‘Doornenhaag’ aan de Afghaanse grens

Het tribale gebied in Pakistan, aan de grens met Afghanistan, wordt door het Westen gezien als een broeinest van terrorisme. Waarom juist dat gebied?

De binnenplaats is vol, lange matten zijn uitgerold en tientallen mannen en jongens zitten in kleermakerszit voor kommetjes met eten. Bij het licht van noodlampen – de stroom is weer eens uitgevallen – is te zien wat de pot schaft: aardappelen en bonen.

De Sarkari Serai, letterlijk gastenverblijf van de Pakistaanse regering, is feitelijk een armenhuis. Het biedt onderdak aan 180 mannen, maar aan de Jamrudweg in Peshawar, in het Pakistaanse grensgebied met Afghanistan, liggen iedere nacht nog honderden anderen zij aan zij in de middenberm te slapen.

De meeste mannen die wel onderdak hebben, zijn dagloners uit de FATA (federally administered tribal areas), en uit andere grensstreken die nu gelden als broedplaatsen voor terroristen. In een ervan kwamen eerder deze week dertien Pakistaanse militairen om, die getroffen werden door bommen uit een Amerikaanse bommenwerper. Het leidde tot protesten van het Pakistaanse leger en de regering. De Amerikanen houden vol dat de aanval legitiem was.

De 17-jarige Omar Zada is vanuit zijn gebied Bajaur naar Peshawar gekomen op zoek naar werk. „In Bajaur verdiende ik 100 rupees [iets minder dan 1 euro, red.] per dag en 200 als ik een goede baas vond, maar nu is er niets meer te vinden. Door de zelfmoordaanslagen en ander geweld is alles tot stilstand gekomen”, zegt Zada. Mohammed Ajaz komt uit Charsadda, aan de rand van de FATA. Hij werkt de hele dag in de bouw en krijgt dan 1,30 euro, zegt hij. Zijn vier dochters gingen tot voor kort naar een goede school en Ajaz werkte hard om het lesgeld van 13 euro per maand te betalen. „Maar het lukte niet meer, doordat het eten duurder werd en door gebrek aan werk. Ik heb hen van school gehaald. Nu gaan ze naar een madrassa.” Daar krijgen de meisjes alleen religieus onderwijs. „En ieder een kwart broodje per dag.”

Het is niet zo moeilijk te begrijpen waarom het zo slecht gaat in de stammengebieden, zegt Khaled Aziz. Hij staat aan het hoofd van de denktank Riport (regional institute of policy research and training) in Peshawar. „De Britten gebruikten de stammengebieden als ‘doornenhaag’ tegen de Russen”, zegt hij. De vrees was dat die India wilden afpakken, de parel in de kroon van het Britse Rijk. Het stammengebied werd met opzet onderontwikkeld gehouden, zodat de Russen zich daar stuk zouden lopen op oorlogszuchtige bergbewoners. Het is immers bekend dat wie ontwikkeld is geen zin meer heeft om te vechten”, zegt Aziz.

De Pakistaanse regering handhaafde de aparte status van de stammengebieden na de onafhankelijkheid in 1947, want met buren India en Afghanistan waren er nog genoeg andere kwesties waarbij een woest achtertuintje van pas kon komen. Het gevolg, zegt Aziz, is slechte gezondheidszorg en bittere armoede: „De alfabetiseringsgraad in Pakistan is 44 procent, in de North-West Frontier Province (NWFP) 35 procent en in de FATA-gebieden 17 procent.”

In drie van die gebieden was Aziz politiek agent, aangesteld door de regering in Islamabad en met de macht om de Frontier Crimes Regulation (FCR) naar eigen goeddunken toe te passen. De FCR benadert de stammen collectief. Hele families kunnen achter de tralies verdwijnen en dorpen worden voor straf plat-gebulldozerd als de stammen zich misdragen.

