‘De agenda is altijd overvol’

Michael van Gessel (1948) is landschapsarchitect. Vandaag opent een tentoonstelling in Apeldoorn over zijn werk. Van Gessel woont en werkt in Amsterdam. „Ik besteed niet meer dan anderhalf uur per dag aan mails. Anders word ik gek.”

‘Mijn tekeningen staan als een huis’ (Foto Leo van Velzen) Amsterdam, 09-06-08. Michael van Gessel, landschaps-architect. Foto Leo van Velzen NrcHb. Velzen, Leo van

Donderdag 5 juni

Dinsdag, woensdag en donderdag zitten altijd vol afspraken. Maandag coördineert half Nederland de andere helft en vrijdag houdt half Nederland al op met werken en heerst er relatieve rust.

Vanmorgen een afspraak met de ING over een nieuw gebouw op de plek van het gebombardeerde huis in het landgoed Hof te Dieren. Met historiserende architectuur heb ik moeite. De grens tussen een intelligente eigentijdse interpretatie van een klassiek idioom en nep architectuur is flinterdun en zó overschreden.

Aansluitend een gesprek met Han Michel en Maarten Smit over het Justus van Effenblok in Spangen. Dit monumentale wooncomplex is totaal uitgeleefd en dient gerenoveerd te worden. De herinrichting van het binnenterrein is van cruciale betekenis. Mijn voorstel is ontwapenend simpel maar, zoals zo vaak, erg kostbaar.

Als een speer naar Weert om samen met Ron Blom van het Utrechts Landschap te praten met de voormalige eigenaar van landgoed De Paltz bij Soesterberg waar ik een visie voor ga maken.

Terug in Amsterdam, restanten van de lunch naar binnen gefrommeld, en direct door naar René van Engelenburg (Pleinmuseum) die mijn tentoonstelling heeft ontworpen en nu met Coen Bouman het concept uitwerkt. De expositie gaat over mijn werk en dat van de jonge landschapsarchitect Patrick McCabe en is onderdeel van de eerste Internationale Triënnale Apeldoorn, 100 dagen cultuur, tuin en landschap. Het is geheel digitaal. Zesenzestig beamers projecteren tekeningen, luchtfoto’s en inspiratiebeelden op de vloer en beelden op twee wanden. Bezoekers lopen door tekeningen die overgaan in de werkelijkheid. We nemen de vijf geselecteerde projecten door. Hier en daar moeten er dingen worden aangepast. Moeilijk, want het kost de computers bijna twintig uur om veranderingen door te voeren.

Op weg naar huis even gegeten bij mijn ster en beheerster van mijn beeldarchief Adelaïda. Vervolgens beelden van Park Groeneveld in Baarn geselecteerd (mijn afstudeerproject) voor de lezing van morgen die ik nog moet voorbereiden.

Vrijdag

Klokslag kwart voor acht staat Gunduz op de stoep. Hij is gepensioneerd als sociaal raadsman en bekijkt, print en archiveert al mijn emails. De hoeveelheid is zo onvoorstelbaar groot dat ik besloten heb daar niet meer dan anderhalf uur per dag aan te besteden. Anders word ik gek.

Iedere dag besteed ik dik een uur aan één of andere vorm van lichaamstraining. Alleen met een gezond en energiek lijf is dit tempo van leven en werken mogelijk. Vandaag is dat met persoonlijk begeleidster Judith.

Alles weer op sterkte, ga ik naar de Hogeschool Larenstein in Velp waar een afscheidssymposium wordt gehouden voor Michiel den Ruijter, landschapsarchitect en hoofddocent. Ik zie altijd op tegen het geven van voordrachten, maar als ik er eenmaal sta, gaat het redelijk vanzelf. Ik spreek aan de hand van beelden en vanuit mijn hart. Een zinvolle bijeenkomst. We spraken over de waarde van de verschillende landschapsarchitectuuropleidingen en hoe de vakwereld daar meer bij te betrekken. Het blijven twee werelden. De opleidingen zijn goed en degelijk maar missen de noodzakelijke verbeelding.

’s Avonds thuis signeer ik boeken. Ruim twee jaar geleden is Erik de Jong, architectuurhistoricus, een monografie over mijn werk begonnen. Geholpen door Christian Bertram is het een monumentaal boek geworden. Ik ben ietwat verdwaasd dat het er nu ook werkelijk ligt en ontroerd door de schoonheid van de foto’s van Kim Zwarts en de vormgeving van Reynoud Homan. Mijn tekeningen staan als een huis. De essays van vakgenoten zijn indrukwekkend door hun glasheldere analyses. Ik ben apetrots.

Zaterdag

De zaterdag start altijd met de Boerenmarkt om groenten, kaas en eieren voor de week te halen en vis voor het weekend. Dan koffie met Peter en Jonathan om vervolgens te trainen. Zaterdag is een van-alles-wat dag met één maal in de maand (vandaag) de rekeningen. Gelukkig helpt Gunduz mij daarbij.

’s Avonds vertrek ik naar Alem bij Zaltbommel voor de 60ste verjaardag van Pieter van Walree, ex-collega bij bureau B +B en trouwe vriend. Het is een soort reünie onder andere met mensen uit mijn studietijd in Wageningen.

Zondag

Ook al was ik laat thuis, toch begint de dag, zoals gewoonlijk, om kwart over zes. Zondagen zijn heerlijk. Dan kan ik uren achter elkaar in alle rust, stilte en concentratie tekenen. De tijd vliegt voorbij. Het zijn geluksmomenten. Ik drink koffie bij Noor en Maartje die, nadat ik hun tuin had ontworpen, dikke vrienden van mij zijn geworden.

