen en waarden, de nieuwe strengheid richting immigranten. Gedesavoueerde politici als Rob Oudkerk of de per definitie opgewonden Jonge Socialisten roepen dat de PvdA op haar laatste benen loopt en weten daarmee de complete 1 mei-viering te overstemmen.

Sinds de verkiezingsnederlaag van 2006 gaat weinig goed. Sinds de wittebroodsweken van het kabinet-Balkenende IV stelt de achterban deelname aan dit christelijk getinte ‘betuttelingskabinet’ steeds minder op prijs. Elk compromis geldt als ‘draaien’. En tracht de PvdA haar overwinningen beter over het voetlicht te brengen, een andere aanbeveling van Vreeman, door in Amsterdam één jaar kabinet te vieren, dan bespot de pers de opgeklopte sfeer en de fluitjes „goedkope nepchampagne” bij de ingang. We zijn slachtoffer van de wet van Murphy, sombert een PvdA-coryfee: alles wat fout kan gaan, gaat fout.

In de loopgraven wil je geen debat, maar eenheid. Dat beseft Bos, die op 1 maart in een interview in de Volkskrant over de noodzaak van handen schudden door Marokkaanse straatcoaches in Slotervaart oproept tot een open debat over integratie, maar eigenlijk gewoon de partijlijn neerlegt: geen multiculturalisme, normen stellen. Want de PvdA moet van de commissie-Vreeman óók nog permanent campagne voeren en in campagnetijd ruil je „vrijheid en debat in voor eenheid en discipline”. De PvdA wíl helemaal geen debatpartij zijn.

Voor de PvdA stond de klok de afgelopen twintig jaar meermalen op vijf voor twaalf. Dat was zo na de roerige zomer van 1991, toen Wim Kok, de ‘onzichtbare’ partijleider en vicepremier van Lubbers III, een harde ingreep in de WAO slecht aan de achterban verkocht. Bijna dertigduizend leden verlieten de PvdA, Paul Scheffer analyseerde dat de sociaal-democratie gedoemd was te verdwijnen. Haar ‘historische missie’, de opbouw van de verzorgingsstaat, was volbracht. De nieuwe missie was liberale hervorming, een project waartegen de PvdA zich kon verzetten om dan een conservatieve protestpartij te worden. Of waaraan ze kon meewerken, om dan haar identiteit te verliezen.

De PvdA werkte onder twee paarse kabinetten mee aan het liberale project, door het charisma van premier Kok mét stemmenwinst. Maar in 2002 stond de klok opnieuw op vijf voor twaalf, toen de PvdA na de moord op Pim Fortuyn ontdekte een bloedeloze bestuurderspartij te zijn geworden. Waarna de PvdA de scherven snel opveegde onder Wouter Bos, met zijn imago van Haagse nieuwkomer. Om na de stembusnederlaag van 2006 de wijzers weer naar vijf voor twaalf te zien terugveren.

Op zaterdag 31 mei, een warme, wolkenloze dag, wijst niets op verdeeldheid of een doemstemming. Rond elf uur ’s ochtends arriveert Wouter Bos om honderden nieuwe PvdA-leden te verwelkomen in de Tweede Kamer. Zo’n evenement versterkt het clubgevoel en bevordert de band tussen partijtop en achterban. De nieuwe leden zeggen desgevraagd dat ze juist in deze barre tijden de PvdA bijstaan. Dat ze zich zorgen maken over de opkomst van xenofoob rechts, de onredelijkheid, het proletendom.

Achter Kamerleden die als reisleiders bordjes omhoog houden – Bollenstreek, Friesland – zwermen ze uit over de imposante galerij van Braziliaans marmer en het antieke doolhof van gangetjes en kantoren. Ze mogen plaatsnemen in de Kamerbankjes en stiekem in de laatjes van de parlementariërs wroeten („Hé! Een uitgedroogde banaan”). Waarna Kamervoorzitter Verbeet hun vertelt wat de PvdA van haar leden verwacht: „Dat u ons de nieren proeft, maar de besluiten van het partijcongres loyaal uitdraagt, want ook dát is democratie.”

De PvdA biedt koffie, muffins, brochures, gratis ballpoints, handtekeningen, kiekjes met bekende politici en natuurlijk Wouter Bos. Hij legt uit dat het in de politiek gaat om verantwoordelijkheid en resultaat, dat dit kabinet er wel degelijk toe doet en dat de PvdA onder- en middenklasse verbindt met verlichte intellectuelen. „Mensen die het wat kan schelen.”

