Mr & Mrs Loving

Hoe twee doodverlegen mensen Amerika veranderden.

Mildred en Richard Loving

Mildred werd snijboon genoemd, omdat ze zo lang en dun was. Richard was de redneck, omdat hij er nu eenmaal zo uitzag, met zijn harde, rossige kop van Ierse afkomst. „Alsof hij op het punt stond een toga van de Ku Klux Klan aan te trekken”, zegt zijn latere advocaat.

We moeten het nu doen met een paar foto’s in zwart-wit. De enkele keer dat Richard en Mildred daarop een poging doen te lachen, lukt dat ternauwernood. Ze waren twee doodverlegen mensen. En het was nog niet zo gewoon als tegenwoordig om je gevoelens uit te venten.

Ze groeiden op in Central Point, een gehucht op het platteland van Virginia, twee uur rijden van Washington. Ze hadden alleen lagere school. Richard, de zoon van een landarbeider, werd metselaar. Mildred was de dochter van een pachtboer. Richard kwam soms bij haar thuis om haar broers muziek te horen maken. Ze werden na een paar jaar verliefd en dat was geen probleem, al was Richard blank en Mildred zwart en al hebben we het over de jaren vijftig van de vorige eeuw.

Ook de blanken en zwarten van Central Point gingen naar aparte kerken, ziekenhuizen en scholen, omdat de wet dat voorschreef. Maar daarbuiten gingen ze gewoon bij elkaar op bezoek. Blanke en zwarte jongens en meisjes konden samen uitgaan.

Dus dat Mildred in 1958 zwanger raakte van Richard, gaf niet meer dan de gebruikelijke zorgen, die je oploste door te trouwen. Ze gingen daarvoor naar Washington: daar kon het snel. Mildreds vader en een broer gingen mee als getuigen. Daarna reden ze weer terug naar Virginia, waar gemengde huwelijken, zoals in veel Amerikaanse staten, nog niet gesloten mochten worden. Mildred wist dat niet en Richard wel, maar ook hij voorzag niet dat het een probleem zou worden.

Zij droeg nu Richards achternaam en toevallig luidde die Loving. Meneer en mevrouw Loving maakten nooit ruzie, zeggen de mensen die hen kenden. Ze kibbelden niet eens.

De wet bleek in Virginia nog strenger dan elders. Wie in een andere staat gemengd trouwde en terugkeerde, kon straf verwachten. Negen dagen na hun huwelijk werden Mildred en Richard door de politie van hun bed gelicht en in de gevangenis gezet. Daarna werden ze op straffe van een jaar celstraf gedwongen Virginia te verlaten.

Ze gingen in Washington wonen, maar ze waren ongeschikt voor het steen en de stad. Mildred wilde over een landweg lopen.

Zes jaar leefden ze zo. Het werd 1964: het jaar dat de Civil Rights Act segregatie in openbare gelegenheden, op scholen en op de werkvloer formeel beëindigde. Mildred schreef een brief aan minister van Justitie Robert Kennedy: betekenden de nieuwe regels ook dat ze eindelijk haar familie in Virginia kon opzoeken?

Kennedy liet haar weten van niet, maar verwees Mildred door naar de Amerikaanse Burgerrechten Bond. Samen met Richard schreef ze nog een pijnlijk bescheiden brief. Ze klaagden niet over segregatie of racisme. Ze eisten zelfs niet het recht op om weer in Virginia te kunnen wonen: „We weten dat we daar niet kunnen wonen, maar we zouden het prettig vinden als we af en toe konden terugkeren om onze familie en vrienden op te zoeken.”

De bond gaf de brief aan een van zijn jongste advocaten, Bernard Cohen, die de zaak ‘Loving v. Commonwealth of Virginia’ samen met zijn collega Phil Hirschkop tot aan het hooggerechtshof zou brengen en drie jaar later, op 12 juni 1967, won. Alle wetgeving die ‘rassenvermenging’ nog verbood in Amerika, werd in één keer verworpen. De Lovings waren niet eens naar de hoorzitting gekomen, dat ging hun boven de pet. Nu mochten ze terugkeren naar Central Point.

Zo komt het dat 12 juni hier Loving Day wordt genoemd. Ik had nog nooit van Loving Day of van de Lovings gehoord, totdat Mildred vorige maand op haar achtenzestigste aan een longontsteking overleed en haar necrologieën verschenen.

De rest van het verhaal is zo prozaïsch als de Lovings zelf. Richard is acht jaar na hun overwinning doodgereden, door een stomme dronken automobilist. Mildred verloor daarbij haar rechteroog en heeft de rest van haar leven in armoede doorgebracht, bijgestaan door haar drie kinderen. Ze sprak nauwelijks met de pers. Ze heeft beperkt meegewerkt aan een, naar later bleek, zwaar geromantiseerde televisiefilm, die net genoeg geld opleverde om haar huisje van een nieuwe gevel en luiken te voorzien.

De advocaten Bernard Cohen en Phil Hirschkop praten niet meer met elkaar. Hirschkop is boos, omdat hij in die film niet is genoemd. Dat vertelde Bernard Cohen met spijt in zijn stem toen ik hem na de begrafenis opbelde. Hij is Mildred Loving altijd blijven opzoeken, één of twee keer per jaar, ook dit jaar nog. Nee, over Barack Obama hebben ze toen niet gesproken, zei Cohen. „Dat deed je niet. Mildred Loving was geen politiek persoon.”