Maxifraude met microalg

Links (foto) Globigerinoides-foraminiferen ‘opgegraven in Libië’ door Imam (1999), in werkelijkheid gevonden in de vs in de jaren tachtig. Rechts hun levende familieleden (G. ruber). (Foto’s jaes / cmarz) JAES/CMARZ

Door de fraudezaken rond de Koreaanse kloonhoogleraar Woo Suk Hwang leek het alsof wetenschappelijk bedrog nauw verbonden is met de zucht naar snelle wereldroem. Maar zo gaat het niet altijd: ook het veel minder mediagenieke gebied van de fossiele algen is nu door een grote fraudezaak opgeschrikt. „Hoewel we er een hekel aan hebben om feiten openbaar te maken die de reputatie van een collega bezoedelen en hoewel we begrijpen dat onervaren onderzoekers per ongeluk of door slordigheid wel eens miniem plagiaat plegen, komen er soms zaken aan het licht van wat we ‘serieplagiarissen’ kunnen noemen. In dat geval zit er niets anders op dan die persoon te ontmaskeren.” Zo begon het commentaar dat eerder dit jaar in het Journal of African Earth Sciences (JAES) stond.

De kwestie draait rond Mostafa Imam, tot zijn dood in 2004 micropaleontoloog aan de Universiteit van Cairo. Hij was gespecialiseerd in fossiele kalkhoudende algen, die vaak worden gebruikt om de herkomst van aardlagen te analyseren. Imam deed opgravingen in afgelegen gebieden in Egypte en Libië. Tussen 1996 en 2003 publiceerde hij zes artikelen, met tientallen foto’s van de kalkskeletten van algen.

Bij het zevende artikel ging het mis. Een Spaanse peer-reviewer kwamen Imams fossielfoto’s erg bekend voor: hij had ze namelijk zelf gemaakt. Ook van andere micropaleontologen heeft Imam geleend. Alle foto’s hiernaast, uit een artikel dat hij 1999 in de JAES publiceerde, zijn gemaakt door vakgenoten – niet in Afrika, maar in de jaren tachtig in de Verenigde Staten.

Imam zette er andere wetenschappelijk namen bij, spiegelde sommige foto’s en zette hier en daar een alg ondersteboven. Behalve van de herkomst klopte ook van de dateringen weinig. Hoewel de fraude al vier jaar geleden aan het licht kwam, heeft een groep Franse en Zuid-Afrikaanse micropaleontologen pas nu de herkomst van alle foto’s van Imam ontrafeld.

De groep onder leiding van Bruno Garnier publiceerde daarom een hele determinatielijst in de JAES, en trekt nogmaals aan de bel. Want, schrijft Garnier: „de gefalsificeerde gegevens beginnen de wetenschappelijke literatuur te vervuilen”. Imam wordt nog altijd hier en daar geciteerd.

Misschien moet de redactie van de JAES ook eens achter de eigen oren krabben. Imams stukken zijn bij het tijdschrift nog steeds te downloaden, en een waarschuwing staat er niet bij.