Sylvie

Er lijkt sprake te zijn van een academische bekering. Ineens is het Nederlands elftal geschoond van pleuranten, epilepsie, het martyrium. Het Hollandse cultuurdenken is terug: ruimtelijkheid. Nog niet, zoals in de schilderkunst, tot in de wolken, maar veel scheelt het niet.

Wat ook terug is, is overzicht dat altijd aan een doelpunt vooraf moet gaan. Mooi voorbeeld daarvan was de wedstrijd tegen Italië, en dan vooral de magistrale pass van Gio van Bronckhorst op Dirk Kuijt. Ik dacht nog even dat Gio, voor hij trapte, halverwege met de vinger probeerde te wijzen. De ruimte probeerde te duiden: dat was pas ultieme schoonheid, geheel ouderwets.

Beweging en waarneming die in de voeten zijn gegroeid, waren in de wedstrijd tegen Italië tot bloei gekomen. Er werd niet langer modieus gespeeld, volgens ingewikkelde patronen. Het spel was helder. Je kon er, als in een rechte lijn van Mondriaan, de orde van de verdeling in terugvinden.

Ergerlijk aan het Nederlands elftal was lange tijd de vallende ziekte. Ik herinner mij de toernooien van Dennis Bergkamp. Prachtige voetballer, maar hij lag de helft van de tijd tegen de grond. In diepe verongelijking. Ruud van Nistelrooy kende er ook wat van. Weinig spitsen zijn zo geoefend in de verontwaardiging van het neerstorten als Ruud. Maar op deze avond in Bern lag hij eens niet te spartelen en te schuimbekken. Hij bleef lankmoedig overeind, beleefd bijna.

Je zag in die wedstrijd zelfs niet een Nederlandse voetballer met de handen in de heupen staan. Dat moet Marco van Basten opgevallen zijn, zelf niet navolgbaar in het kinderlijke misbaar van handen in de heupen. Oranje speelde de hele troep uit zonder protesten en gekwek, zonder operette.

Van Nederlandse voetballers wist je vroeger: ze zijn altijd verontwaardigd. Op en naast het veld. Iets schuurt, vaak dicht tegen gekwetstheid aan. Ook nog met de pretentie van een intentieproces: de tegenstander, de pers, de legioenen, niemand die oog heeft voor de noblesse van inzet en daadkracht. Afrekeningswoede. Het genot van de verongelijking, bijna. Soms met de stuwende kracht van spelersvrouwen.

Het is allemaal weg.

Oranje 2008: Wiener Sänger-knaben.

Ook opvallend: ik heb Henk Kesler nog niet gehoord. De parfumerie KNVB, uit Zeist, is meestal graag waar succes is. Dat hoor je aan de rituele rimram, dat zie je aan genodigden. Echte liefhebbers kom je niet gauw tegen in de omgeving van de directeur Betaald Voetbal. Wijlen voorzitter Jeu Sprengers maakte dat altijd goed met zijn provinciale bonhomie. Maar Jeu is dood en ik denk dat de fabulerende handelaar, Frank van den Wall Bake, duizend keer oprechter is in zijn liefde voor Oranje dan alle bobogezelschappen uit Zeist bij elkaar. Je mag het wellicht niet zeggen, in deze hoogtijdagen van het Nederlands elftal. Toch niet in aanwezigheid van zelotische opportunisten als Jan Peter Balkenende en Wouter Bos. Voor Kesler c.s. is en blijft de diepste gedachte: 3-0. Dat hoort Nationale Nederlanden ook graag.

Sommige dingen zijn niet veranderd. Om maar iets te noemen: de Oranjemeute. De uitgedoste oppervlakkigheid die op een plein in Bern een bal gaat trappen, tegen glas en alle standbeelden in. Het plebs dat zich campinggewijs ophoudt in verbroedering van bier, worst en patat. André Hazes als toetje. En natuurlijk ook Jack en alle Spijkermannen die per bliksemschicht en per studio schielijk blijken te beseffen wat het mooiste van het leven is: dundoek tussen scrotum en anus.

Doe mij maar Sylvie van der Vaart. Vrouw van en Bildcolumniste. Heeft alleen liefde tussen armen en benen en vertedering en bewondering in het hoofd. Iemand dus.

Niet Marco van Basten, Sylvie Meis heeft met haar eigen heupswing in Bild, het Nederlands elftal geluk ingeblazen. Ook nog tegen de zwarte dertiende in. Zij heeft hiërarchische lijnen laten exploderen. Eenvormigheid gecultiveerd. Kale koppen de illusie van dreadlocks gegeven.

Sylvie: maagd Maria. Maar dan mooi.

Ooit uitgekrijst als hoer op Nederlandse velden. Nu onbeweeglijk in het zelfvertrouwen. Zij, oestervrouw, dwars tegen haar man in: sukkel van uitsmijters: kaas/rosbief/ei.

Sylvie vond het niet erg. Of ze doet alsof, zoals Oranje doet alsof. Ik blijf erbij: Nederland zal nooit anders zijn dan een bikininatie. Met haaruitval, op jammerlijke plaatsen. Arjen Robben wordt mij ook iets te kaal.

    • Hugo Camps