Ieren storten Europa én eigen land in crisis

In Ierland zeggen zelfs voorstanders van het afgewezen verdrag dat hun regering nooit goed heeft uitgelegd waarom ze ‘ja’ moesten stemmen.

In Dublin vierden tegenstanders van het Europese Hervormingsverdrag gisteren dat een meerderheid van de kiezers het verdrag bij referendum heeft verworpen. (Foto AFP) Supporters of the 'No Vote' celebrate after the Lisbon Treaty was rejected at the Royal Dublin Society (RDS) in Dublin, on June 13, 2008. Ireland's rejection of the European Union's Lisbon reform treaty is a "considerable disappointment and potential setback" for the European Union, Irish Prime Minister Brian Cowen said. AFP PHOTO/ Paul McErlane AFP

Niets in het Merrionpark in het hart van Dublin wijst er op dat de Ieren de Europese Unie zojuist opnieuw in een crisis hebben gestort. Af en toe klinkt er hartelijk gelach van voorbijgangers die onbekommerd genieten van de kunsten van straatartiesten.

Sommige toeschouwers geven wel toe dat ze zich ongemakkelijk voelen over het ‘nee’ van hun volk bij het referendum van donderdag tegen het Europese Hervormingsverdrag. „Ik geloof dat we ons een hoop moeilijkheden op de hals hebben gehaald”, zegt Ruth Fitzsimons, een jonge vrouw die met een vriendin naar het park is gekomen. „Met onze afwijzing hebben we vast veel goodwill bij andere EU-lidstaten verspeeld.”

Zelf heeft ze voor het verdrag gestemd, zij het niet van harte. „Ik heb op zichzelf alle begrip voor de tegenstemmers. De regering heeft nooit goed uitgelegd waarom we nu eigenlijk voor dit verdrag moesten stemmen en de Ieren laten zich niet zo maar voorschrijven wat ze moeten stemmen.”

Op een steenworp afstand heeft de pas vorige maand aangetreden premier Brian Cowen op het bordes voor zijn kantoor zojuist het boetekleed aangetrokken. „Hebben we goed genoeg overgebracht waar het ons om ging? Nee, duidelijk niet”, aldus de zichtbaar aangeslagen taoiseach (spreek uit: tiesjok), zoals de Ieren hun premier noemen. Deemoedig verklaarde hij dat de regering het oordeel van het volk aanvaardt en respecteert.

Maar Cowen draaide er niet om heen dat zijn regering door het oordeel van de kiezers in een zeldzaam lastig parket is gekomen. „Dit valt niet even snel te repareren”, zei hij een paar keer.

Kon zijn voorganger Bertie Ahern in 2001, toen de Ieren in eerste instantie het Verdrag van Nice hadden afgewezen, nog aanvoeren dat de opkomst zo laag was geweest – 35 procent – dat een tweede referendum over een licht gewijzigd ‘Nice’ enige tijd later gerechtvaardigd was, Cowen heeft dat excuus niet. De opkomst was donderdag met 55 procent beter dan bij beide edities van ‘Nice’. Het is bovendien zeer de vraag of de rest van de EU bereid is nieuwe concessies aan Ierland te doen.

Zo somber als Cowen en zijn ministers waren, zo opgetogen was de rijke zakenman Declan Ganley, die met zijn speciaal tegen Lissabon opgerichte Libertas-beweging de grote gangmaker was van het nee-kamp. Hij sprak van een grote dag voor de Ieren en voor de democratie. Ganley waarschuwde overigens dat de uitslag niet moet worden uitgelegd als teken dat Ierland anti-Europees is geworden.

Voor Europese waarnemers blijft het intussen raadselachtig waarom uitgerekend de Ieren, die meer voordeel hebben gehad van hun EU-lidmaatschap dan welk land ook, zich zo weerbarstig tonen bij het goedkeuren van Europese verdragen.

De Libertas-voorman heeft echter wel gelijk. Het leeuwendeel van de nee-stemmers geeft grif toe dat Ierland veel aan de EU te danken heeft. Voor hen speelden andere factoren een rol. Sommigen waren bevreesd dat de vanouds gekoesterde neutraliteit van Ierland in gevaar zou komen. Anderen hechtten geloof aan de bewering uit het nee-kamp dat het Hervormingsverdrag abortus zou legaliseren, hoewel er in de tekst met geen woord over abortus wordt gerept. Anderen hechtten geloof aan de evenmin bewezen stelling van Ganley dat de lage Ierse belasting op bedrijfswinsten, algemeen gezien als een pijler van Ierlands economische succes, door het verdrag in gevaar zou komen.

Een handicap voor de regering was bovendien dat de Ierse economie na jaren van bloei tekenen van stagnatie begint te vertonen. „Vorig jaar om deze tijd zag je hier in de buurt nog overal grote hijskranen staan voor bouwprojecten”, zegt een man met een sjofel ribbeltjespak en sandalen die voor de Bodkins-pub in het noorden van Dublin een sigaret staat te roken. „Nu zijn die allemaal verdwenen.”

Hij heeft, zoals de meesten in dit armere deel van de Ierse hoofdstad, tegen het verdrag gestemd. „Ik heb het voorlichtingsmateriaal van de regering proberen te lezen, maar ik kon er geen touw aan vastknopen. Dus heb ik tegengestemd.” „De regering is hoe dan ook niet te vertrouwen”, mengt een ander zich in het gesprek.

Hij is de enige niet die er zo over denkt. Oud-premier Garrett Fitzgerald signaleerde gisteren dat de uitslag een gapende vertrouwenskloof tussen kiezer en politici heeft blootgelegd. Het voltallige politieke establishment, de belangrijkste oppositiepartijen incluis, had immers ‘ja’ aanbevolen. Zo hebben de kiezers dus niet alleen Europa, maar ook hun eigen land in een crisis gestort.

Premier Cowen staat nu voor de taak een uitweg uit de impasse te vinden, waarbij hij de EU én zijn landgenoten tevreden stelt. De taoiseach wilde gisteren een tweede referendum niet op voorhand uitsluiten. Misschien uit democratisch oogpunt niet de meest elegante oplossing, maar wat moet hij anders? „Ik wed dat we binnen een paar jaar weer hetzelfde verdrag krijgen voorgelegd”, lacht Ruth Fitzsimons.