‘Burgers voelen zich in EU niet serieus genomen’

Een grote teleurstelling, zegt de ene Nederlandse Europa-deskundige over de Ierse afwijzing. Maar, zegt een ander, Europa is ook verkeerd bezig.

Een paradoxale situatie, zegt de Europa-watcher Mendeltje van Keulen van de Haagse denktank ‘Clingendael’ over de Ierse afwijzing van het nieuwe Europese verdrag, ook wel het Verdrag van Lissabon genoemd. „Uitgerekend dit verdrag, dat bedoeld was om Europa meer slagkracht en smoel te geven en de Europese ambities op terreinen als veiligheid, milieu en klimaat te realiseren, vindt geen goedkeuring in de ogen van veel burgers.”

Ze spreekt van „een ontzettende teleurstelling”. „Niet zo zeer omdat de Ieren ‘nee’ hebben gezegd, maar veeleer omdat het weer niet is gelukt de argumenten die voor het verdrag pleiten overtuigend over het voetlicht te brengen.”

Van Keulen werkte na het Nederlandse ‘nee’ tegen de Europese Grondwet (op 1 juni 2005) mee aan het rapport dat de Wetenschappelijke Raad van het Regeringsbeleid (WRR) vorig jaar uitbracht over manieren om de kloof tussen ‘Europa’ en de burger te dichten.

De WRR adviseerde onder andere (voorzichtig) door te gaan met volksraadplegingen. Als burgers daar meer ervaring mee opdoen, zouden ze een geschikt instrument zijn om het publieke draagvlak voor overheidsbeleid te verstevigen. Kijk maar naar Ierland, aldus de rapporteurs.

Nu zegt Van Keulen: „Dit Ierse referendum logenstraft onze voorspelling. Kennelijk zorgt ervaring met referenda niet per se voor een afgewogen debat. De Ieren hébben veel ervaring met referenda en toch is het een tamelijk onbekende speler, de actiegroep Libertas, gelukt om met een hele goeie nee-campagne de toon te zetten. Daar viel voor het ja-kamp bijna niet tegenop te argumenteren, ook al heeft dat wel steken laten vallen.”

Het is volgens Van Keulen nog te vroeg om te voorspellen welke kant het met ‘Europa’ nu verder op zal gaan. „Dat wist Nederland op 2 juni 2005 ook niet. De één zegt nu ‘Lissabon is dood’ en de ander vindt dat er ‘met Ierland gepraat moet worden’, omdat het toch niet zo kan zijn dat een kleine miljoen Ierse neestemmers de Europese Unie in hun greep houden. Maar ik zie eerlijk gezegd niet zo veel mogelijkheden dit nog in het huidige verdrag glad te strijken.”

Het Ierse ‘nee’ bevestigt volgens Willem Bos van het Comité Ander Europa dat de huidige Europese Unie op een dood spoor zit. Bos was in 2005 bij het Nederlandse referendum een van de aanvoerders van de nee-campagne.

De Ieren staan volgens Bos net zo min als de Nederlanders afwijzend tegenover Europa, maar wel tegenover „dit Europa”. Hij bedoelt: „Een Europa waarin nationale politieke elites van bovenaf en op nogal ondoorzichtige wijze politiek bedrijven.”

„De Ierse uitslagen vertonen hetzelfde beeld als destijds de Nederlandse: mensen die niet profiteren van de globalisering rekenen dat Europa aan. Ook in Ierland voerden regering en maatschappelijk middenveld campagne vóór het verdrag en net als in Nederland hebben de Ierse kiezers hun oproepen in de wind geslagen”, aldus Bos.

De wijze waarop de EU-regeringen na het ‘nee’ van de Franse en Nederlandse kiezers uit 2005 zijn doorgegaan, heeft volgens Bos het publieke wantrouwen eerder groter dan kleiner gemaakt. „Het nieuwe verdrag verschilt qua vorm wel van de Europese Grondwet, maar qua inhoud nauwelijks. Als men dan toch probeert dat er door te drukken, moet men niet vreemd opkijken dat burgers zich niet serieus genomen voelen. Zolang die manier van werken niet verandert, is men in Europa verkeerd bezig.”