Maar bestaat die partij nog wel? De PvdA maakt momenteel veel werk van de herontdekking van haar sociaal-democratische wortels. Op 4 april heeft Bos in Policy Network, de oude denktank van Tony Blair, gepleit voor het leren van de lessen van het populisme. In de jaren negentig absorbeerde de sociaal-democratie met succes het neoliberalisme, aldus Bos, waarna de achterban onzeker werd door globalisering, flexibilisering en immigratie. De ‘derde weg’ is nu doodgelopen, mensen zoeken weer houvast en zekerheid. Die kan de sociaal-democratie alleen bieden door „minder academisch en meer populistisch te worden”, te hameren op de publieke moraal en herkenbare waarden en symbolen. ‘Back to the future’, heet Bos’ betoog.

Die ‘herkenbare waarden en symbolen’ zijn al zichtbaar bij de PvdA. Zo viert de partij 1 mei met bejaarde partijgenoten op de Paasheuvel, waar ooit de Arbeiders Jeugd Centrale in de frisse boslucht oude vormen en gedachten deed afsterven. Partijorgaan Rood staat vol nostalgische plaatjes uit het rijke rode leven van Troelstra tot Den Uyl, fractieleider Hamer lanceert haar uitkeringsplan in het Jügendstil van het Amsterdamse Vakbondsmuseum.

Met plaatjes uit de oude doos ben je er niet. De PvdA heeft zichzelf twee missies opgelegd: ideologische ‘herbronning’ en nieuw ‘clubgevoel’ door partijdemocratisering. Want de huidige crisis van 2008 is heel anders dan die van 1991. Aan de sociaal-democratie ligt het ditmaal niet; die heeft een nieuwe ‘historische missie’ gevonden in de strijd tegen neoliberalisme, superkapitalisme en graaicultuur. Het draait nu om de SP, die onder paars uit haar bastions in Noord-Brabant en Rotterdam brak en nu 25 Kamerzetels heeft: stemmen van de onder- en middenklasse en van verlichte intellectuelen. De SP heeft het potentieel om de PvdA als brede linkse volkspartij af te lossen. Ze wint terrein in de vakbeweging, de traditionele bondgenoot van de PvdA. Niet de sociaal-democratie dreigt anno 2008 overbodig te worden, maar de PvdA.

Revitalisering van de partijcultuur is daarom van groot belang. De SP bewijst dat het kan: uit het niets een levendige partij met vijftigduizend leden opbouwen. Hoewel de SP een kwakkeljaar achter de rug heeft, telt zij haar zegeningen: een hecht partijapparaat, een actieve achterban, interne discipline en zeer professionele politieke marketing.

Critici zien de SP als een partij van gemarginaliseerden, klapvee voor grote roerganger Jan Marijnissen. Dat is een vertekening. Natuurlijk kent de SP intern debat, verzekert partijvoorzitter Hans van Heijningen. „Keiharde kritiek zelfs, we bekijken steeds wat werkt en niet, of we geen symboolpolitiek bedrijven.” Maar „al is het geen dogma”, naar buiten presenteert de SP zich steevast als een gesloten front. „Stuur je een elftal het veld in, dan is het handig om het erover eens te zijn welke kant je opspeelt.”

De SP zetelt in het Oude Noorden van Rotterdam, tegenover de bogen van een luchtspoor en een opvangkeet voor allochtone hangjeugd. Beneden draait een drukpers strooibiljetten, boven deelt de administratie een paar krappe kantoortjes. Men barst uit de voegen en is op zoek naar ruimere behuizing, zegt Van Heijningen. De partijkas is goed gevuld door de afdrachtregeling van de vele nieuwe afgevaardigden in gemeenteraad, provincie en parlement. Bij de recente familiedag in pretpark Walibi schonk de SP haar leden wél echte champagne.

De SP begon als actiepartij in het Brabantse Oss, die geheel in lijn van de voormalige inspirator Mao de positie voortdurend aanpaste aan wat leefde onder het volk. Ze werd groot als ombudsman, die klachten noteerde, actie voerde en zaken voor elkaar kreeg: bushokjes, speeltuinen, huisartsenpraktijken. Door te blijven luisteren, schoof ze op naar het midden, tot de sociaal-democratische partij die ze nu is. In de Brabantse bastions lijkt de SP nu verdacht veel op de oude KVP, zo heet het: centralistisch en nogal dogmatisch, maar ook feestelijk en altijd bereid iets voor de trouwe aanhang te regelen.

