Bavianenoorlog

Op de Kaap zoeken buitenlanders, yuppen en apen een goed heenkomen.

‘Bavianen zijn erger dan zwarten’ (Foto AFP) AP/ A Hamadryas baboon named "Baines" keeps cool by eating an ice cube with a slice of orange in it that was given to him by his keepers at The Riverbanks Zoo in Columbia. Associated Press

Toen de Somalische vluchtelingen twee weken geleden neerstreken in het tentenkamp op de uiterste punt van Kaap de Goede Hoop, stuurden sommige inwoners in de dichtstbijzijnde nederzetting dekens en zakken brood. Maar Tante Doris niet. „Je kunt maar beter niet betrokken worden bij die onzin met de buitenlanders, het is niet onze oorlog’’, zegt ze door de tralies van haar winkeltje in Scarborough, dat ze de Mickey Mouse Trap heeft genoemd. Tante Doris voert haar eigen oorlog.

In de zestien jaar dat ze dit winkeltje nu runt vanuit de donkere kelder onder het enige restaurant in het dorp, hebben ze haar getreiterd, aangerand, beroofd, letterlijk kaalgeplukt. „Eentje heeft een vuist vol haar uit mijn hoofd getrokken’’, vertelt ze. Een ander beet zo hard in haar duim dat ze weken later de afdrukken van zijn tanden nog in haar verschrompelde huid zag staan. Toen ze was uitgegild, zag ze de indringers nog net met twee zakken brood onder de arm door het raam kruipen. Later bleken ook haar muffins, haar eieren en haar zoete cakejes verdwenen. De naar schatting 330 bavianen in Scarborough en omstreken zijn niet langer in de hand te houden.

Die apen zijn zo sterk, beweert Tante, dat ze ramen met schroeven en al uit hun sponning kunnen lichten. Ze trekken hele koelkasten om, gooien kristallen glazen op de grond en prutsen de sloten op speciaal ontworpen prullenbakken open. Als de tralies voor de ramen te weinig ruimte toelaten, zijn ze zo vernuftig om hun baby’s naar binnen te sturen, zodat zij de boel kunnen leegjatten, terwijl de ouders buiten wachten op de buit. „Bavianen zijn erger dan de zwarten’’, durft Tante Doris best te zeggen. „Schrijf dat maar op.’’

Er zijn types in het dorp die beweren dat de bavianen er eerder waren dan de mens. Zij zeggen dat de nieuwkomers zich moeten aanpassen, niet andersom. Tante Doris noemt ze ,,treehuggers’’, bomenfluisteraars, watjes. Scarborough is een vesting van meest gegoede Zuid-Afrikanen. Tante Doris niet meegerekend, natuurlijk. Zij streek hier in de tijd van de apartheid neer, nadat haar man een baan had gekregen op Robbeneiland, „als cipier van Mandela’’. Verder wonen hier vooral yuppies die het snelle leven in de grote stad inruilden voor een huis aan de eindeloze stranden langs de Atlantische Oceaan, omdat de golven er zo genadeloos op een vrijwel ongerepte rotskust beuken.

Dat zijn types als Jenni Trethowan, die drie heuvels verderop de organisatie Baboonmatters bestiert, „om het bewustzijn over de bavianen te vergroten’’. Zij vindt dat de bewoners van Scarborough hun vuilnisemmers moeten legen en hun fruitbomen moeten kappen om te voorkomen dat de bavianen worden verleid tot bezoeken aan de woonwijk. Zij vindt dat de bewoners hun koelkasten op slot moeten doen, of tralies voor de ramen en deuren moeten plaatsen, ook al verprutst het staal het uitzicht op de blauwe zee. Zij trekt iedere middag om twee uur haar bergschoenen aan om even goedendag te zeggen tegen de kudde van Eric, het 19 jaar oude alfamannetje, en Georgie, „de lieve vaderfiguur’’, wiens kudde de afgelopen zes weken zo dramatisch is uitgedund. Twee doodgereden door het langsrazende verkeer. Twee bleven er aan de elektriciteitsdraden hangen. Een werd er doodgeschoten. Een ander werd vergiftigd, met rattengif.

Zo woedt in Scarborough, het fynbosparadijs, een werelderfgoed van UNESCO, een sluimerende oorlog. Tussen de bavianen en de mens. Tussen de mensen, de bavianenhaters en de bavianenliefhebbers. Tussen de bavianen, ook. Ze hebben nu zelfs bavianenmonitors in Scarborough, die net als de verkiezingswaarnemers in Zimbabwe tussenbeide moeten komen om een gewelddadig treffen te voorkomen.

„Volkomen nutteloze types’’, noemt tante Doris die mannen in hun blauwe regenjasjes. „Ze houden de bavianen niet bij mij vandaan. Ze lokken ze hier naar toe.’’ Praat tante Doris niet over verzoening of verdraagzaamheid. Ze toont haar wapenarsenaal: een katapult die knikkers schiet, een oranje hockeystick om de grijpgrage vingers van de bavianen mee blauw te slaan. „Maar dit is mijn nieuwste snufje’’, zegt ze. Haar ogen glinsteren voor het eerst deze middag. In haar handen houdt ze een reusachtig waterpistool. Ze vraagt het bezoek even aan de kant te gaan, zodat ze de reikwijdte goed kan demonstreren. Die dikke straal van ruim twee meter legt een cordon sanitaire voor de Mickey Mouse Trap.

De komst van de buitenlanders, op de vlucht voor het geweld in de krottenwijken, heeft een nieuwe dynamiek gebracht naar Scarborough. De vluchtelingen voeden de bavianen, fluisteren activisten als Jenni Trethowan. „De buitenlanders scheppen er genoegen in om ze te zien vechten om het voedsel. Ze hebben toch niks beters te doen.’’ Wat dat betreft zijn de activisten en tante Doris het gloeiend met elkaar eens. De buitenlanders hadden beter ergens anders naar toe kunnen vluchten. „Bavianen kun je tenminste nog wegjagen’’, zegt tante, terwijl ze haar druipende waterpistool onder de toonbank legt. „Maar die buitenlanders, die blijven.’’