Parasitaire wesp manipuleert gedrag van gastheer

Rups, geïnfecteerd door een sluipwesp, slaat belagers (niet te zien op de foto) weg bij de poppen van de wesp . (foto uva) UVA

Amsterdamse biologen hebben een parasitaire wesp gevonden die het gedrag van rupsen spectaculair kan veranderen. De rups stopt met eten en blijft dag en nacht beschermend naast de verpoppende larven van de wesp staan. Hij ruimt voorbijkomende, hongerige roofinsecten uit de weg door wild om zich heen te meppen (PLoS One, 4 juni).

Er zijn meer parasieten die het gedrag van hun gastheer beïnvloeden. Meestal is echter onduidelijk of dat de parasiet betere overlevingskansen geeft. Met andere woorden: of de gedragsmanipulatie evolutionaire waarde heeft. De onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam laten met zowel laboratoriumproeven als veldwerk zien dat hun wespen wel degelijk baat hebben bij hun rupsen-bodyguards.

De sluipwesp in kwestie (Glyptapanteles), legt in een onbewaakt ogenblik zo’n 80 eitjes in de rug van de rups van een mot (Thyrinteina leucocerae). De larfjes voeden zich binnenin de rups met lichaamsvloeistoffen. De rups wandelt en eet nietsvermoedend door. Tot na twee weken de larven uit zijn rug kruipen, zich aan een takje hechten en een cocon om zich heen spinnen. Dan verandert het gedrag van de rups plotseling.

Hoe precies, dat ontdekten de onderzoekers door zowel gezonde als geïnfecteerde rupsen op takjes met en zonder wespenpoppen zetten. Bijna alle geïnfecteerde rupsen stelden zich binnen een dag op naast de poppen en verzetten daarna geen poot meer. Vervolgens plaatsten de onderzoekers een roofinsect, een wants, op het takje met de rups en de poppen. Bijna alle rupsen vielen de wants onmiddellijk aan door heftig met hun hoofd en bovenlichaam heen en weer te zwiepen. In 58 procent van de gevallen lukte het de rups om de predator van het takje af te slaan of rechtsomkeert te laten maken.

Rupsen die niet besmet waren met sluipwespen, vertoonden zulk gedrag niet. Ze liepen en aten door, ook al waren er wespenpoppen in de buurt. En ze sloegen roofinsecten niet, ook al kropen die over hen heen.

Wellicht hebben de geparasiteerde rupsen door hun agressieve gedrag minder last van predatoren. Dat blijkt hun echter geen evolutionair voordeel op te leveren. Alle rupsen stierven namelijk kort nadat de poppen waren uitgekomen, terwijl de niet geïnfecteerde rupsen gewoon doorleefden.

Veldexperimenten in Brazilië lieten zien dat de wespenpoppen daadwerkelijk baat hadden bij hun beschermheren. Hun sterftekans was twee keer zo klein met een rupsenbodyguard tot hun beschikking.

Het is onduidelijk hoe de sluipwespen de gedragsveranderingen in de rupsen tot stand brengen. De onderzoekers ontdekten dat wanneer de larven uit de rups kruipen, er één of twee larven achterblijven die door blijven leven. Ze vermoeden dat deze larven verantwoordelijk zijn voor de gedragsverandering. Berber Rouwé

Hoe een geïnfecteerde rups de poppen van zijn parasiet verdedigt is te zien op http://home.medewerker.uva.nl/a.r.m.janssen/