Verdwijnt de PvdA straks uit het schap?

(Illustratie Ruben L. Oppenheimer) Oppenheimer, Ruben L.

Redacteur NRC Handelsblad

Het is al lang geen vijf voor twaalf meer. De Partij van de Arbeid verkeert in een bestaanscrisis. De Kamerfractie van 33 leden wacht massaontslag als het zo door gaat. Coalitiepartner CDA staat er in de peilingen ook beroerd voor, maar het is de PvdA die het meest paniek zweet. Is er echt geen toekomst voor een sociaal-democratische partij?

Iedereen die zich opmaakte voor het PvdA-congres, gisteravond en vandaag in Breda, besefte dat een klein wonder dringend nodig was. Tot de laatste partijtijger hunkerde men naar de warme gloed van hoop. Aan Wouter Bos en Mariëtte Hamer om het nieuwe elan gestalte te geven. De leden die met de hand op het hart konden verklaren dat zij vertrouwen hadden in die missies pasten in een werkgroepkamer.

Het blijft verrassen dat juist de PvdA het steeds te verduren krijgt wanneer de economie wat inzakt of de afkeer van de politiek weer opspeelt. Of het nu de hoge brandstofkosten zijn of embryoselectie, de uitzichtloze missie in Uruzgan of de door naoorlogs Nederland dichtgemetselde woonmarkt, het CDA houdt zich koest en laat de coalitiebroeder de klappen opvangen.

Reken maar dat CDA en ChristenUnie even medeplichtig zijn als straks in de AWBZ wordt gesneden, de diesel drie cent duurder wordt en de koopkracht van de mensen met de krapste beurs terugloopt. Alledrie waren even vastbesloten om deelname aan de Irak-oorlog mistig te laten en geen nieuw Europees referendum uit te schrijven, maar D66-leider Alexander Pechtold zette ook die beslissingen vorige week met oratorisch aplomb op het kiezersverraadlijstje dat hij de PvdA-fractie voorhield.

Hoe zou het komen dat de leider van een driemansfractie het bijna voltooide parlementaire jaar naar voren kon stappen als dé oppositieleider? Het zegt iets over verminderde inspiratie bij Jan Marijnissen en over de behoefte bij een deel van het volk alternatieven te horen voor het xenosimplisme van Wilders en het stuurvrouwenproza van Verdonk.

Pechtolds relatieve opkomst past ook binnen de huidige toeschouwersdemocratie, een door de politicoloog Jos de Beus ontwikkeld begrip dat kiezersgedrag vergelijkt met dat van buizers thuis op de bank of oranje hossend op het marktplein van Bern, snel geboeid, snel verveeld, de waarheid eerder voelend dan wetend. De D66-leider is verrezen uit de as van een politiek onhandige fractie en ziet nu kans een kiezerssegment te ontwikkelen dat zich meer thuis voelt bij zijn soort sociaal voelende moderne redelijkheid dan bij de ongearticuleerde solidariteit van de PvdA.

Zonder over te lopen van charismatische talenten weten de CDA-leiders Balkenende en Van Geel op hun beurt een vrij stabiel beeld zichtbaar te bewaken van hun christen-democratisch product. Vergeleken daarbij schuilt de huidige rampsfeer rond de PvdA wel degelijk in de leiding. Wouter Bos erfde in 2002 een door Fortuyn electoraal knock-out geslagen partij, die eerder door Wim Kok zorgvuldig van haar ideologische veren was ontdaan. De Paarse PvdA was een flink eind meegegaan met de neoliberale agenda van privatisering en vermarkting van overheidstaken.

Bos leverde in 2003 een electorale topprestatie zonder dat de partij was toegekomen aan herbezinning. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 leek dat succes bestendigd te worden, maar al in dat najaar was het bij de Kamerverkiezingen helemaal mis. De PvdA werd te kijk gezet als een partij zonder hart. CDA-paratrooper Jack de Vries legde Bos’ tactische én ideologische onzekerheid genadeloos bloot.

En toen wreekte zich wat een kenmerk van de PvdA is geweest sinds haar oprichting. Zoals Arie van der Zwan overtuigend beschrijft in zijn boek Van Drees tot Bos. Zestig jaar succes en mislukking. Geschiedenis van de PvdA: „Wat ze wilde zijn, regeringspartij, lukte haar op het nationale vlak bij uitzondering en wat ze kon zijn, oppositiepartij, ambieerde ze niet”.

De VVD was te zeer verzwakt om met het CDA te kunnen doorregeren. Balkenende had de PvdA nodig maar Bos wekte geen moment de indruk dat de oppositie hem goed was bevallen. Hij wilde regeren en bewijzen dat de PvdA al besturend goed is voor haar mensen. Maar haar mensen waren massaal op de vlucht geslagen of hadden het zwaar gefrustreerd nog één keer met hem geprobeerd.

Wouter Bos houdt sindsdien het hoofd koel, ondanks een fractie die, met een handvol bekwame spelers, op te veel terreinen spelers uit het zaterdagvoetbal moet inzetten. Regeren is bewijzen, redeneert Bos. Er is echt wat veranderd, wij maken verschil, blijft hij zeggen. De PvdA wijst op de pardonregeling, het afblazen van de privatisering van Schiphol en een aantal staatsdeelnemingen, het helpen van WAO’ers en huurders, maatregelen tegen topinkomens, handhaven van het ontslagrecht, de prachtwijken en nog veel meer waar burgers direct baat bij hebben. Volgens de peilingen werkt het nog niet.

Wat Kok en Vondeling eerder niet lukte (op Financiën de partij gezicht blijven geven) lukt Bos ook niet. Competent zijn is niet genoeg. Zeker als de conjunctuur tegenzit en je politiek verantwoordelijk bent voor de belastingdienst. Nu de fractie allerminst een geurende rozenkwekerij is, wordt de sociaal-democratie door niemand aansprekend gepersonifieerd. Blijven klagen dat ‘ze’ niet zien hoe veel je voor ‘ze’ doet helpt niet.

Er zit niet anders op: in de electorale supermarkt moet je een warm en helder product aanbieden. Zolang de huidige VVD dat niet is, heeft ook Mark Rutte zijn handen vol, maar hij hoeft er geen ministerschap bij te doen. Net als het liberalisme, dat wordt verkocht door wel vier partijen, worstelt de PvdA hevig met haar unieke verkoopargumenten.

Intermenselijke beschaving zou de harde kern moeten zijn, leidend tot een consequente strijd voor goed onderwijs, gezondheidszorg, toegankelijk vervoer, wonen, ruimtelijke schoonheid, kortom geloof in publieke borging van menselijke minimumnormen. En een keiharde afrekening met de broeders en zusters die de publieke zaak hebben geprivatiseerd uit modieuze overwegingen of ter persoonlijke verrijking. Als de PvdA uit het schap verdwijnt dragen die laatste avonturiers daaraan een niet geringe schuld.

Wilt u reageren? Schrijf de auteur: opklaringen@nrc.nl of neem online deel aan de discussie op www.nrc.nl/chavannes