Vader blijkt ineens nóg meer kinderen te hebben

Wat te doen als vader een buitenechtelijk kind blijkt te hebben verwekt? En dat kind een deel van de erfenis opeist? Rechters wijzen claims vrijwel altijd toe.

Vader overleden, erfenis verdeeld en dan dient zich alsnog een ‘nieuwe’ broer of zus aan. Ooit verwekt, zonder dat de familie het wist. Maar het recht op zijn deel op de erfenis staat recht overeind, als gevolg van het huidige afstammingsrecht. Ook als de overleden vader nooit van dat buitenechtelijke kind heeft geweten en ook de rest van de familie van niets weet.

De mogelijkheid om alsnog zo’n familieband én het recht een deel van de erfenis te claimen, ook ná het overlijden van de vader, werd in 1998 opgenomen in het Burgerlijk Wetboek. Bastaardkinderen verdienen dezelfde rechtspositie als wettig erkende kinderen, was toen het uitgangspunt, ook als de vader niets van zijn buitenechtelijke nazaat wil weten.

In de praktijk leidt dat, door de opmars van dna-tests en commerciële bureaus voor vaderschapstesten, tot voor de officiële nabestaanden onaangename verrassingen en juridische procedures. Nooit vermoede kinderen, die na het overlijden van vader opduiken en een deel van de erfenis opeisen. Weduwen die daardoor achter een ‘tweede leven’ van hun echtgenoot komen. En onaangename taferelen bij de herverdeling van de erfenis. Want bij familieleden die de erfenis hebben opgemaakt, valt dan niets meer te halen, zo is bij wet geregeld. Familieleden die spaarzaam waren, moeten wél terugbetalen.

Rechters wijzen sinds de wetswijziging claims van buitenechtelijke kinderen bijna altijd toe, zo is de ervaring van advocaat en professor E. Luijten. Soms volstaat een postzegel op lang geleden verstuurde ansichtkaarten aan kind of moeder om het vaderschap vast te stellen. Of de plakrand van enveloppes waarin ooit brieven zijn verstuurd zijn. Ook genetisch materiaal in het ziekenhuis waar de vader behandeld is, kan via de rechter gebruikt worden om het vaderschap vast te stellen.

De omstandigheden waarin het kind verwekt is, of dat nu een slippertje was of een langdurige verhouding, doen er voor de rechter niet toe. Zoals het kind dat in 1953 verwekt was in een psychiatrische inrichting, maar zich pas in 2005 na het overlijden van de man, tot de rechter wendde om te claimen. Ze kwam erachter dat hij was overleden doordat hij haar in zijn testament een legaat achterliet.

Het verweer van de familie, dat het haar om de erfenis te doen was en dat hun vader onbedoeld het kind had verwekt, deed er voor de rechter niet toe. De dochter had het recht om via dna-onderzoek het vaderschap te bewijzen.

Voor de wet maakt het niet uit of de vader ooit contact met zijn buitenechtelijke kind heeft gehad, zo blijkt uit een vorig jaar november verstuurde brief van minister Hirsch Ballin (Justitie,CDA) aan de Tweede Kamer. Het maakt ook niet uit of het kind zelf ooit contact heeft gezocht met zijn biologische vader, of pas na zijn dood iets van zich laat horen. Alleen het gegeven dat de man verwekker van het kind is, heeft voor de wet betekenis.

Het is onbekend hoeveel buitenechtelijke kinderen, potentiële erfrechtkandidaten, er in Nederland zijn. Bij de burgerlijke stand worden jaarlijks zo’n 11.000 kinderen geregistreerd met de vermelding ‘vader onbekend’, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit 2005. Zo’n 11.000 baby’s op een totaal van 190.000 geboorteaangiftes. Volgens socioloog Jan Latten van het CBS is dat niet het exacte aantal buitenechtelijke kinderen, omdat veel ongehuwde paren het vaderschap pas veel later wettelijk regelen.

Volgens professor Luijten leidt dat in de praktijk tot familiedrama’s. „Recent nog een geval waarbij de moeder, die nog leefde, er zo moest achterkomen dat haar man nog meer kinderen had. Een andere vrouw die erachter kwam dat er nog een buitenechtelijke dochter bestond die meer dan zestig jaar geleden verwekt was. En de dna-tests zijn in dit soort zaken bijna altijd positief. Er moeten duidelijke verjaringstermijnen komen voor claims van buitenechtelijke kinderen. Bijvoorbeeld een termijn van twintig jaar vanaf het moment van het redelijke vermoeden van dat vaderschap.”

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Justitie wordt bij de aanstaande wetswijziging opnieuw gekeken naar de termijnen voor (postume) erkenning van het vaderschap en de consequenties daarvan voor het delen in de erfenis. Tot die tijd kunnen er bij iedere erfenisverdeling complicaties ontstaan, door het opduiken van onverwachte familieleden.