Het afgelopen jaar stond in het teken van de groeipijn. Van Heijningen heeft het vooral druk met het „proces van worteling van de SP boven de grote rivieren”. „Kleine dingen regelen, praten om erachter te komen wat mensen bezighoudt, ze overtuigen dat het ook anders kan.” Een SP-lid hoeft niet actief te zijn, maar de partij „heeft werk voor tien keer zo veel mensen als nu”. ‘Actieve identificatie’, dat is wat de SP leden biedt. Clubgevoel wordt ook gestimuleerd ook met grote evenementen.

Het verbaast Van Heijningen dat de PvdA, ooit toch ook een partij van actie, de truc niet onder de knie krijgt. Zo moeilijk is het niet. Peinzend: „Als socioloog heb ik de teloorgang van communistische partijen in Zuid-Europa gevolgd. Tot in de jaren tachtig waren ze een enorme machtsfactor. Maar de politieke en economische omgeving veranderde drastisch en ze bleven steken in marxistische analyses en die folklore van hamer en sikkel. Het is een historische wet dat logge organisaties die zichzelf in een crisis moeten heruitvinden daarvoor vaak de spankracht missen. Het basisverhaal is: heb je nog verbondenheid met je mensen? Je redt het niet met goede leiders, rebranding en brainstormsessies.”

‘Ik ben jaloers op de SP”, erkent kunsthandelaar en politiek adviseur Jacques Monasch. „Geen kwaad woord over ze, respect! Stel, je bent 20 jaar oud. Wat heb je dan bij de PvdA te zoeken?” Hooguit een carrière, beantwoordt hij zijn eigen vraag. „En hoe slechter het gaat, hoe meer wij benadrukken dat we een bestuurderspartij zijn, dat je alleen bij de PvdA komt om resultaat te boeken.”

Monasch telt zijn zegeningen. Hij bepleitte met zijn beweging ‘Rooie Veren’ bij het vorige partijcongres een ideologische ruk naar links en meer partijdemocratie. In verwaterde vorm volgt de top nu die aanbevelingen. „Wouter Bos lijkt echt om.”

Maar of het helpt? De PvdA verkoopt zich gewoon amateuristisch, vindt Monasch, ze debatteren oeverloos zonder dat daar ooit een helder standpunt uitrolt. De partijelite denkt in termen van budgetten, zaakjes regelen in Den Haag: de koers wordt ingegeven door puur pragmatische, electorale overwegingen. En de leden? De activisten hebben de PvdA nu wel verlaten. Wat resteert zijn intellectuelen, carrièremakers, lieden uit de ambtenarij en de semioverheid. De zeldzame arbeider op leeftijd zie je op partijbijeenkomsten wegdommelen, terwijl de doctorandussen op hoog niveau debatteren over de inrichting van Nederland. Monasch: „Je moet mensen iets te doen geven. Websites maken, krantjes drukken, mensen helpen. Dan is het leuk. Wanneer is het nou leuk in de PvdA?”

Leuk, daaraan doet de PvdA niet. Is de SP misschien in wezen een katholieke partij, de PvdA is van oorsprong calvinistisch: pas in de jaren zestig brak ze door onder de grote rivieren. De partijtop maakt graag grappen over de principiële, ruzieachtige, formalistische partijcultuur. Zet drie PvdA’ers in één kamer en je moet milieuontheffing aanvragen wegens de zuurgraad, grapt Wouter Bos. Ploumen betreurde onlangs dat ze zich voor de radio liet ontglippen dat haar lievelingseten zuur vlees was. Dat zou vast gedonder geven.

Toch herwaardeert de PvdA nu die cultuur van gemopper met oude koffie rond formicatafels. Je moet ze koesteren, zegt Onderwijsminister Plasterk, die „mensen die op een vrijdagavond bij wijze van hobby zo gek zijn om zich met moties in een stoffig zaaltje te verzamelen”. Het mag best gezellig zijn, maar de PvdA is geen gezelligheidsvereniging, zegt partijvoorzitter Lilianne Ploumen streng. Het gaat over politiek. Politiek is een serieuze zaak. „Echt iets voor diehards.”

Dinsdag 27 mei, in de bejaardensoos van Doddendaal te Nijmegen, zitten dertig lokale PvdA’ers klaar om te horen wat Ploumen met de partij voorheeft. Partijhervorming is een hoofdpunt op de agenda van het komende partijcongres in Breda. Ploumen, een relatieve nieuwkomer die vorig jaar na felle strijd met Jan Pronk tot voorzitter werd gekozen, hoopt de partij met kleine stapjes nieuw leven in te blazen. Over haar geen kwaad woord binnen de PvdA. Ze heeft in het afgelopen jaar het partijbureau gereorganiseerd en onvermoeibaar afdelingen bezocht. En ondanks haar altijd verzoenende standpunten en haar neiging gesprekspartners met instemmende knikjes en bemoedigende geluiden op hun gemak te stellen, is ze niet alleen een zachte moeder voor de benauwde PvdA. In Den Haag roemen ze haar scherpe, maar discrete inbreng.

