‘Stoppen is rouwen’

Pauline Dekker (47) en Wanda de Kanter (49) zijn allebei longarts. Ze schreven het boek ‘Nederland stopt! Met roken’. „Mensen met zware rokerslongen halen nauwelijks meer de voordeur.”

Pauline Dekker en Wanda de Kanter Foto Hadewych Veys Veys, Hadewych

Ze werken allebei drie dagen per week in het Rode Kruis Ziekenhuis te Beverwijk en delen er een kamer. De tocht daarheen voert langs een man met een zuurstofslangetje in de neus, een flard van een gesprek van een misschien veertigjarige vrouw over haar tweede chemo, en een hijgende man die door een gang schuifelt.

Wie dan nog zin heeft in een sigaret als hij plaatsneemt aan het bureau, wordt geconfronteerd met foto’s van mooie roze longen en een kleinere antracietgrijze teerklomp. Onder de witte jassen van de dames zijn gelukkig ter afleiding een knalroze blouse, luipaardprintpumps en een enorme groene ketting te zien. De Kanter kent echter geen genade: ze toont een plastic model van een gezonde keel, glad en roze, en van een rokersstrot: ontstoken rood, rafelig en vol witte klodders slijm. De hele kamer schreeuwt om schone longen.

Alle aspecten van het roken staan beschreven in ‘Nederland stopt! Met roken’. Het eindigt met een invulschema voor de ingesleten gedragspatronen die de roker binden aan het roken. Maar niet onlosmakelijk.

Wat heeft jullie boek dat de bestseller ‘Stoppen met roken’ van Allen Carr niet heeft?

De Kanter: „Allen Carr gaat voor de quick fix. Je moet gewoon stoppen, is de boodschap. Je kunt er een cursus bij kopen die zes uur duurt. En dan ben je ervan af. Maar wij weten dat het zo gemakkelijk niet is. Als je na een week of drie in de kroeg staat met vrienden, is dat ene sigaretje zo weer opgestoken. En dan begint alles weer van voren af aan. En omdat het stoppen wordt voorgesteld als iets simpels, daalt het zelfvertrouwen enorm wanneer het niet direct lukt. Het duurt dan lang voor zo iemand zich weer aan een stoppoging waagt.

„We weten dat stoppen verschrikkelijk moeilijk is. Wij vinden daarom iedere mogelijke hulp bij het stoppen goed, ook Allen Carr. Alles wat je kan helpen, moet je doen. Rook bijvoorbeeld eens een sigaret voor de spiegel. Goed kijken. Is het een aantrekkelijk beeld?”

Wat jullie boek niet uitdraagt, is dat je gewoon slap bent als je niet stopt.

Dekker: „Nee. Dat vinden we ook echt niet. Roken is een heel zware verslaving.”

De Kanter: „Je moet door een periode van rouw. Het is te vergelijken met het verlies van een dierbare. Ongeloof, verdriet, woede, acceptatie, alles komt langs. Rokers zouden alle denkbare hulp moeten krijgen. We vinden het onacceptabel dat de medicijnen die kunnen helpen bij het stoppen niet worden vergoed. Dat zou namelijk zo’n honderdduizend extra stoppers per jaar opleveren. Als nu weer de accijns wordt verhoogd, hoop ik dat de extra inkomsten aan hulpvergoeding worden uitgegeven, in plaats van aan monumentenzorg of zoiets. We gaan dan ook ons uiterste best doen dit over te brengen aan de Tweede Kamer.’

Het boek staat bol van de gruwelijke feiten. De diverse gerelateerde kankers, de vroeggeboortes, de erectieproblemen, de mensen die zich letterlijk blind roken. Wisten we dat niet al?

De Kanter: „Dat weten veel mensen, op papier. Maar niet iedereen. Een groot probleem is dat de gevolgen van roken niet zichtbaar zijn in het maatschappelijke leven. Als iemand longkanker krijgt, gaat hij binnen een jaar dood. Tja, je moet ergens aan dood, denk je dan als roker. Maar het langdurige zware lijden lijkt er niet te zijn, simpelweg omdat mensen met zware rokerslongen nauwelijks meer de voordeur kunnen halen.”