Volgens Aziz hebben opeenvolgende regeringen verzuimd de FATA-gebieden bij de moderne wereld te brengen en dat heeft geleid tot een ramp. „Vanaf 2004 hebben de militanten en Al-Qaeda zich daar gevestigd met een beroep op de Pashtun-erecode”, zegt Aziz. „Maar het werkte als een paard van Troje.” Volgens hem is na 9/11 de stammenstructuur welbewust met de grond gelijk gemaakt. „Er zijn 300 stamoudsten geëxecuteerd. Dat vacuüm is opgevuld door militanten”. Volgens Aziz is na de aardbeving eind 2005 de situatie nog verslechterd door aanwas van militanten uit Kashmir die hun kampen verplaatsten.

Ook buiten de stammengebieden hebben de militanten invloed gewonnen, maar volgens Afrasiab Khattak is onderhandelen de enige optie. Hij is in NWFP partijvoorzitter van de Awami National Party (ANP) die de provinciale regering leidt sinds de verkiezingen van februari. „De hardcore terroristen tierden welig door het beleid van de afgelopen jaren. Doordat burgerslachtoffers vielen, konden de terroristen underdog spelen, rekruteren en de gewone bevolking als kanonnenvoer gebruiken.”

Khattak onderhandelde in Swat en Dir, twee prinsdommen die pas in de jaren zestig bij de staat Pakistan werden gevoegd en tot die tijd geleid werden door een ‘nawab’. De nawab van Dir hield zijn onderdanen eronder door hen te verbannen als ze langer dan tien jaar onderwijs genoten. De overgang naar de moderne staat Pakistan leverde ook hier een machtsvacuüm op waar in de afgelopen jaren de militanten gebruik van maakten.

In Dir onderhandelde Khattak met de Tehrik-e-Nifaz-e-Shari’at. Die groepering eiste de invoering van de shari’a, islamitisch recht, en de seculiere ANP ging akkoord. Khattak: „In het Westen rinkelen alarmbellen, maar wees geduldig. In de tekst staat dat het gaat om de wetten zoals die eerder waren uitgevaardigd”. ‘Shari’a’ betekent in die uitleg niets meer dan ‘de wet’. Khattak leest voor uit het akkoord: „Ze hebben geweld afgezworen, binnenslands en buitenslands, ze hebben zelfmoordaanslagen veroordeeld, bommen met afstandsbediening, geweld tegen meisjesscholen, staatsbezit en privébezit. Ze hebben beloofd niet meer te ageren tegen poliovaccinaties.”

Iedereen is het wel eens over de langetermijnoplossing voor de grensgebieden: grootschalige ontwikkeling en democratisering. Volgens het Amerikaanse consulaat in Peshawar heeft de ontwikkelingsorganisatie USAID voor 300 miljoen dollar aan projecten gepland. Hoe op korte termijn het geweld kan worden tegengegaan, is een lastiger vraag.

De Amerikaanse opperbevelhebber in Irak, generaal David Petraeus, stelde eind vorige maand: „Een volgende 9/11-aanval kan uit de FATA-gebieden komen”. De uitspraak bracht de geruchtenmolen in Peshawar in versnelling. De verhouding tussen Amerikanen en Pakistanen is heel erg verslechterd, zegt een politicus die anoniem wil blijven. „Ze reageren nu ‘oog-om-oog’ op elkaar.”

Is dat niet wat vergezocht? „De Amerikanen waren tegen het bestand van de regering met de militanten van Baitullah Mehsud in Waziristan”, zegt de politicus. „En er volgde een Amerikaanse raketaanval op het Bajaurgebied.”

En de Pakistanen? „Baitullah Mehsud, de leider van de Pakistaanse Talibaan, kon ongestoord een persconferentie geven voor tientallen journalisten in Waziristan. Hoe is dat mogelijk? Baitullah is niet te traceren of te arresteren, maar een grote groep journalisten rijdt er zo heen.” Tijdens de persconferentie schepte Baitullah op: „De ongelovigen hebben nucleaire massavernietigingswapens; wij hebben zelfmoordbommen die we als precisiewapens inzetten”. Een westerse diplomaat die eveneens anonimiteit eist, constateert dat de pr-stunt van Baitullah Mehsud „niet mogelijk was zonder steun op de achtergrond.”