‘Veerkracht van Amerikaanse economie is verbluffend’

Harvard-econoom Benjamin Friedman ziet in economisch opzicht minder grote verschillen tussen een president Obama en een president McCain dan op het eerste gezicht lijkt. Een vraaggesprek.

Harvard-hoogleraar Benjamin Friedman: „Wat de ‘Fed’ heeft gedaan om de stabiliteit te garanderen, is indrukwekkend.” (Foto Merlin Daleman) Nederland, Tilburg, 12-06-08 Benjamin Friedman. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Benjamin Friedman, een toonaangevend Amerikaans econoom, provoceert graag. Nee, de Amerikaanse economie zit niet werkelijk in de problemen. Amerika’s belangrijkste centralebankier, Ben Bernanke, heeft de gevolgen van de kredietcrisis heel slim opgevangen. In China gaat het met de vrijheid de goede kant op. En economische groei leidt tot open, tolerante en democratische samenlevingen.

Dat laatste is ook de stelling van het jongste boek van de hoogleraar politieke economie aan de Amerikaanse universiteit Harvard, The Moral Consequences of Economic Growth, een politieke en sociale geschiedenis van de westerse democratieën. Het was tevens de titel van de jaarlijkse Van Lanschot-lezing, die Friedman deze week aan de Universiteit van Tilburg hield.

Wie van de twee presidentskandidaten is het beste voor de Amerikaanse economie: de Democraat Obama of de Republikein McCain?

„Dat valt nog te bezien. In ieder geval wil Obama het enorme tekort op de begroting terugdringen. Dit jaar wordt het op 410 miljard dollar geraamd, 277 miljard euro. Dat is twee keer zo hoog als in 2007. Het is vooral toe te schrijven aan de hogere uitgaven voor defensie en de lagere economische groei. Obama wil een overschot op de begroting zien te bereiken, net als tijdens de regering van Bill Clinton, die er een beleid van gezonde overheidsfinanciën op nahield.

„Tijdens president Ronald Reagan en president George Bush senior liep het tekort ook op – met een ongekende snelheid zoals Amerika in vredestijd nog niet had beleefd. Clinton had aan het eind van zijn regeringsperiode een overschot op de begroting. Helaas smolt dit weg tijdens de huidige regering-Bush. Een verkiezing van Obama brengt ook het vooruitzicht op betere overheidsfinanciën dichterbij.”

Obama heeft anders ook plannen om de sociale uitgaven te verhogen; hij wil bijvoorbeeld de gedupeerde huizenbezitters steunen.

„Er is een risico. Met een Democratisch Congres – dat er waarschijnlijk komt – en een Democratische president, bestaat de kans dat de regering inderdaad extra geld gaat uittrekken voor nieuwe programma’s. In dat geval kan Obama de kans op een overschot verspelen. Dat weten we niet.

„McCain zal waarschijnlijk meer in staat zijn zich in te houden op het terrein van sociale uitgaven. Maar McCain heeft niet gezegd dat hij de belastingverlagingen van Bush ongedaan wil maken.”

McCain wil wel de defensie-inspanningen in Irak en Afghanistan handhaven. Dat alleen al kost de overheid dit jaar 70 miljard dollar extra.

„Dat is juist. Maar het is onduidelijk of er op economisch gebied werkelijk zulke grote verschillen tussen Obama en McCain zullen zijn als een van beide in het Witte Huis zit. Waarschijnlijk zal Obama gedwongen zijn de Amerikaanse troepen langer in Irak te laten dan hij nu suggereert en McCain zal ze misschien toch eerder terugtrekken dan hij tot nog toe heeft verklaard. Dat de troepen daar nog een aantal jaren zullen blijven is waarschijnlijk en dus trekken de defensie-uitgaven ook de komende jaren een zware wissel op de begroting. Tegelijkertijd dalen de belastinginkomsten als gevolg van de verminderde economische groei.”

Is in de kredietcrisis het ergste leed geleden?

