Elke dag de klok vooruit

De Transmongolië Expres van Moskou naar Peking is een rijdende marktplaats. Handelaren rennen op slippers door de gang.

De Transmongolië Expres stopt op het station van Slyudyanka bij het Baikalmeer Foto’s AFP The Chinese trans-Mongolian train makes its first stop after crossing into Russia at the Siberian town of Slyudyanka on the southern shore of Lake Baikal 23 July 1999. This trans-Siberian branch line, which takes the Chinese train from Beijing to Moscow and back, has been open since the mid-1950s and is the main transporter of goods between the two countries. Two-way trade between the two neighbours fell 10-percent to 5.5 billion USD last year, its lowest level since 1995 and only a fraction of the 20 billion USD Moscow and Beijing had hoped for by 2000. AFP PHOTO/GOH Chai Hin AFP

Dag 1

De bijna 8000 km lange treinreis begint op het station Jaroslavskaja Vokzal in Moskou, een uit 1902 stammend, prachtig, ruim gebouw versierd met geglazuurde tegels.

Mongoolse handelaren verdringen elkaar voor het beste plekje op perron 3. De geplastificeerde balen handelswaar torenen boven hen uit. Donkere laconieke ogen. Van Ulan Bator in Mongolië naar Moskou, goederen inslaan, en terug naar Ulan Bator. De klantenkring staat klaar langs duizenden kilometers spoor.

De trein vertrekt, zonder enige aankondiging, precies om 21.35 uur. Op nonchalante (buitenlandse) reizigers wordt niet gewacht. Nergens.

Dag 2

Aan de andere kant van het raam geeft het ijle ochtendlicht een bijna mystieke glans aan heuvels en berkenbossen en veegt het, voor even, de grauwsluier van de houten huisjes. Tot ver in Siberië zie je huisjes gebouwd van balken en planken, grijs en zwart uitgesleten door wind, vorst en felle zon. Soms een kleurflits: opgeschilderde raamkozijnen, felblauw of hardroze.

Kirov, halverwege het traject Moskou-Oeral. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden munitiefabrieken uit westelijk Rusland hier naartoe verplaatst. Tot aan de perestrojka is deze stad verboden militair gebied gebleven.

De handelaren rennen op slippervoeten door de gang. De handelswaar, gisteravond onder elkaar verdeeld, wordt nu verzameld. Het is 10.00 uur.

In Rusland zijn 11 tijdzones. De Transmongolië Expres passeert 5 zones. We zetten onze horloges elke ochtend een uur vooruit.

Nog voordat de trein helemaal stilstaat ontstaat er een markt op het perron. Hangertjes vol kleding aan de treindeuren, plastic torso’s met glitterbloesjes, een kluwen gympen aan een stok, pakjes panty’s als een kaartspel in één hand. Luide aanprijzingen. Eén handelaar verdwijnt bij elke halte onder een berg felgekleurde nylon dekens en loopt zo over het perron. In Ulan Bator is hij ‘los’. De Russische clientèle trekt bloesjes en jassen over de dikke winterjassen aan, bevoelt dekens, knijpt in gympen en besluit in no-time tot een aanschaf. Kort, nukkig en zonder plichtplegingen staan de partijen tegenover elkaar. De handelaren springen pas op het laatste moment weer op de trein, de goederen mee naar binnen sleurend. De slippervoeten blijven door de gangen rennen.

Op 1777 km van Moskou passeert de trein de grens tussen Europa en Azië. Een witte obelisk met aan de ene zijde “Evropa” en aan de andere zijde “Asija”, markeert deze lijn. Het is 22.30 uur.

Na het Oeralgebergte stopt de trein ver na middernacht in Jekatarinenburg, (1813 kilometer van Moskou) door de Russische geschiedenis met een macabere bijklank opgezadeld. De laatste tsaar, Nicolaas II, en zijn familie werden hier op 17 juli 1918 door de Bolsjewieken vermoord. In 1998 zijn de stoffelijke resten van hem en een deel van zijn gezin bijgezet in een nis in de Pétrus-en-Paulus kathedraal in Sint Petersburg. Onlangs werd vastgesteld dat de twee skeletten, die in de zomer van 2007 in de buurt van Jekatarinenburg zijn opgegraven, van de tsarevitsj Aleksej en zijn zus Maria-Romanova zijn. Dit betekende het einde van alle speculaties rond de vermissing van deze tsarenkinderen. Ook Boris Jeltsin woonde in Jekaterinenburg.