Ploumen benoemt in Nijmegen het probleem van de PvdA: nieuwe leden vertrekken vaak na een jaar alweer „omdat we gewoon weinig voor hen te doen hebben”. Dat moet veranderen: het clubgevoel, de dynamiek moet terug door de leden weer inbreng te geven: Ploumens mantra is „minder toespraak, meer inspraak”. De partijtop moet zich weer verantwoorden.

Ploumen wil iets van de soms hinderlijke betrokkenheid van de oude PvdA restaureren. Na de grote uittocht van 1991 centraliseerde de PvdA onder de duovoorzitters Rottenberg en Vreeman de besluitvorming en kandidaatstelling en maakte verantwoording plaats voor wervelende, vrijblijvende debatjes. In de Tweede Kamer lagen de in het partijapparaat opgeklommen vergadertijgers onder vuur van interessante buitenstaanders zonder sociaal-democratische bagage. Jaren van kaalslag, luidt nu het oordeel.

Maar hoe de leden iets te zeggen geven zonder de centrale regie uit handen te geven aan partijbaronnen en afdelingsvoorzitters die de top vroeger gijzelden? Met kleine stapjes. De eerste zette Ploumens voorganger Ruud Koole, die de lijsttrekker direct door de leden liet kiezen. Nu buigt het PvdA-congres zich over Ploumens plannen. Het huidige ‘Politiek Forum’, een tandeloze praatgroep van partijtop en leden, verdwijnt, de partijraad keert terug, vroeger de vesting van de vergadertijgers. Zonder de machtspositie van weleer, dat wel.

PvdA-kandidaten zullen voortaan verplicht scholing ondergaan in politiek handwerk en de sociaal-democratische beginselen. De afdelingen krijgen wat inspraak op de landelijke kandidatenlijst, centraal geregeld door een selectiecommissie van partij-insiders en headhunters. Bovendien wil Ploumen de ‘ombudsfunctie’ versterken en de ‘basisgroepen’: de PvdA moet weer zichtbaar zijn onder het motto ‘meer Rood op straat’. „Jullie zijn de tegenmacht die de macht controleert”, vermaant ze de afdeling Nijmegen.

Dat de SP – met zijn nadruk op scholing, actie, belangenbehartiging, clubgevoel en inspraak onder centrale regie – de inspiratiebron van die voorstellen is, ontkent Ploumen stellig. Er zijn meer partijen en de PvdA heeft ook zijn eigen verleden. Valt het ‘clubgevoel’ van de PvdA te herstellen of trekt Ploumen aan een dood paard? Er bestaat helaas geen knopje voor, erkent ze. Het moet ook van de leden zelf komen.

En Nijmegen geeft vanavond weinig reden tot optimisme. De leden kijken het aan, plaatsen een kritische kanttekening en lanceren de bekende als vragen vermomde redevoeringen („Seneca klaagde in het Romeinse keizerrijk al over bureaucratie...”). Het oogt passief. Wat afdelingsvoorzitter Ben Dankbaar van Ploumen vindt? „Ze praat nogal veel”, merkt hij na afloop laconiek op.

Ook een week later in Krommenie straalt de PvdA vooral rust uit. Twee dagen na de ‘richtingenstrijd’ van Hamer en Timmermans is partijafdeling Zaanstad, met 126 jaar de oudste van het land, bijeen in de vmbo om zich op het thema ‘Arbeid’ te bezinnen, de ‘motor van emancipatie en verheffing’, zoals Ploumen uitlegt.

De pers is royaal aanwezig, het is toch crisis in de PvdA? Daarvan geen spoor: de honderd Zaanse partijleden praten werkelijk over arbeid! Uitkeringen, participatie, scholing, de rechtspositie, ondernemerschap: alles passeert de revue, terwijl hagelstenen op het dak roffelen en leden een partijresolutie als waaier benutten. „Een saai debat”, oordeelt actualiteitenrubriek Nova. ‘Inhoudelijk sterk’, vindt de PvdA. En zonder een spoor van opstandigheid richting partijleiding. „Ik heb geleerd van deze discussie dat jullie het met mij eens zijn”, vat fractieleider Hamer het samen. Crisis? What crisis?