„Er is een redelijke kans dat het voorbij is, in het niet-financiële deel van de economie. Ik vermoed dat de financiële sector zelf nog wel een tijd lang slecht nieuws bekend zal maken. De bank Bear Stearns ging failliet en werd overgenomen. De zakenbank Lehman Brothers maakte recentelijk miljardenverliezen bekend. Ook andere financiële instellingen krijgen vast nog met verliezen te kampen of worden overgenomen.

„Wat ik fascinerend vind aan de huidige ontwikkelingen is de mate waarin de onrust op de financiële markten niet is overgeslagen naar de algehele economie. Als u me twee jaar geleden, toen we huizen bouwden in een tempo van 2,25 miljoen per jaar, had gezegd dat binnen twee jaar de bouwindustrie zou zijn ingezakt en dat de huizenprijzen met 20 procent zouden dalen, had ik een aanzienlijk grotere vertraging van de economie voorspeld dan we nu zien.

„De woningbouwproductie is ingezakt naar één miljoen, we hebben te maken met een enorme waardedaling op de beurs en desondanks groeide de Amerikaanse economie in het laatste kwartaal van vorig jaar met 0,6 procent. We hebben natuurlijk 250.000 banen verloren vergeleken met het begin van dit jaar. Maar de beroepsbevolking bestaat uit 140 miljoen mensen. Het is dramatisch voor degenen die hun baan verliezen. Maar feitelijk bekeken is een kwart miljoen op 140 miljoen werkenden aanzienlijk minder dan wat menigeen verwachtte.”

Toch is de groei sterk teruggevallen. In 2006 groeide de economie nog ruim 3 procent.

„De economische groei vertraagt, maar het is niet eens duidelijk of we wel in een recessie glijden. Dat is opmerkelijk gezien de crisis op de huizenmarkt en in de financiële wereld. Had iemand me in 2006 om een prognose gevraagd, dan had ik gezegd: ‘natuurlijk krijgen we een recessie’. Het zou nog kunnen gebeuren, maar de kans is klein.”

Hoe verklaart u dat?

„Er zijn twee verklaringen. Het herinnert ons aan de enorme robuustheid en duurzaamheid van de Amerikaanse economie. Ik vind keer op keer, in de geschiedenis en in het heden, aanwijzingen voor de veerkracht van onze economie die verbluffend is. Ik vind ook dat de Federal Reserve Board (‘Fed’) eer toekomt. De Fed heeft van meet af aan – toen de crisis uitbrak – snel, agressief, innovatief en creatief gehandeld. Niet alleen door verlagingen van de rente, dat is slechts een kleiner deel van het verhaal. Maar de Fed heeft nieuwe manieren gevonden om de markten van liquide middelen te voorzien; ook andere fondsen, dealers in overheidspapieren en zakenbanken. De centralebankiers hadden ook achterover kunnen leunen en kunnen zeggen: ‘dit is onze zaak niet’. Ze hebben een positieve rol gespeeld bij de overname van Bear Stearns door de bank JPMorgan, ze hebben allerlei geavanceerde kredieten voor banken ontwikkeld. Had de Fed alleen maar op verlaging van de korte rente gezet, dan stonden de Verenigde Staten er waarschijnlijk veel slechter voor. Wat de Fed gedaan heeft om stabiliteit te garanderen is indrukwekkend.”

U gelooft dat een sterke economische groei de basis is voor democratie. Waaruit bestaat de kracht van de Amerikaanse economie vergeleken met Azië en Europa?

„Bekijk je ontwikkelingen over langere periodes dan bestaat de specifieke kracht van de Amerikaanse economie uit investeringen in informatietechnologie bij bedrijven. Vergelijk je onze economie bijvoorbeeld met die van de zes andere rijke industrielanden van de G7, dan heeft Amerika gedurende lange periodes veel en veel meer geïnvesteerd in vernieuwing, in nieuwe technologieën. Er is van alle andere G7-landen maar één die iets meer dan de helft weet te halen van de Amerikaanse investeringen in informatietechnologie, en dat is Italië. Deze investeringen zijn een enorme krachtbron en maken de Amerikaanse economie erg productief.

