Ieren mogen het zelf oplossen

Toen gisteren bleek dat de Ieren het EU-Hervormingsverdrag hadden verworpen, zei Brussel dat er respect voor de uitslag moet zijn, maar in één adem ook dat het verdrag niet dood is.

De Ieren hebben het gedaan, de Ieren mogen het oplossen. In Brussel was er gisteren niemand die het voor hen opnam, nadat ze het nieuwe EU-verdrag hadden afgewezen. De voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, zei dat er „respect” moest zijn voor die uitslag. Dat was meteen ook wel het aardigste dat Barroso over Ierland te zeggen had.

Jarenlang werd er gepraat over de manier waarop de Europese Unie beslissingen neemt, en over hoe dat veranderd zou moeten worden om Europa „democratischer, transparanter en efficiënter” te maken. Volgende week, als de Europese regeringsleiders weer bij elkaar komen in Brussel, zou het eindelijk moeten gaan over praktische problemen die „de mensen” bezighouden: olie- en voedselprijzen, veiligheid, milieu. Maar voor de zoveelste keer heeft Europa het weer over zichzelf.

Het nieuwe EU-verdrag moet in de plaats komen van de Europese Grondwet, die in 2005 werd afgewezen door Frankrijk en Nederland. Net als toen werd er de afgelopen weken gezegd dat er geen „plan B” was – de andere lidstaten, de Europese Commissie, niemand had een alternatieve oplossing klaarliggen.

Maar de reacties gisteren in Brussel en de belangrijkste Europese hoofdsteden waren eensluidend. Dáár waren wel afspraken over gemaakt. „Het is veel te vroeg om te zeggen dat het verdrag mislukt is”, zei een diplomaat uit een groot EU-land. „Het verdrag is niet dood”, zei Barroso. „Het verdrag leeft.” Alles moest vooral doorgaan.

Dus was het – zeiden Barroso, Europarlementariërs en diplomaten – heel belangrijk dat het Britse parlement het nieuwe verdrag volgende week goedkeurt. En dat daarna de Poolse president Kaczynski zijn handtekening onder het verdrag zet. „Dat zal de mensen opbeuren”, zei de Britse liberale Europarlementariër Andrew Duff gisteren. En daarna? Geen idee, zei Duff.

Duff, Barroso, president Janez Jansa van EU-voorzitter Slovenië, en ook nog de Franse president Nicolas Sarkozy en de Duitse bondskanselier Angela Merkel in hun gezamenlijke verklaring: allemaal maakten ze gisteren duidelijk dat ze nu wachten op „de analyse” van Ierland. Dat land moet nu zelf nagaan waar het ‘nee’ vandaan komt en wat er nu moet gebeuren.

Door het nieuwe verdrag zou het Europese parlement meer macht krijgen.

Vervolg referendum: pagina 5

Niemand heeft zin om weer te onderhandelen

De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, zou door het verdrag kleiner worden. En er zou een nieuwe permanente EU-voorzitter komen, een soort president – een gezicht om Europa te vertegenwoordigen in de wereld.

Het verdrag is van groot belang voor Europa, zeggen de EU-leiders die er de afgelopen jaren veel moeite voor hebben gedaan. Sarkozy bedacht dat er in plaats van de Europese Grondwet een minder ambitieus klinkend verdrag moest komen. Merkel leidde de onderhandelingen daarover. En Barroso verdedigde het, zoals hij elke dag Europa verdedigt.

Maar zonder Ierland is er geen verdrag. Dat geldt pas als het door álle 27 lidstaten is geratificeerd.

En dat maakt deze afwijzing erger dan de vorige, door Frankrijk en Nederland: er is nog meer werk voor niets gedaan. Maar er zijn ook redenen om te zeggen dat de situatie nu minder ernstig is dan in 2005: Frankrijk is een groot en machtig land in de EU. „Laten we eerlijk zijn”, zei een diplomaat uit een groot land gisteren: „Ierland vertegenwoordigt niet meer dan 1 procent van de EU-bevolking.”

In 2005 zagen Nederlandse diplomaten aankomen dat hun land de Grondwet ging afwijzen. Ze waren opgelucht toen Frankrijk dat net daarvoor al deed. Nederland stond niet alleen. Ierland nu wel.

Er zijn meer verschillen. Toen hadden nog maar negen landen de Grondwet geratificeerd, nu hebben de parlementen van achttien landen het nieuwe verdrag goedgekeurd. (In Nederland heeft de Tweede Kamer ermee ingestemd, en ligt het bij de Eerste Kamer). In 2005 zouden er meer referenda worden gehouden, nu is Ierland het enige land dat dat doet.

Als er iets veranderd zou worden in het verdrag, zou Ierland dat opnieuw kunnen doen. „Ik denk niet dat de Ierse politiek dat aankan”, zegt de Britse Europarlementariër Duff. „Ze hebben al zoveel referenda gehad, ze hebben laten zien dat ze er niet voor kunnen vechten.”

En wat zou er aan het verdrag veranderd moeten worden? Het zal niet meevallen iets te bedenken, zolang niemand precies weet waarom de Ieren het verdrag hebben afgewezen.

Wat ook kan: ophouden met praten over verdragen en gewoon doorgaan. Maar hoe leggen regeringsleiders dat uit, nadat ze jarenlang hebben gezegd dat de veranderingen dringend nodig waren? De problemen die Europa heeft, zei Barroso, zijn nog lang niet opgelost. „Het ratificatieproces gaat door. De andere EU-landen hebben het recht ook hun mening over het verdrag te uiten.”

Gaat Europa dan verder zonder de Ieren? Kan dat? Zou Ierland een soort Noorwegen kunnen worden, dat meedoet aan veel afspraken en overeenkomsten, maar niet mag stemmen in de Europese Unie? „Uitgesloten”, zeggen diplomaten, politici en ambtenaren. Ierland heeft bijvoorbeeld de euro. Duff: „Dan zit je in het hart van de EU, of je dat nu wilt of niet.”

Maar zulke ideeën – Ierland eruit – verhogen wel de druk op Ierland. Wordt het 26 tegen één?

Volgende week donderdag staat de Ierse premier Brian Cowen bij de ingang van het gebouw in Brussel waar de regeringsleiders altijd vergaderen, met een paar honderd journalisten om zich heen. Dan mag hij uitleggen wat er is misgegaan. En daarna nog eens, binnen bij zijn collega’s. Misschien zullen die het hem eerst niet erg moeilijk maken. „Maar niemand heeft zin om opnieuw te gaan onderhandelen”, zegt een diplomaat. Dus zal de druk op Ierland groot worden.

Maandag vergaderen de ministers van Buitenlandse Zaken in Luxemburg. Dan zal misschien blijken dat de EU toch verdeeld is, zoals zo vaak. De Tjechische president Klaus heeft al een afwijkende mening. „Dit project is voorbij. De ratificatie moet worden gestopt” , zei hij gisteren. „Ik hoop dat de uitslag voor iedereen duidelijk is.”