De nieuwe elite

Voetballers en cabaretiers mogen alles wat ministers en Kamerleden niet mogen.

Cabaret en voetbal vormen twee bedrijfstakken waar steeds sneller steeds meer geld wordt verdiend. Het royale inkomen gaat gepaard met toenemende macht en invloed. Macht over de media, macht over het publiek, macht over de publieke opinie.

Youp van ’t Hek schreef in deze krant dat vice-premier Rouvoet op werkbezoek met excellentie wenst te worden aangesproken. Van ’t Hek kent de reikwijdte van zijn vrolijke sneren. Als hij Buckler uit de markt kan kletsen, is het een koud kunstje om Rouvoet op de knieën te krijgen, niet uit godsvrucht maar om genade smekend. De brigade van Geenstijl.nl en andere semi-professionele ‘ga eens deaud!-roepers begonnen op internet een jihad tegen Rouvoet. Ontkenning van Rouvoets woordvoerder was niet opgewassen tegen het digitale volksgericht. Op het forum van dagblad Spits noteerde een debater: ‘Ik hoop dat je sterft, Rouvoet. Sterf en brand in de hel (..).’ En zo verder. Een week na zijn beschuldiging deed Van ’t Hek het nog eens dunnetjes over. Waarna Rouvoet andermaal massaal dood werd gewenst.

En dit om een broodje-aap verhaal. Ook Rouvoet bezit genoeg werkelijkheidszin om te beseffen dat geen ziel in dit land nog overweegt om de premier of ministers aan te spreken met excellentie.

Trainers en voetballers daarentegen krijgen vaak vol bewondering koninklijke of aristocratische bijnamen toebedeeld. Denk aan de bijnamen voor voetbaltrainers. Rinus Michels – de generaal. Leo Beenhakker – Don Leo. Trainers vormen de nieuwe elite, samen met de prominente young Turcs van het Nederlands Elftal. Deze jonkies zijn de nieuwe boven ons gestelden. Behalve om hun talenten worden zij bewonderd om precies dát gedrag tegenover journalisten waar politici, die meelijwekkende schoenlappers, nu juist meedogenloos op worden afgerekend.

Reporter Ben Maalderink probeerde een tijdje geleden in de buurt te komen van de auto van sterspits Robin van Persie. De international liet het autoraampje zakken, keek de reporter één moment smalend aan, haalde de miljonairsneus op en scheurde weg.

Voor politici betekent een nukkig of nuffig zwijgen tegenover een journalist of zelfs een quasi-journalist juist bijna zelfmoord. Toen PvdA-minister Vogelaar eerder dit jaar even geen zin had om te antwoorden op de vraag van een grapjurk van de website Geenstijl die zich voordeed als reporter, ging de discussie niet over de vraag of ministers hun tijd moeten verspillen aan werkelijk iedere querulant-met-microfoon maar over ‘de geloofwaardigheid van Vogelaar’. Zij had direct een imagoprobleem.

Maar in kringen van selfmade grapjassen is gedrag à la Vogelaar juist een keurmerk van eigenzinnigheid en gezond non-conformisme. Cabaretiers hebben er belang bij bekend te staan als onaangepaste avonturiers. Zo’n imago plaveit de weg naar breed gedeelde adoratie. Hun toenemende macht drukt zich uit in een steeds beter gevulde portemonnee. Met een jaarinkomen dat gemakkelijk de Balkenende-norm drie keer overstijgt, staan cabaretiers ‘de Haagse kliek’ te dissen, om na afloop van hun theatertournee een gage te toucheren waar een gemiddeld kamerlid van de SP acht jaar lang zestig uur per week voor moet werken.

In een samenleving waarin iedereen zich het odium van bohémien aanmeet, moet de cabaretier zijn onaangepastheid steeds hoger opvoeren. In de praktijk betekent het dat de cabaretier Micha Wertheim in een provinciestad in Limburg een nietsvermoedende rolstoelgebruiker vernedert en uitscheldt, net zolang tot de invalide onthutst de zaal uit rolt. Reden van Wertheims Publikumsbeschimpfung? De cabaretier was uit zijn concentratie gebracht door het oplichtend mechaniekje van diens rolstoel. Niets is heilig voor de cabaretier – behalve natuurlijk zijn kostbare en broze concentratie.

In de persoon van Theo Maassen komt de gepriviligeerdheid van de voetballer en de cabaretier samen. Maassen, PSV-supporter en hartstochtelijk amateurvoetballer, haalde ooit het nieuws doordat hij een Europa-cup beker uit de PSV-kantine had gepikt. Een paar jaar later herhaalde de dekselse kwajongen zijn streek. De buit kwam hij laten zien in ‘Sport Studio’, waar presentator Jack van Gelder gierde van het lachen om de strapatsen van Maassen.

Hadden twee scooter-rijdende Marokkanen van zestien uit de Eindhovense wijk Woensel-West dezelfde stunt uitgehaald, dan waren de reacties vermoedelijk anders geweest. Bij Jack van Gelder had er geen lach afgekund, een withete vleugeladjudant van Geert Wilders had Kamervragen ingediend, en op Geenstijl had zich direct een virtuele lynchpartij voltrokken. De ‘ludieke actie’ was weggezet als een symptoom van de normvervaging onder allochtone jongeren.

En zie maar eens wat er gebeurt als een fotografe met een camera van negenduizend euro Amsterdam-Slotervaart in trekt. Als een slechtgehumeurde Marokkaanse scholier de fotografe die camera uit handen slaat, komt die scholier niet weg met een excuusje en het aanbod de helft van de schade te vergoeden. Op z’n minst brengt een team onder leiding van Ahmed Marcouch himself een huisbezoek aan de ouders van de vandaal. Gek, Theo Maassen betastte op het podium ooit een vrouw die daar niet van was gediend, pikte twee keer kostbare spullen uit een voetbalkantine en sloeg een peperdure camera kapot, en nóg gaan Kick van der Veer en Jacques Klöters niet op bezoek bij de ouders of het management van deze probleem-dertiger.

Joost Zwagerman