„Een ander verschil met de andere G7-landen [Japan, Duitsland, Frankrijk, Italië, Verenigd Koninkrijk en Canada, red.] is dat Amerikanen eenvoudig veel harder werken. De doorsnee Amerikaan brengt aanzienlijk meer uren op het werk door dan Duitsers, Fransen of Nederlanders. Gemiddeld wordt vijf tot zes weken langer gewerkt.”

Krachtige economische groei versterkt tolerantie en democratie, stelt u. Ziet u dat in landen zoals China en Rusland gebeuren?

„In China wel, in Rusland niet. De ‘opening’ van China is opmerkelijk; ik kom er al 25 jaar. Chinezen hebben nu aanzienlijke economische vrijheden vergeleken met toen. In de jaren zeventig mochten ze niet zelf beslissen waar ze werkten, ze mochten ook niet kiezen óf ze wilden werken. Chinezen werd verteld waar ze zich moesten melden om te werken. Ze mochten geen zaak opzetten. Alle bedrijven waren van de staat. Er was geen particulier eigendom. Ze mochten ook niet beslissen waar ze wilden wonen. Dat is allemaal veranderd. En China kent intussen een redelijke vrijheid van meningsuiting. Het is natuurlijk geen westerse democratie, daarmee moet je het land ook niet vergelijken. Beslist niet. Maar voor zaken waarover ze nu schrijven en praten, waren ze 25 jaar geleden in de gevangenis gegaan. Op dorpsniveau kennen ze democratie en verkiezingen. Let wel, dit is een land met 700.000 dorpen. Dat laat onverlet dat China op centraal niveau nog steeds een militaire dictatuur is van één partij. Toch ben ik optimistisch dat als de economie zich verder ontwikkelt, het land ook politiek opener wordt.

„Rusland is een heel ander verhaal, omdat het economische succes uitsluitend te danken is aan de hoge olieprijs. Daarbij zijn relatief weinig mensen betrokken, het vereist weinig creativiteit, de rest van de bevolking is er nauwelijks bij betrokken en dus laat de economische ontwikkeling minder sporen van verandering na in de samenleving. Het is ook niet altijd zo dat er een relatie bestaat tussen materieel economisch succes en sociaal-economische en morele vooruitgang. Meestal wel. Maar in landen waar de materiële vooruitgang enkel te maken heeft met simpelweg het ontginnen van bodemschatten uit de grond lijkt het niet te werken. Dat geldt ook voor Koeweit, Saoedi-Arabië of Nigeria – allemaal oliestaten.

„Uit de ontwikkelingen in Amerika, Duitsland, Frankrijk en Engeland blijkt dat de relatie er wel is. Economische crises leidden in het verleden soms tot extreme reacties.”

Globalisering wordt als grote motor van de economie beschouwd en leidt toch in diverse landen juist tot protectie. Rijmt dat met uw these?

„Ik denk dat Europeanen beter met hun immigranten zouden omgaan als de opbrengst van de globalisering rechtvaardiger verdeeld zou worden. Ik beschouw groei veel breder dan alleen groei van het bruto nationaal product. In Amerika ziet het klassieke middenklassegezin het inkomen al jaren achteruitgaan, hetzelfde geldt voor Duitsland en Italië. In de VS zouden we minder discussie hebben over problemen met immigranten, als het modale gezin zijn levensstandaard zag stijgen.

„De globalisering heeft de verschillen tussen de topinkomens en de meerderheid verscherpt. Ik ben bezorgd dat als deze tendens van dalende inkomens van de middenklasse zich in de VS en in West-Europa doorzet – ook al groeit de economie verder – veel van onze democratische waarden kwetsbaar blijken te zijn en eroderen. De politiek zou daar iets tegenover moeten stellen, bijvoorbeeld investeringen in menselijk kapitaal, in scholing en een eerlijker verdeling van de opbrengst van de globalisering.”