‘Kosovo nepstaat, maar ik hoor er thuis’

Morgen rondt Kosovo de onafhankelijkheid af met een nieuwe grondwet. Maar veel te besturen valt er niet. „De macht blijft in handen van familieclans.”

Tijn Sadée

‘Europa’, het nieuwe volkslied van Kosovo, had wat Vullnet Gacaferri betreft net zo goed ‘Amerika’ kunnen heten. Dankzij het doordrammen van de Amerikanen zijn we nu onafhankelijk, zegt Vullnet, een jonge vormgever bij een Kosovaars dagblad. „Dat het volkslied slechts een melodie is, zonder tekst, is veelzeggend. We moeten voorlopig toch nog maar even onze mond houden.”

Sommigen gebruiken de populaire term failed state, maar die kwalificatie gaat Vullnet (26) te ver. „Kosovo is een fake state, dat dekt de lading beter.”

Vier maanden na de onafhankelijkheid, op 17 februari, presenteert de Kosovaarse regering morgen een nieuwe grondwet en een volkslied. Kosovo wordt nu een echt land, hoopt de regering van premier Hasim Thaci. Dat slechts 43 landen de door de Kosovo-Albanezen eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid erkennen, kan Thaci niet ontmoedigen. Dat de Serviërs in Kosovo zijn gezag niet dulden deert hem evenmin. Gezanten van de VN en de EU, die als voogden over Thaci’s schouders blijven meekijken, daar hebben de Kosovaarse politici mee leren leven. „En daar hebben ze zich in de praktijk zeer weinig van aangetrokken”, zegt een in Kosovo gestationeerde westerse diplomaat. „De politiek hier bestaat uit familieclans die hun eigen economische belangen behartigen.”

Er is een Kosovaars parlement, „maar verwacht daar niet veel van”, zegt Joost Lagendijk op een terras in de Kosovaarse hoofdstad Pristina. Lagendijk, Kosovo-rapporteur voor het Europees Parlement, is daags voor de inauguratie van de grondwet naar Pristina gereisd „om een beeld te krijgen van de nieuwe machtsverhoudingen”. Lagendijk: „Het parlement hier heeft weinig te zeggen. Belangrijke beslissingen worden genomen door Thaci zelf en door lokale partijbonzen in het land.”

Negen jaar na de oorlog (1998-1999) is er van een economie in Kosovo nauwelijks sprake meer. De mijnbouw, in het verleden de economische motor, ligt stil. De meeste Kosovaren proberen te overleven in een scharreleconomie van kiosken, autogarages en internetcafés. De rijke clans met politieke connecties bouwen motel-benzinestation-complexen. Zij profiteren ook van de grootschalige doorvoer van drugs, weet iedereen zeker. Maar niemand zegt het hardop. „Journalisten in dit land moeten op hun tellen passen”, zegt de Nederlandse diplomaat Johan van Lamoen, hoofd van de juridische sectie van UNMIK, het VN-bestuur in Kosovo. Hij gaat zijn laatste weken in nu de VN-missie wordt afgebouwd; Van Lamoens taken worden overgedragen aan de EU-missie EULEX. In de gebieden waar de Kosovo-Serviërs wonen krijgt EULEX geen voet aan de grond, omdat de Serviërs slechts het gezag van de VN erkennen. De Servische ambtenaren worden betaald door de regering in Belgrado; Pristina als machtsbasis bestaat voor hen niet. Van Lamoen: „Wie hier vanaf morgen het gezag gaat voeren is, zacht uitgedrukt, nogal diffuus.”

Kosovo produceert zelf bijna niets, alles wordt geïmporteerd, zegt Alex Anderson, waarnemer in Kosovo namens de gezaghebbende denktank International Crisis Group. Anderson: „Het overheidsbudget is voor driekwart afhankelijk van importheffingen, maar dan moet je die wel op een fatsoenlijke manier binnenhalen. Je moet een stevig instituut opbouwen. Het is de vraag is of Kosovo daartoe in staat is. Daarvoor heb je jong talent nodig met managementervaring, maar dat is schaars.”

Ruim de helft van van de twee miljoen Kosovaren is jonger dan 25 jaar – het is de jongste samenleving van Europa. „Hoe zorg je ervoor dat de slimmeriken in Kosovo blijven?” zegt Afrim Cana, directeur van een psychiatrische kliniek in de stad Gjilan. De meeste jonge patiënten die hij behandelt komen binnen met alcohol- en drugsproblemen. „Ze zoeken vergetelheid in hun bestaan dat geen enkel perspectief biedt”, zegt Cana. „Na de oorlog hoopte iedereen dat Kosovo zou opbloeien, en na de onafhankelijkheid was er even euforie. Maar in de praktijk heeft het weinig opgeleverd.” Onlangs meldde zich een 28-jarige econoom in zijn kliniek, getrouwd en twee kinderen. Cana: „Hij was intelligent genoeg om te beseffen dat hij alcoholist was.” Cana begon zijn therapie. „Maar alle gesprekken die ik met hem voer komen telkens uit op zijn enige wens: zo snel mogelijk weg uit Kosovo. Wat kan ik doen? Een pistool tegen zijn hoofd zetten en hem gebieden: ‘Neem je pillen en blijf’?”

Voorlopig heeft Vullnet Gacaferri nog werk als vormgever bij een krant. „Voor zolang het duurt”, zegt hij. „Er zijn zeven dagbladen die het moeten doen met amper 20.000 lezers.”

Vullnet heeft geleerd om de chaos en het ongemak weg te lachen. „Ik leef in een nepstaat, ik krijg straks een paspoort waarmee ik bijna nergens welkom ben, en ik mag een volkslied zonder tekst meeneuriën. Toch blijf ik. Ik ben een Kosovaar. Hier hoor ik thuis.”