Stiekem

Maar ben je dan eigenlijk ook voor Nederland? Tientallen keren is de vraag me gesteld, de afgelopen dagen. Want door het toeval der geboorte ben ik nu eenmaal, nou ja, ik zal het maar eerlijk bekennen, een Belg. Al zeg ik in het buitenland altijd fier dat ik een Vlaming ben. Eentje die nu – iets minder toevallig – in Nederland verzeild is geraakt.

Maar ben ik dan voor Nederland? Het eerlijke antwoord is: vroeger wel, en behoorlijk fanatiek bij momenten, maar nu ietsje minder. In de warme zomer van ’94 zat ik tussen tweehonderd Belgen op een tribune in Kachtem –zoek dat maar es op! – naar een groot scherm te staren, waarop Nederland en België een WK-duel speelden in de Citrus Bowl in Orlando. Ik was de enige met een licht oranje T-shirt en een bescheiden Nederlands vlaggetje, je moet het lot ook niet al te hard tarten. Jarenlang heb ik Philippe Albert vervloekt, die voor de Rode Duivels de winnende 1-0 binnentrapte. Een verdediger uiteraard. Ik heb me nog nooit zo eenzaam gevoeld tussen voetballiefhebbers als op die wankele tribune.

Maar nu ben ik hier, en van Belgische voetballers heeft Nederland al jaren geen last meer. Niemand overigens in Europa. En dat maakt het net moeilijker. Wie nu als Belg zegt dat-ie voor Oranje is, is natuurlijk een schaamteloze opportunist. Het mag niet. Zoals een collega het nodig vond te zeggen (te schreeuwen, zo klonk het toch in mijn oren) waar twintig andere collega’s bijzaten: „Ja, maar Dirk, die hoort niet bij ons.”

Dus juich ik maar een beetje stiekem in mezelf, als Wesley Sneijder weer een prachtige aanval afrondt. Mee juichen met de Nederlanders mag immers niet, ik ben niet een van hen. Samen kijken en samen de krant maken wordt nog net getolereerd dezer dagen. Ondertussen duim ik stilletjes voor Oranje. Ook al wordt het daardoor misschien weer een lange, eenzame junimaand.

Dirk Vandenberghe

    • Dirk Vandenberghe