Dag 3

West-Siberië. Uur na uur berkenbossen onder een heldere hemel. Telegraaflijnen als permanente potloodstrepen. Hier en daar groepjes dennenbomen, met ijzige stammen in witbevroren poelen. De houten huisjes staan dicht bij elkaar. De sneeuw bedekt de armoe. Hekken die nergens beginnen. Een man op een fonkelend rode brommer in niemandsland. Pelsjagers tussen de bomen, grote stappen in de diepe sneeuw. Het licht heeft een harde, staalgrijze glans.

Tegenover het hokje van de provodnik (conducteur) staat een samovar, een waterketel. Hieruit tappen wij heet water, tenzij de provodnik het kolenvuur verwaarloost. Ontbijt met oploskoffie en een soort suikerbrood, vliegensvlug op een perron gekocht. Onze voorraad bestaat verder uit cup-a-soup, thee, wijn en chips. Het suikerbrood blijkt 5 dagen oud. Het eveneens gekochte bakje gedroogde noedels heeft een doorgestreepte houdbaarheidsdatum. Naar buiten kijken is gelukkig tijdloos. In de leegte van het landschap af en toe sporen van machinaal getrokken voren, de felle zon laat ze in de kale steppe geel oplichten, houten dorpjes en eindeloze berkenbossen.

We rijden over een 500 meter brede rivier, de Irtysj en stoppen in Omsk, lange tijd slechts bewoond geweest door immigranten en gedeporteerden. De schrijver Dostojewski zat hier halverwege de negentiende eeuw vier jaar gevangen, waarvan hij getuigt in Levend begraven in Siberië.

De lucht wordt grijzer. In Barabinsk staat politie mannetje aan mannetje op het perron, wapenstok in de hand. Markt? Njet!

Maar niet eerder was de handel zó lucratief; vanuit ‘onze’ eersteklaswagon. De provodnik kijkt de andere kant uit.

Een politieagent lacht naar ons. ‘Where come from? ’Holland? Ah…Hiddink.’

Novosibirsk. De koopwaar kleurt weer het perron. De Mongolen kleden zich nu warm. Trui over trui over trui.

De hele middag heeft de provodnik op schoot deegballetjes gerold. Die dobberen nu in een pan bouillon op de samovar. In de restauratiewagen heersen een oude Russische vrouw en haar sloffende zoon. Op de kaart zo’n 40 gerechten. Wij eten 4 dagen borscht, rodebietensoep, met sneden zurig, bruin brood. De andere 39 gerechten: „njet”.

Dag 4

Wakker worden in Oost-Siberië aan het bevroren Baikalmeer (5000 kilometer van Moskou). Het grootste (636 km x 79 km) en diepste (1800 meter) zoetwaterreservoir ter wereld. De trein rijdt bijna vijf uur pal langs deze immense, bevroren binnenzee. IJsschotsen opgestuwd tegen de oevers. Sporen van sleeën, een enkele visser in dikke lagen bont bij een wak. De horizon gaat naadloos over in de zilverwitte lucht.

In Baikalsk ruilen de Mongolen glitterbloesjes voor gedroogde vis.

De trein buigt nu af naar het zuiden. We naderen de grens met Mongolië. Het landschap verandert. Aan de horizon blauwe bergen, dichterbij gelig land met onbuigzaam struikgewas waartussen hier en daar broodmagere paarden. De grensformaliteiten duren bijna zes uur. Zowel de Russische als Mongoolse grenspolitie doorzoeken systematisch, zwijgend, meter voor meter met zaklantaarns de trein.