Dekker: „Of de wc.”

De Kanter: „Ze zitten weg te kwijnen achter de geraniums. Benauwd en eenzaam. Ze zitten verstopt, alle tweehonderdduizend. Hun aantal neemt toe. Van roken ga je niet alleen dood, maar ook nog erg naar dood.”

Dekker: „Er wordt nauwelijks over deze patiënten geschreven. Het is geen leuk verhaal. Bovendien roken veel journalisten en schrijvers zelf.”

En artsen?

De Kanter: „Ik ben pas sinds anderhalf jaar echt rookvrij. Ik ben begonnen op mijn twaalfde, ik zat op kostschool en leerde het van de grote jongens. Mijn ouders woonden op Borneo. Niemand had het over de gevolgen. Ook tijdens de studie hoorde ik er gek genoeg niets over.”

Dekker: „Het valt ons op dat sommige collega’s in andere specialisaties, zoals kinder- of KNO-artsen, er nog steeds te weinig van weten. Ik ben op mijn vijftiende begonnen, op mijn negentiende een jaar gestopt en toen na een avond met liefdesperikelen weer begonnen. Zelf ben ik drie keer uitgeloot voor de studie. Pas tijdens mijn co-schappen, toen de afgezette benen voorbij kwamen, drong het echt tot me door. Pas op mijn dertigste ben ik gestopt.”

De Kanter: „Misschien helpt het als studenten moeten stoppen met roken voordat ze kunnen meeloten voor geneeskunde.”

Dekker: „O. Vind je dat?”

De Kanter: „Stel dat je eerder was ingeloot als niet-roker, was je dan gestopt?”

Dekker: „Ja, vast wel.”

De Kanter: „Je hebt als arts een voorbeeldfunctie. Net als leerkrachten, filmsterren, sporthelden.”

Dekker: „Rokende moeders…”

De Kanter: „Ik ben ermee opgehouden voordat ik zwanger werd van de oudste. Maar ik rookte later wel stiekem af en toe. En dan schaamde ik mij daar diep voor. Het stopmoment kwam toen ik werd betrapt door mijn dochter, die ’s nachts uit bed kwam. Dat was de allerlaatste sigaret.

„Het is niet aan kinderen te verkopen dat het slecht is als zelfs artsen roken, al is het maar af en toe. En het is ook niet uit te leggen dat roken slecht is, terwijl sigaretten op iedere straathoek te koop zijn. Ik vind dat het onder de achttien verboden moet worden. Zestien is precies de leeftijd dat je graag risicovol gedrag vertoont. Maak het ze dan niet zo gemakkelijk. In andere landen is gebleken dat een totaal rookverbod op en om scholen helpt. Nu mogen ze op het schoolplein niet drinken en blowen, maar wel roken!”

Dekker: „Wij zitten hier dagelijks uit te rekenen hoeveel chemo de longkankerpatiënt precies nodig heeft, waarmee het leven gemiddeld acht weken wordt verlengd. Maar het aantal rokers neemt al jaren niet meer af. Dat is toch dweilen met de kraan open? Preventie dus. Wij doen met dit boek ook het werk voor de cardioloog. Die heeft het net als wij een stuk rustiger zonder rokers.”

Gedragspatronen en rookmomenten moeten ontkoppeld worden, lezen we.

De Kanter: „De fysieke verslaving is zo over. Maar als je dertig jaar hebt gerookt bij de koffie, is koffiedrinken na het stoppen echt iets anders. Of een dinertje met vrienden. Het duurt lang voordat zulke activiteiten weer even leuk zijn, of ontspannen, of gewoon normaal, als voorheen. Maar dat worden ze wel. Wat je jezelf moet gunnen, is langdurige cognitieve gedragstherapie. Je moet doorkrijgen waarom je wanneer rookt en wat het je nou eigenlijk oplevert. Hoe eerder hoe beter. Nu komt het horecarookverbod. Dat heeft in andere landen wel degelijk mensen geholpen met stoppen.”

Dekker: „Iedere roker die overweegt om te stoppen, en dat is 80 procent van de rokers, zoekt naar het juiste moment. 1 juli is een heel geschikt moment.”