Uitslag stelt Ierse premier zwaar teleur

Met verrassend ruime meerderheid hebben de Ieren het Europese Hervormingsverdrag bij hun referendum van donderdag verworpen. Premier Brian Cowen toonde zich gisteren diep teleurgesteld.

Aan het eind van de middag maakte de referendumcommissie gisteren in Dublin onder gejuich van veel tegenstemmers bekend dat 53,4 procent van de uitgebrachte geldige stemmen tegen was geweest. Slechts 46,6 procent stemde voor. De opkomst was met 55 procent hoger dan verwacht.

Premier Cowen, die intensief campagne had gevoerd voor een ‘ja’, zei nog niet te kunnen zeggen hoe hij uit de huidige impasse denkt te geraken. „We verkeren in onbekende wateren”, zei hij.

Hij kondigde aan de uitslag op de Europese top van regeringsleiders in Brussel van eind volgende week te zullen bespreken. „Ik ben me er bijzonder goed van bewust dat deze stemming voor onze Europese partners een aanzienlijke teleurstelling betekent en een potentiële terugslag voor de inspanningen van vele jaren.”

Een van de leiders van het nee-kamp, de vermogende zakenman Declan Ganley, prees de Ieren voor hun verstandige oordeel. Hij wil dat de regering opnieuw met de EU-partners om de tafel gaat zitten om betere voorwaarden voor Ierland te bedingen. Minister van Europese Zaken Dick Roche waarschuwde gisteren echter dat eerder het tegendeel kan worden verwacht. „Wij hebben al eerder gezegd dat een afwijzende stemming niet zonder kosten zou blijven.”

Premier Cowen wilde nog niet met zoveel woorden zeggen dat het Verdrag van Lissabon, zoals het Hervormingsverdrag ook wel wordt genoemd, dood is. Labour-leider Gilmore, die de kiezers ook op het hart had gedrukt voor te stemmen, deed dat wel. „De kiezers hebben gesproken. Het Verdrag van Lissabon is dood.”

Toen gisteren duidelijk werd dat de regering en haar bondgenoten op een nederlaag afstevenden, kwam snel de eerste kritiek op de manier waarop de regering campagne had gevoerd, ook uit eigen kring. Dermot Ahern, minister van Justitie en tot voor kort van Buitenlandse Zaken, zei dat de campagne van de regering steeds „op het verkeerde been” had gestaan. Het nee-kamp was zijn tegenstanders steeds een slag voor geweest met volgens hem misleidende kritiek op het verdrag.