Friesland Vlees eist herstel goede naam

Minister Verburg (Landbouw) heeft geen onjuiste of misleidende uitspraken gedaan over de Friese slachterij waar zij in april extra controles heeft laten uitvoeren. Dit stelde de landsadvocaat gisteren tijdens het kort geding dat slachterij Friesland Vlees tegen de staat heeft aangespannen. Friesland Vlees staat sinds de controles op de rand van faillissement en eist herstel van de goede naam opdat ze weer het vertrouwen wint van de klanten.

Cruciaal in het dispuut is niet wat Verburg zelf precies zei, maar de vraag waarop de minister reageerde tijdens het gewraakte interview in het tv-programma Buitenhof van 6 april, stelde advocaat Harry Poort van Friesland Vlees. „Laten we het hebben over de kwaliteit van het vlees”, zei de interviewer tegen Verburg. „Donderdag heeft u een gesprek gehad met klokkenluider die werkzaam was bij de Algemene Inspectiedienst en er herhaaldelijk getuige van is geweest hoe dierenartsen zieke en dode dieren aangeboden hebben aan een abattoir.” In reactie op onder meer deze constatering zei Verburg dat de volgende dag controles van veewagens zouden beginnen aan de poort van het Friese slachthuis. Binnen twee dagen lag de aanvoer van runderen voor de slacht volledig stil.

Volgens de landsadvocaat is het duidelijk dat de controles die Verburg aankondigde alleen betrekking hadden op de toestand waarin het vee wordt aangevoerd. Dit is van belang omdat de transporteurs en de slachterij geheel verschillende bedrijven zijn en niet voor elkaars werk verantwoordelijk. Verburg trok dus niet de werkwijze van de slachterij in twijfel, stelde de landsadvocaat.

Friesland Vlees heeft sinds de uitzending van 6 april een groot deel van haar klandizie verloren omdat het bedrijf „besmet” is geraakt, zegt eigenaar Aaldert Wildeboer. Hij draait nu met een wekelijks verlies van rond de 50.000 euro. De rechtbank doet op 23 juni uitspraak.