Asperge, brom en grutto

Karel Knip

“U heeft Vera Lynn nog horen zingen en Glen Miller horen spelen op de radio en daarna stapte u in een propellervliegtuig. Nu is dat voor u een en al weemoed. Maar voor jonge mensen?” Foto Ben Hansen Hansen, Ben

Terug naar de AW-aflevering van vorige week. Het ging over de relatief korte verblijftijd van de spijs in het spijsverteringskanaal. Meestal nog geen 24 uur. En de logische conclusie dat de darm, de dunne darm in het bijzonder, niet in de eerste plaats met voedsel is gevuld maar met vocht.

En verder ging het over het gegeven dat het eten van veel rode bietjes (kroten) leidt tot roodverkleuring van de urine, tenzij men een menstype is dat het warme eten heel lang in de maag houdt, dan is de rode bietenkleur door het maagzuur afgebroken voor hij het daglicht weer ziet. Opvallend is dat heel veel mensen nooit iets bijzonders hebben gemerkt aan de urine na het bieteneten.

Dat is niet het geval bij het eten van asperges. Van asperges gaat urine stinken, of ten minste sterk geuren. Dat is voor het eerst beschreven in 1731, is hier op gezag van S.C. Mitchell geschreven. (Mitchell, van de Imperial College School of Medicine, behandelde het bieten- en asperge-effect in 2001 in een review-artikel.) Mitchell had de notitie gevonden in een boek van de Schotse wiskundige en arts John Arbuthnot dat door Samuel Johnson was geciteerd.

Een lezer in Zoetermeer vond een Nederlandse bron die vier jaar ouder is. In het satirische tijdschrift ‘Den echo des weerelds’ van 6 oktober 1727 schetst schrijver/schilder Jacob Campo Weyerman een Ierse edelman die hij ontmoette in de trekschuit. Na een negatieve beschrijving van uiterlijk en kleding vervolgt hij: “Hy rook zo lieflyk als het middernachts water van een oude spaansche Gouvernante, na het eeten van een paar bossen Aspersjes.”

De vergelijking doet veronderstellen dat het asperge-effect toen algemeen bekend was. De aanname dat asperges in die tijd misschien nog geen speciaal effect opriepen wordt er niet sterker van.

Niet iedereen vindt en vond de aspergegeur vies. Marcel Proust vond het lekker. Lezer G.J. citeert het Italiaanse kookboek van Pellegrino Artusi uit 1891: ‘Met een paar druppeltjes terpentijn in de po naast het bed kunt u de onwelriekende geur die asperges bij de mens teweeg brengen veranderen in een heerlijke geur van viooltjes.' Terpentijn (uit dennenhars en niet te verwarren met terpentine uit aardolie) is tegenwoordig niet makkelijk meer te krijgen. De proef is nog niet op de som genomen.

Een derde lezer, uit Wageningen, voegt er een waarneming van 63 jaar geleden aan toe. In de hongerwinter van 1944/1945 rook hij na het eten van tulpenbollen een geur die hij pas later weer tegenkwam na het eten van asperges. Voor hem is aspergegeur daarom altijd tulpenbollengeur gebleven.

Op 31 mei is stilgestaan bij het gebrom van vliegtuigen die op enige afstand overkomen. Het geluid van propellervliegtuigen vertoont een langzame fluctuatie en dat van straalvliegtuigen een veel snellere. Het is hier toegeschreven aan inhomogeniteiten in de atmosfeer die door straalvliegtuigen sneller worden gepasseerd dan door propellervliegtuigen. Niemand heeft het tegengesproken, niemand heeft het bevestigd. Lezer Frits T., die muzikaal is, meent dat het niet de grondtoon van de vliegtuigmotor is die fluctueert maar de boventonen. Hij denkt dat de fluctuatie vooral komt van wisselende reflecties tegen landschapselementen. Dan zou het boven zee minder zijn.

Het geluid van een op afstand passerend propellervliegtuig dat langzaam verdwijnt is hier ‘tegen het weemoedige aan' genoemd. Gewoon ‘weemoedig’ was misschien beter geweest. Een lezer in St. Jansteen vraagt zich af of jonge mensen (mensen jonger dan vijftig jaar, bedoelt hij dan) datzelfde weemoedige gevoel hebben als ouderen. “U heeft Vera Lynn nog horen zingen en Glen Miller horen spelen op de radio en daarna stapte u in een propellervliegtuig. Nu is dat voor u een en al weemoed. Maar voor jonge mensen?”

Hoe hierop te reageren? Zeggen dat men ook Enrico Caruso nog heeft horen zingen? Maar eerlijk is eerlijk, een kleine steekproef in AW-omgeving had een onthutsend resultaat, de meeste jeugdigen wisten niet eens wat er bedoeld werd. “Wij horen nooit propellervliegtuigen", zeiden zij. “Wat voor gebrom dan? Wij worden weemoedig als we na een nacht dansen de zon weer zien opgaan.” Misschien heeft St. Jansteen toch een interessante observatie gedaan.

Wat heeft het voor zin om de kartonindustrie in te peperen dat de zuurstof die groene planten produceren uit water wordt vrijgemaakt en niet uit CO2, hebben geïrriteerde lezers zich afgevraagd (10/5). Wat maakt het in hemelsnaam uit. Waar het om gaat is dat planten en bomen koolstof vast leggen en zo bijdragen aan vermindering van het broeikaseffect.

Tja, voor dat soort lezers maakt het ook niet uit of de aarde de maan aantrekt of de maan de aarde, of allebei een beetje, het effect is hetzelfde.

In de AW van 3 mei over de kaalslag in Waterland, die bedoeld is om de grutto te beschermen tegen kraaien, eksters en buizerds, stond dat die laatste drie bij uitstek predateren op de eieren en jongen van de grutto. Lezer Jaap M. van ‘Bureau Mulder - natuurlijk’ vindt het woord ‘predateren' een vreemd woord. De vegetatie vegeteert, de condens condenseert, de gratie greert dus de predator predeert ! Predateren is zeker zoiets als antedateren en postdateren, schrijft M. van Bureau Mulder.

Ook het AW-vermoeden dat er misschien nog nooit een blaar getrokken is door de blaartrekkende boterbloem is niet weersproken. Lezer H.P. van H. wijst op het bestaan van de ‘Chemisch-ecologisch flora van Nederland en België’ van Van Genderen, Schoonhoven en Fuchs. Veel fabeltjes schijnen daarin te worden weerlegd. Zelf weerleggen blijft toch het leukst.

Een enkel woord tot de meerekenaars onder de lezers. In het stukje over ballonnen van 26 april is aan een ballon een gewicht van 3 gram toegekend terwijl hij, achteraf, precies 4 gram bleek te wegen. Dat maakt veel uit. Na correctie blijkt alles te kloppen.