Twee weken later wordt 1 kilo kwik in de Transmongolië Expres aangetroffen; illegale goudzoekers gebruiken het in Mongolië, waar de jonge goudaders exclusief door de Mongoolse overheid worden geëxploiteerd.

Dag 5, 6, 7

Adilbaator, de gids die ons in Ulan Bator, de hoofdstad van Mongolië, van de trein haalt, leeft net als de helft van de Mongoolse bevolking in de traditionele ronde witte, vilten tent, de ger. Zelfs hier in de hoofdstad bepalen deze tenten, naast imposante gebouwen van sovjetarchitectuur, het straatbeeld. Een stofwind afkomstig uit de Gobi overdekt alles met een gelig waas. Buiten de stad is er onmiddellijk de leegte. De tweebaansweg leidt recht naar de horizon; links en rechts taiga, af en toe schamele paardjes, magere geiten, en hier en daar ger-nederzettingen. Soms met een schotelantenne. Kamelen op afstand in trillerig licht. Een ovoo langs de weg verplicht tot eerbied. Bij deze berg stenen behangen met kleurrijke vodden worden steeds weer stenen geofferd voor het verleden, de toekomst en voor een voorspoedige reis.

Een uur zuidwaarts ligt Bogd Haan Monastry National Park op 1750 meter hoogte in deAltajwildernis. Hier staat ons gerkamp. De Mongolen geloven dat Bogd Haan de geïncarneerde lamaheerser was. Zijn klooster is een ruïne; ten prooi gevallen aan de vernielzucht van het communistisch bewind in de jaren dertig. Goulash van yakvlees, rijstmelksoep en hardgekookte eieren. Zoute yakthee. Airag, (gegiste paardenmelk) ofwel ‘liarvodka’ is voor de die-hards.

De Mongolen geloven dat als een mens sterft, huilen verkeerd is. De ziel zal verdrinken in de rivier van tranen en nooit het Paradijs bereiken. 49 dagen ritueel rouwen. Alleen zo kan de ziel van de gestorvene de goede weg naar het Paradijs afleggen en daardoor in de nakomelingen terugkeren. Een merkteken, op de stervende aangebracht, duikt dan op bij de kleinkinderen. Dit versterkt het geslacht. Adilbaator heeft een moedervlek op zijn elleboog. Van zijn grootmoeder.

Een ijle, hoge wind vergezelt de stilte. Een adelaar zweeft zijn onzichtbare achtbaan. Beige, groen, blauwgrijs en wit. De omgeving kleurt harmonie.

Dag 8

Voor de 1500 km van Ulan Bator naar Peking komt er een stoomlocomotief voor de wagons. De hele dag zwoegt de trein door de Gobi. Zandstormen teisteren het zicht. In de wagon hangt een gelige waas. Diergeraamten langs het spoor. Vage silhouetten van verlaten militaire sovjetinstallaties. De lucht is geel-wit. Nergens mensen.

In de grensplaats Elian, worden de treinonderstellen verwisseld. China heeft een smaller spoor. De rijtuigen worden compleet opgetakeld en de onderstellen omgeruild. Een verbazingwekkende operatie, in een half uur.

Dag 9

China. 06.00 uur. We zien weer mensen buiten! Een Chinees voorovergebogen fietsend op een dijkje. Een man achter een ossenkar. Chinezen met punthoed gebogen over hun akker. En heuvels met struiken. Jonge populierachtige aanplant langs het spoor, buigend onder de nog harde wind. In het zuidoosten bergen, waarover opeens, na Datong, de Chinese Muur slingert. Bloesembomen tussen afvalhopen. Plastic zakken in bomen en struiken, de plaag van onze tijd. Op de achtergrond een snelweg. In cultuur gebracht laagland. Supermoderne bouwinstallaties even verderop. Dan weer zwoegende werkers, armoedige trucks met stenen, wegenaanleg, tunnels. China in opkomst.

Om 13.00 uur Chinese muziek uit alle luidsprekers in de trein. De lakens worden opgehaald. Wc’s gaan op slot. Koffers en tassen verschijnen op stapels in de gang. Nog een half uur.

Peking!