In een stuurloze samenleving krijgen bestuurders steeds hogere inkomens

De verzelfstandigde school wordt overweldigd door taken en stelt een krachtige leider aan, ontdekt Maarten Huygen.

Onderweg naar een onderwijsbijeenkomst in Den Haag was ik al een kop aan het verzinnen: ‘Ook de schoolrector doet een greep in de staatskas’ bijvoorbeeld. De nieuwe beloningsleidraad van de organisatie van schoolbestuurders voor het voortgezet onderwijs, de VO-raad, is een flinke duw omhoog. De schalen voor schoolbestuurders die de cao willen verlaten, gaan van een maximum van 92.000 euro in schaal A tot en met 174.000 euro per jaar in schaal G. De meerderheid zou in aanmerking komen voor klasse C, die tot 111.000 euro gaat. En dat is nog maar het begin.

Ik zag de onderwijsleiders nieuwe stijl al voor me in donkere streepjespakken in een apart luxe landelijk kantoorgebouw, ver van de leerlingen. Voorzitter van het college van bestuur van het Veenhoopcollege in Luttelgat voor onderwijs op maat. De veroordeling van deze plannen was algemeen. Dus wilde ik eens naar de boosdoeners zelf. De constante stijging van publieke topinkomens moet een eigen logica hebben als die ondanks alle publieke protesten gewoon doorgaat.

Op donderdagmiddag had de VO-raad, die van de loonexplosie dus, samen met drie andere organisaties een ‘Onderwijscafé’ georganiseerd. Dat is al nieuw. Er waren hier vier belangenverenigingen voor het lagere en middelbaar onderwijs bij elkaar die geen oude onderwijszuilen vertegenwoordigen, maar werkgevers van lager en voortgezet onderwijs. Sinds de afzonderlijke scholen zijn verzelfstandigd en met een eigen budget zijn toegerust, nemen de werkgeversorganisaties de wacht van oude zuilen over en worden ze de nieuwe gangmakers. De VO-raad bestaat slechts anderhalf jaar, maar is dankzij de effectieve publieke lobby van directeur Sjoerd Slagter, het bekendst. De beloningsleidraad brengt hem in het centrum van de aandacht.

Op het Onderwijscafé in Den Haag kunnen de deels onderling concurrerende organisaties voor onderwijswerkgevers zich samen presenteren aan politiek Den Haag. De bijeenkomst was georganiseerd in een veel te benauwd zaaltje in Studio Dudok. De ruimte heeft als enig voordeel dat die pal tegenover het Binnenhof ligt, dichtbij de Kamerleden. Het puilde uit van kaderfiguren uit het onderwijs. Die spreken geen Nederlands maar drukken zich uit in een zelf gebrouwen alfabetsoep van afkortingen. Die staan voor de talrijke maatschappelijke taken die een school tegenwoordig heeft. Ze leveren veel administratief werk op. Kleine scholen kunnen dat niet in hun eentje aan en klonteren daarom samen in grotere eenheden.

Ik moest mijn buren vaak om een vertaling vragen van wat het allemaal betekende. Om te beginnen, wat is een Zat? Dat is dus een Zorgadviesteam van leraren en jeugdhulpverleners om de zogenoemde zorgleerling op te sporen en te helpen. Ook diens ouders moeten dan ondersteuning krijgen. De school als GGZinstelling. Het was het thema van deze middag: ‘Elk kind een kans -een passend onderwijs in 2011’. Wat ik ervan begreep, klonk weinig hoopgevend. Er komen startsubsidies van een nieuw verwijzingssysteem voor probleemleerlingen van wie er elk jaar meer zijn. De jeugd wordt steeds zieker, dat is zeker. Een zogenoemde transferdeskundige kan de zorgleerling en diens ouders in het woud van jeugdhulpinstanties naar de juiste verwijzen. Dat wordt een gigantische organisatie. Een beetje meer orde in de klas – zoals vrijwel overal in het buitenland – lijkt mij een effectiever middel tegen de vele nieuwe soorten concentratiestoornissen die zich onder leerlingen voordoen. Een kleine school waar de leraar iedereen kent, helpt ook. Maar dat is niet de weg die wordt gekozen.

Uit de zaal werd geklaagd dat de hulpverleners van alle betrokken organisaties elkaar helemaal niet kennen en niet met elkaar praten. Maar er moesten voor de zorg wél meer FTE’s bij. Dat zijn equivalenten van een fulltime baan die dan weer door verscheidene deeltijders worden bezet. Om die met elkaar te laten praten heb je nog méér FTE’s nodig, maar die kennen elkaar weer niet, dus vraag je nóg meer FTE’s om de gaten te dichten.

Zulke grootschalige chaos vraagt om sterke leiders. Die zijn in opkomst bij scholen ten koste van de bevlogen leraar die tot rector wordt bevorderd maar ook als beroepskracht voor de klas blijft staan en slechts een paar schalen stijgt in de CAO. De nieuwe beroepsbestuurder is een dolende ridder die problemen oplost en zelfstandig over zijn inkomen onderhandelt. Zijn meerwaarde voor de samenleving en zijn gezag worden niet uitgedrukt in professionaliteit maar in geld. En wegens het afbreukrisico bij het vervullen van al die taken moeten er reserves bovenop, voor het pensioen bijvoorbeeld.

Het inkomen voor zo’n dolende ridder is een kolfje naar de hand van de Haygroup, het Amerikaanse bedrijf dat in Nederland vrijwel alle loonadviezen schrijft, van Shelldirecteur tot topambtenaar. Die worden daar niet slechter van. Het is wel opvallend dat veel publieke inkomens in Nederland hoger liggen dan in het grotere Amerika, want daar is men zuiniger met publiek geld. In Nederland heeft Hay zelfs het materiaal geleverd voor de commissie-Dijkstal die in 2005 advies gaf over salarissen van topmensen in de publieke sector. Hay mocht dus ook de beloningsleidraad samenstellen voor de topbestuurders van het onderwijs. Die hebben recht op meer geld. Maar de leraren verdienen al meer dan genoeg, schreef een medewerker van Hay voor Trouw. Maar waar komt dat lerarentekort dan vandaan? Omdat de scholen zijn verzelfstandigd en hun eigen financiële huishouding voeren, staat de politiek machteloos. De inkomens van schoolbestuurders zijn een zaak van de scholen zelf. De minister en de staatssecretaris van Onderwijs vonden dat de loonsverhogingen ‘het verkeerde signaal’ geven. Maar verbieden kunnen ze het niet.

De meeste schoolbestuurders houden zich nog aan de CAO met alle gebruikelijke pensioenrechten. Maar volgens Sjoerd Slagter is dat niet logisch en dan heeft hij een punt. Bestuurders moeten tegenwoordig als werkgevers met de werknemersbonden over die CAO onderhandelen. Dan kan toch beter een Raad van Toezicht het inkomen van de leider zelf bepalen? Die praktijk kennen we in ons land en het heeft bestuurders geen windeieren gelegd. Ze hoeven zich niet eens aan de beloningsleidraad te houden. Het is het kenmerk van een stuurloze samenleving.

Reacties: nrc.nl/huygen