Lezen voor analfabeten

De anderhalf miljoen laaggeletterden in Nederland kunnen nu toch Anne Franks dagboek lezen. Jacqueline Kuijpers

Hendrik de Kubber (30) heeft vroeger zo slecht les gehad, dat hij nauwelijks kon lezen en schrijven. Na een alfabetiseringscursus heeft hij zijn mbo handel gehaald. Nu werkt hij bij een supermarkt. (foto chris keulen)
Nederland, Roermond, 10.06.2008 Hendrik de Kubber aan het werk in het magazijn van de Jumbo supermarkt in Roermond. De Kubber is ambassadeur van de stichting ABC, een stichting die advies geeft aan mensen die niet kunnen lezen. Hendrik heeft op latere leeftijd een cursus lezen gevolgd. foto: Chris Keulen
Keulen, Chris

Zeven jaar werkte Hendrik de Kubber (30) bij een houtzagerij. “Daar moest ik alleen met mijn handen werken. Als je die tenminste aan het einde van de dag nog had.” Dat handwerk was belangrijk voor Hendrik. Want lezen of schrijven kon hij nauwelijks. Nooit geleerd op school, het speciaal basis- en voortgezet onderwijs in Roermond, de stad waar hij opgroeide en nog steeds woont.

Hendrik is niet de enige. Nederland telt ongeveer anderhalf miljoen laaggeletterden. Dat vertelt Margreet de Vries, directeur van Stichting Lezen & Schrijven, die zich inzet voor het voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid. “Iemand die laaggeletterd is, ofwel functioneel analfabeet, kan geen kaartje uit de automaat halen op het station, kan geen bijsluiters lezen van medicijnen, kan geen formulieren lezen of invullen. Kortom: zo iemand heeft moeite om zich in deze maatschappij staande te houden.”

Des te zorgwekkender is de constatering van de Onderwijsinspectie in het laatste Onderwijsverslag (2006/2007) dat het aantal zwakke lezers stijgt: van de vijftienjarigen kan 5 procent als functioneel analfabeet worden beschouwd. Nog eens 10 procent kan niet goed genoeg lezen om volwaardig mee te doen in de samenleving. De problemen beginnen op de basisschool en zetten zich voort in het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs. In de laagste niveaus van het vmbo kan een kwart van de leerlingen zijn lesboeken niet zelfstandig lezen.

Volgens de Onderwijsinspectie maakt de leraar het verschil: het zijn degenen die hun onderwijs afstemmen op de verschillen tussen leerlingen, die voldoende zorg en aandacht geven aan de zwakke leerlingen, en – opvallend detail – de hele lesstof in een schooljaar afmaken, die leerlingen afleveren die wél het lees- en schrijfniveau halen dat van hen verwacht wordt. Over zijn eigen schooltijd zegt Hendrik: “Ik heb er een superleuke tijd gehad. We mochten veel sporten en knutselen, maar we kregen heel weinig les in schrijven en lezen.” En dat neemt hij zijn leraren nu wel kwalijk: “Probeer maar eens werk te vinden als je niet kunt lezen of schrijven. Ik heb het gered, omdat ik een grote mond heb. Maar dat geldt niet voor al mijn oud-klasgenoten.”

Schrijnend, vindt Margreet de Vries. “Op deze manier ontneem je een kind zijn toekomst. Want wat moet je op school als je de boeken niet goed kunt lezen? Wij denken dat dit een grote rol speelt in het voortijdig schoolverlaten.” Toch wil zij niet alleen naar het onderwijs wijzen. “De hele samenleving laat hier steken vallen.” Daarom wil de stichting het probleem op ieders netvlies krijgen.

Een nieuw middel daartoe vormen makkelijk-lezen-boeken voor volwassenen. Samen met de Stichting Lezen & Schrijven ontwikkelde uitgeverij Eenvoudig Communiceren de serie Leeslicht, een reeks boeken in eenvoudig Nederlands voor mensen die moeite hebben met lezen. Inmiddels zijn er zes boeken verschenen, in oplages van zo’n 2.000 stuks, waaronder het verhaal van Anne Frank. Eindredacteur Remke van Veelen: “Een slechte lezer heeft veel meer behoefte aan samenhang in een tekst dan een goede lezer. Daarom maken wij in onze boeken de verbanden tussen de zinnen vaak expliciet met connectieven als ‘want’ en ‘dus’. Verder is chronologie erg belangrijk en houden we zoveel mogelijk de tegenwoordige tijd aan.”

Het concept is geïnspireerd op de succesvolle ‘Quick Reads’ in Groot-Brittannië, waar ze in elke kiosk te koop zijn. Zover is het in Nederland nog niet, vertelt assistent-uitgever Marianne Verhallen. “Onze boeken worden nog vooral door roc’s en bibliotheken gekocht. We maken al langer een serie makkelijk-lezen-boeken voor jongeren, die hen echt tot lezen aanzetten. Dat horen we geregeld terug van vmbo-docenten. Zij vragen steeds om nieuwe titels. Daar hopen we ook bij Leeslicht op.”

Ook Hendrik de Kubber gelooft dat dit soort boeken mensen kunnen aanzetten tot lezen. Hijzelf uitgezonderd. “Lezen is niet mijn hobby.” Toch heeft hij speciaal voor dit interview uit de serie Leeslicht het boekje Het beste Nederlandse elftal van alle tijden van sportjournalist Auke Kok gelezen, in een kwartiertje per dag. Een fragment: ‘Als Johan Cruijff wilde scoren, rende hij heel snel naar voren. / De verdedigers probeerden de bal van hem af te pakken. / Maar Cruijff liet dat niet toe. / Hij sprong gewoon over hun benen. / Hij leek net een balletdanser. / De mensen noemden hem daarom elegant.’ Wat hij ervan heb geleerd? “Dat je wel een goede coach kunt zijn, maar dat je niks begint zonder goede spelers. En andersom.”

Hendrik werkt inmiddels als verkoopmedewerker bij een supermarktketen. Hij heeft mbo handel gevolgd en wil nog verder leren. Allemaal dankzij die ene eerste stap: een alfabetiseringscursus Nederlands – een stap die hij alleen maar zette, omdat zijn toenmalige vriendin daarop aandrong. “Ik ben er zeker door veranderd. Ik durf meer, op mijn werk vul ik nu gerust een bestellijst in. En ik ben opener geworden.”

Dat blijkt: Hendrik is nu Alfabetiseringsambassadeur van het ROC Gilde Opleidingen. Hij vertelt zijn verhaal bij gemeentes en wil dat ook op scholen gaan doen. “Want als er geen fundament wordt gelegd, kom je nergens in het leven.”

www.leeslicht.nl