Economie dwingt China en Taiwan tot dialoog

De verwachtingen over de politieke ontspanning tussen China en Taiwan zijn hoog. Toch is het erg onzeker of verder overleg tot doorbraken leidt.

Bettine Vriesekoop

Onder de passagiers van de eerste directe vlucht tussen Peking en Taipei – waarover afgelopen week overeenstemming is bereikt – op 4 juli zullen zich twintig Chinese bruidsparen bevinden. De symboliek is helder: Taiwan en China steunen elkaar in voor en tegenspoed. De vlucht heeft echter niets van een huwelijksreis, maar is eerder het eerste bedrijf van een Chinese interpretatie van Shakespeares liefdesdrama Romeo en Julia.

De onderhandelaars van de twee landen mogen in Peking een romantisch weekje achter de rug hebben, hun achterban is in alle staten. Op het vasteland is de populariteit van president Ma Ying-jeou van Taiwan tot ongekende hoogte gestegen omdat daar de indruk is ontstaan dat de hereniging met Taiwan nu snel zal komen. In Taiwan wordt alles wat de onderhandelaars doen met argusogen gevolgd, omdat daar velen vrezen dat Ma het eiland aan Peking zal uitverkopen.

De laatste formele besprekingen tussen China en Taiwan dateren uit 1999. Daarna raakte de relatie tussen twee uiterst verstoord omdat Taiwan onder leiding van de in 2000 tot president gekozen Chen Shui-bian openlijk streefde naar onafhankelijkheid. Peking bevroor daarop alle lopende gesprekken met het eiland dat door de leiders van het Chinese vasteland sinds 1949, toen de communisten de burgeroorlog wonnen en de nationalisten van Chiang Kai-shek naar het eiland vluchtten, als een afvallige provincie wordt gezien.

Ondanks de politieke verschillen is er de afgelopen twintig jaar een warme economische band tussen twee ontstaan. Zo heeft het Taiwanese bedrijfsleven in totaal zo’n 150 miljard euro in het vasteland geïnvesteerd en had in 2007 volgens cijfers uit Peking de export van Chinese goederen naar het eiland een totale waarde van 15 miljard euro. Taiwan exporteerde op zijn beurt voor 65 miljard euro naar China, bijna even veel als de Europese Unie.

De economische vervlechting van Taiwan en China blijft niet tot handel en buitenlandse investeringen beperkt. Volgens Guy Wittich van de Europese Kamer van Koophandel in Taipei zorgt met name de productie van computers voor intensief vrachtverkeer tussen de twee landen. In Taiwan zitten veel producenten van microchips die leveren aan fabrieken op het vasteland waar de onderdelen in computers en mobiele telefoons worden gezet. „Voor deze bedrijven zouden directe vrachtvluchten een enorme kostenbesparing beteken”, stelt Wittich.

De grote economische belangen schreeuwen om meer politieke afstemming tussen China en Taiwan. Maar het is zeer onzeker of die er ook komt op de manier zoals de Chinese captains of industry die graag zouden willen zien. „Enerzijds staan er grote economische belangen op het spel, anderzijds is het Taiwanese volk bang om onder de voet gelopen te worden door de machtige buurman”, beschrijft hoogleraar internationale betrekkingen Huang Chieh-Cheng van de Tamkang Universiteit in Taipei het politieke speelveld.

Vertolker van de Taiwanese angst om opgeslokt te worden door het grote China is de Democratische Progressieve Partij (DPP), die het begin dit jaar bij de verkiezingen tegen de Guomintang van Ma af moest leggen. „Ma’s strategie lijkt een goede stap, maar nu is al duidelijk dat Taiwan in het belang van China moet handelen en geen enkele eis kan stellen”, vindt buitenlandwoordvoerder Lin Chenwei van de DPP. Volgens Lin is het belangrijkste agendapunt van de besprekingen van afgelopen week, het instellen van vrachtvluchten, tegen de afspraken in door Peking van de agenda geschrapt.

Lin spreekt van een „nepvrede” en wijst erop dat China kruisraketten op Taiwan gericht houdt. „Dit noemen wij geen onderhandelingen, dit noemen wij uitlevering.” Bovendien maakt China het door zijn opstelling voor Taiwan onmogelijk om zijn belangen te bepleiten bij internationale gremia als de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en de Verenigde Naties.

Volgens professor Yin Cunyi van de Tsjinghua universiteit in Peking is het nog te vroeg om conclusies te trekken. „Als we consensus kunnen bereiken over onze relatie, dan zal China de internationale positie van Taiwan erkennen. Maar we moeten niet vergeten dat Taipei een jaar geleden nog de onafhankelijkheid wilde uitroepen.”