Vandaag werk ik de stalen erf afscheiding uit voor de Raad van State, pas ik de vorm aan van een eiland in het Waterpark Osdorp wat in uitvoering is en verbeeld ik het concept voor de binnentuin van een voormalig bankgebouw aan het Rembrandtplein. Tussendoor heb ik nog een uitgebreid telefoongesprek met Leslie, mijn dierbare tweelingzus die in Grenoble woont.

Nog even gesport en daarna naar Joke en Maurits Klaren die een etentje geven. Berengezellig met Liesbeth, Herman, Erna en Babs en .... voortreffelijke eten.

Maandag

Begonnen met trainer Judith. Ik probeer deze dag op de vele mails van afgelopen week te reageren. Tussendoor een gesprek over de transformatie van de flat Kleiberg in de Bijlmermeer. Al mijn projecten zijn luxe problemen vergeleken met de K-buurt. Ik heb groot ontzag voor het doorzettingsvermogen en optimisme van de mensen die in dit stadsdeel de renovatie van de grond trekken. Hier gebeurt echt iets wezenlijks.

Om half zes zit ik weer bij de ING om met hen en Ton Schaap, mede supervisor voor de wijk Overhoeks, van gedachten te wisselen over de ontwikkeling van dit gebied aan de overzijde van het IJ. Het fascineert me hoe je stedelijk leven ook in dit deel van de stad zou kunnen laten landen.

Iedereen gaat dan naar voetbal kijken en ik fiets door een lege stad naar de 65ste verjaardag van Pieter van Empelen, projectleider van de Hermitage Amsterdam waarvoor ik de tuin heb ontworpen en zanger/pianist bij Don Quishocking. Uit open ramen en cafés hoor ik gejuich. Ik ben blij voor Nederland. Het is een heerlijke zomeravond en Pieter zingt een broos en ontroerend lied.

Dinsdag

Met Kees Rijnboutt, al zo’n 10 jaar mede supervisor van de ontwikkelingen langs de Zuidelijk IJ-oever, spreek ik met Moriko Kira over haar nieuwbouw aan de De Ruyterkade en daarna hebben we een even pittig als inspirerend onderhoud met een belangrijke toekomstige huurder op het Oosterdokseiland.

Bij het stadsdeel Osdorp de laatste details doorgenomen van de aanleg van een kadewand en een groen dak op de ondergrondse parkeergarage tussen de woontorens die grenzen aan het Waterpark. Vervolgens het project bezocht. Het geeft een kick om te zien hoe die stoere draglines je park langzamerhand steeds meer de vorm geven die je lang geleden al voor ogen had.

De afspraak met Kasteel Amerongen is afgezegd. Ineens een dagdeel voor mezelf. Heerlijk! Ik neem rustig het bestek door voor de tuinen bij de Raad van State.

Woensdag

Het is zover. De opening van de Triënnale in Radio Kootwijk op de Hoge Veluwe. Ik rij erheen met Patrick Mc Cabe die ik uitkoos als de jonge, veelbelovende landschapsarchitect die met mij de tentoonstelling deelt. Een intelligente, gevoelige en poëtische ontwerper. Ik gun hem deze aandacht van ganser harte. Bert van Meggelen heeft een prachtig openingsritueel geënsceneerd met adembenemende muziek die dit weidse landschap vult. Na afloop heeft de koningin een gesprek met een aantal landschapsarchitecten waaronder Patrick en ik over het landschap en het vak. Het is buitengewoon geanimeerd en het gaat ergens over.

Ik heb grote waardering voor een ieder die vol overgave en naar beste kunnen zijn of haar vak uitoefent of dat nu de Koningin is of Annie, mijn trouwe hulp uit de Jordaan.

‘s Middags naar Twickel waar de bruggen in het park zo goed als klaar zijn. Ik moet kijken naar de kleur en de diepte van de voegen in het natuursteen en de aansluiting op het maaiveld en aanwijzingen gegeven over de aanleg van rustieke natuurstenen trappen naar de top van ‘Het Bergje’. Mooi en dankbaar werk om te doen. Even niet al die abstracte, conceptuele of planologische discussies, maar iets lekker concreets.

’s Avonds terug in Apeldoorn voor een diner in de Nettenfabriek. Onze tentoonstelling is nog niet gereed, maar de beamers laten golvend water zien. Het is ontroerend mooi en heeft met zijn 600 m2 een indrukwekkende schaal. Prachtig!

Ook de naastgelegen tentoonstelling ‘Power of Place’ bekeken met onder andere schitterend werk van Erik Odijk en Sanne Peper, een poëtische tuin van Esther van der Wiel en een stoer landschap van asfalt van Observatorium.

Donderdag 12 juni

Na Judith het maandelijkse overleg over de vernieuwing van Artis met een internationale groep adviseurs. De agenda is altijd overvol en het gaat over van alles: dierverblijven, collectievorming, verlichting, nieuwe economische dragers, educatie, landschap, cultuurhistorie, meubilair, bewegwijzering, duurzaamheid. Boeiend.

’s Middags naar Kröller Müller voor de opening van ‘Nieuw Nederlands landschap in fotografie’. Ik neem deel aan een paneldiscussie onder leiding van Tracy Metz. De tentoonstelling is buitengewoon mooi. Landschapsfotografie inspireert en verandert je blik op en appreciatie van het landschap.