Rust, dat heeft de PvdA ook nodig, vindt Jacques Monasch. Hij ziet Hamer als coach van een Italiaans catenaccio-elftal: eerst de verdediging op orde. De onrust volgt daarna vanzelf wel weer. Niet dit jaar, maar in 2009, als de Europese verkiezingen een indicatie geven voor de naderende gemeenteraadsverkiezingen. Die liepen in 2006 uit op een monsterzege, toen de PvdA in de peilingen nog op zestig zetels stond. Monasch: „Halvering van dat resultaat lijkt het minste. In 2009 gaat het kader om zich heen kijken, beseft men dat straks niet alleen de linker-, maar ook de rechterbuurman uit de raadsbankjes verdwijnt.”

Dan is er nog een verontrustend fenomeen: terwijl de PvdA naar links schuift, groeit in het centrum D66. Wat als de PvdA met de huidige koers niet zozeer haar oude achterban terugwint, maar haar hogeropgeleide, naar sociaal liberalisme neigende keizers afstoot? Net als generaals willen politiek strategen vaak de vorige oorlog winnen. Terwijl de PvdA richting flank beweegt, valt het gat misschien in het centrum.

Erik van Bruggen vreest dat het de verkeerde kant opgaat. Halverwege de jaren negentig maakte hij in de PvdA furore als ‘the beast’ in het duo ‘the beauty and the beast’. Met kompaan Lennaert Booij leidde hij de jeugdbeweging ‘Niet Nix’. Zijn generatie was ondogmatisch en proclameerde ‘momentisme’: alles is vloeibaar, elke dag brengt een nieuw standpunt. De PvdA-top omarmde Niet Nix: eindelijk jeugd en reuring in de partij, en tegelijk zo heerlijk vrijblijvend. De ‘beweging’ dreigde te ontaarden in de feestcommissie, Niet Nix hief zichzelf op nadat Van Bruggen en Booij in 1999 een vergeefse gooi deden naar het partijleiderschap.

Onlangs zegde Booij zijn partijlidmaatschap op: hij wil daar niet over praten. Van Bruggen volgt de zaken op afstand na zijn hoofdrol in de warrige campagne van 2006: hij concentreert zich op zijn advies- en evenementenbureau BKB. Niet Nix bracht spektakel, blikt Van Bruggen terug, maar beklijfde niet. „We hebben gefaald.” En als partijleiders hadden hij en Booij er zonder twijfel een puinhoop van gemaakt, „want we waren jonge honden.”

Hoewel het oude netwerk van Niet Nix in Den Haag oprukt, is hun moment voorbij. „Wij waren toch van de vrijzinnige, sociaal-liberale middenbeweging.” Van Bruggen denkt dat de malaise van de PvdA het algemene wantrouwen in de politieke elite weerspiegelt. Nederlanders hebben gewoon te weinig te kiezen, politici zijn niet gewend zich te verantwoorden: bestuurlijke vernieuwing is cruciaal. Uiteraard betreurt Van Bruggen dat de PvdA zich nu identificeert met het ‘radicale, domme en conservatieve links’ van de SP. De partijtop is bang, en angstige leiders kunnen geen hoop bieden, zoals de Amerikaanse presidentskandidaat Obama.

Terug in de tijd. Wouter Bos spreekt op een druilerige februari-avond het Rotterdamse partijkader toe in het Turkse loungerestaurant Obba over populisme en onzekerheid. Hij kent de aanwezigen bij naam, temt de opgewonden standjes. „En wat doen wij dan”, brult iemand. „Wij doen toch niets?” Bos: „Wat doe je zelf! Serieus, Mathijs, het gaat er om wat jij zelf doet.”

Een PvdA’er klaagt over de SP, die net een provocerend tv-spotje over de zorg lanceerde. „Ongelofelijk frustrerend, die versimpeling. Ik lig er echt wakker van.” Hoe kan je tegelijk samenwerken met en strijden tegen de SP, duel en duet verenigen, vraagt PvdA’er Henk Vis.

Laatste vraag: „Gaat de PvdA verdwijnen?” Wat blijft is het linkse verhaal, het verbond van onder- en middenklasse en verlichte intellectuelen, benadrukt Bos. Met haar huidige, conservatieve koers spreekt de SP alleen de onderklasse aan. De SP kan de PvdA overbodig maken, maar alleen door de PvdA te worden. Het is een eerlijke boodschap. Het biedt weinig troost.

Coen van Zwol blogt dit weekeinde vanaf het Pvda-partijcongres. Volg het op nrc.nl/actueel

    • Coen van Zwol