Homo en CU-politicus, gaat dat samen?

De ChristenUnie wil gastvrij zijn voor homo’s, aldus partijvoorzitter Peter Blokhuis. Maar niet iedereen in de achterban is het daarmee eens.

De achterban van de ChristenUnie, hier bijeen op een congres in 2007 in Zwolle, is verdeeld over de vraag of de partij zich mag laten vertegenwoordigen door homo’s. (Foto Peter Hilz) Nederland, Zwolle, 17 november 2007, ChristenUnie congres, de achterban / mannen in de partij / 18e Uniecongres in Zwolle / de achterban van de ChristenUnie / Partijcongres / Buitensociëteit in Zwolle. / leden / partijleden foto: Peter Hilz Hilz, Peter;Hollandse Hoogte

Mag een christelijke homo een relatie hebben? En zo ja, kan hij of zij dan ook de ChristenUnie vertegenwoordigen? Terwijl de media-aandacht zich de afgelopen weken toespitste op de positie van hun partij in het debat over embryoselectie, is voor de leden van de ChristenUnie die vandaag bijeen zijn op het voorjaarscongres in Zwolle, het homovraagstuk minstens even belangrijk.

De kleinste coalitiepartij stemt vandaag over de eerste schriftelijke gedragscode voor CU-bestuurders en -politici. Op het vorige congres, in november 2007, was er al een versie klaar, maar toen bleek er zo’n felle discussie te woeden over homoseksualiteit dat er een ‘commissie Representatie’ werd ingesteld.

Het Amsterdamse stadsdeelraadslid Yvette Lont, oud-prostituee en voorgangster in een pinkstergemeente, gooide eind zomer 2007 de knuppel in het hoenderhok door de homoseksuele praktijk in het Nederlands Dagblad een zonde te noemen die „de geestelijke dood” verdient. Die krachtterm trok ze later terug, maar Lont is en blijft van mening dat een homoseksuele leefwijze en een functie binnen de ChristenUnie onverenigbaar zijn. En daarin staat ze niet alleen.

Centrale vraag voor de commissie, die onder leiding stond van de Zwolse wethouder en oud-GPV-voorzitter Janco Cnossen, was welke eisen de partij aan haar vertegenwoordigers moet stellen, en welke rol „levenswijze en gedragingen” daarbij spelen. Na zes maanden volgde de conclusie: een CU-politicus of -bestuurder moet het gedachtengoed van de partij „geloofwaardig” kunnen uitdragen. Cruciaal bij de beoordeling zijn de gesprekken met selectiecommissies. Als een homoseksuele kandidaat getrouwd is of samenwoont, is dat „een relevant gegeven”. Maar er komt geen ‘zondenlijst’, en geen enkele levenswijze wordt bij voorbaat uitgesloten. „We laten het open, we kleuren niets in”, lichtte Cnossen toe.

Het partijbestuur schaarde zich achter het advies. Voorzitter Peter Blokhuis: „Homofielen zijn in onze kerken niet altijd voor vol aangezien. Ze hebben zich vaak in de kou gezet gevoeld. Daarom zeggen wij nu: laat de ChristenUnie zich nou níet weer over deze specifieke groep uitspreken, maar gastvrij zijn voor mensen van welke seksuele geaardheid dan ook. Onze achterban komt uit verschillende religieuze stromingen, en de ene kerk zegt dit, de andere dat. Als partij moet je een eigen koers varen. Daar staat iemands politieke geloofwaardigheid voorop.”

Voorzitter Erik Bolks van ContrariO, een vereniging voor homo’s en lesbiennes in de gereformeerde kerken, is „wel tevreden” met het advies. „Het zet de deur open voor homo’s.” Bolks werd vorig najaar lid van de ChristenUnie, zocht contact met onder anderen Arie Slob en was een van de mensen die door de commissie-Cnossen werd geconsulteerd bij het schrijven van het advies. Zijn politieke activiteiten ziet Bolks vooral als middel om de CU-achterban te bereiken. Vrijgemaakt, christelijk of Nederlands gereformeerd, of uit evangelische stromingen – volgens Bolks „worstelen gelovigen in al die kerken met vragen over homoseksualiteit”.

Zelf ging Bolks tot zijn studietijd alleen met mensen van vrijgemaakt gereformeerde huize om. Van zijn seksuele geaardheid werd hij zich pas bewust toen hij zonder duidelijke reden depressief werd. Hij praatte met een studieadviseur, met zijn ouders, met een dominee. Ze accepteerden hem, maar hij kwam er niet uit: mocht een goed christen iets met zijn homoseksuele gevoelens doen?

In de Bijbel staat niet veel over homoseksualiteit; enkele passages duiden op een verbod op het praktiseren ervan. De meeste gereformeerde kerken volgen het model van hoogleraar christelijke ethiek Jochem Douma, die in zijn boekje Homofilie uit 1973 een onderscheid maakte tussen homofilie en homoseksualiteit: het ‘zijn’ mag, maar het ‘doen’ mag niet.

Sinds de jaren tachtig hebben de kerken doorgaans een meer open houding, vertelt Bolk. Homo’s zelf verschillen van mening. „Ben je pro- of anti-relatie? Daar draait het om. Pro wil zeggen: ja, homo’s mogen relaties met elkaar aangaan, mits ze daarbij net als heteroseksuele christenen inzetten op een relatie van liefde en trouw. Anti betekent: homo zijn en ter kerke gaan kan, maar seks hebben niet.” Bolks zelf is nu single, maar pro-relatie. Het homohuwelijk hoeft van hem niet: dat ziet hij als een instituut voor man en vrouw. „Waarom moeten wij dat willen?”

Maar hij keurt andermans keuzes niet af, zegt Bolks. Een van de christelijke grondbeginselen is het niet veroordelen van andersdenkenden. „Dat is naastenliefde.” Hij verwacht dan ook geen „inquisitieondervragingen” bij de selectiegesprekken van de ChristenUnie: dit is ook de partij die op initiatief van Rouvoet een passage over bescherming van homoseksuelen in het regeerakkoord heeft laten opnemen.

Hoewel er op het congres zeker felle anti-homogeluiden zullen klinken, verwachten betrokkenen bij de partij dat de gedragscode vandaag wordt aangenomen. Lont heeft aangekondigd dat ze dan haar lidmaatschap opzegt. De voorzitter van de afdeling Zwolle, Liesbeth Venema-Stoppels, is al afgetreden. En commissielid Meindert Leerling, oud-Tweede Kamerlid voor de RPF, schreef in een brief aan het partijbestuur dat hij zich niet in het advies kan vinden. Hij onthoudt zich tot na het congres van verder commentaar.

Voorzitter Blokhuis, die deze week met „heel wat afdelingen” heeft gesproken, erkent dat er leden „ongerust” zijn. „Ze denken: de partij maakt een draai. In het debat over embryoselectie wil de ChristenUnie de coalitie niet voor het hoofd wil stoten, en nu is er ook nog deze gedragscode. Ze vrezen dat ons christelijk uitgangspunt straks niet meer herkenbaar is. Maar ik zeg tegen hen: mensen, we maken geen draai. De gedragscode is deels een antwoord op veranderingen in de tijd. Het enige verschil is dat we bepaalde dingen nu hebben opgeschreven.”

Blog vanaf het ChristenUnie-congres: nrc.nl/actueel