Zwaarbewapende schaduw beschermt schepen

Een Nederlands fregat voor de kust van Somalië schrikt piraten met succes af. Een kaping zou zich dichtbij moeten afspelen, wil de marine kunnen optreden.

De kade van de haven van Mogadishu waar de voedselhulp is gelost die onder escorte van een Nederlands marineschip naar de Somalische hoofdstad is gebracht. Foto Mark Schenkel Schenkel, Mark

Met een oorverdovend geraas stijgt de grijze Lynx op van het heliplatform op het achterdek. De vier zwaar bepakte en bewapende mariniers aan boord zeilen een paar honderd meter verderop langs een touw naar beneden. In totaal acht speciaal getrainde militairen zullen vier dagen en drie nachten doorbrengen in een tent bovenop de stuurhut van de Fade 1, een vrachtschip dat met 5.200 ton bonen en plantaardige oliën van de Keniaanse havenstad Mombasa naar Mogadishu vaart.

De internationale voedselhulpverlening aan Somalië raakt steeds sterker aangewezen op militaire bijstand. Met kalasjnikovs en satelliettelefoons uitgeruste piraten in razendsnelle bootjes vallen steeds vaker schepen aan op de zeeën rond de ineengestorte staat in de Hoorn van Afrika. Ook humanitaire missies zijn doelwit: ten minste drie schepen van het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties zijn aangevallen voordat in november vorig jaar een Frans fregat begon met het escorteren van de schepen. Het WFP, dat 80 procent van zijn hulp voor Somalië over zee aanvoert, kreeg ondersteuning van de Denen. Sinds april doet Nederland dit.

De Hare Majesteit Evertsen, een luchtverdedigings- en commandofregat met 192 bemanningsleden, heeft in drie maanden tijd negen door het WFP ingehuurde schepen begeleid van en naar Mogadishu. Somalië stond hoog op het verlanglijstje van minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking). In ruil voor verlenging van de missie in Uruzgan eiste zijn PvdA dat Nederland militair zou bijdragen aan een operatie met een meer humanitair gezicht.

Sinds westerse landen de WFP-schepen escorteren, is de piraterij bij Somalië verschoven richting het noorden, naar de Golf van Aden bij de semi-autonome regio’s Somaliland en Puntland. Daar wordt al drie weken de Amiya Scan van de Nederlandse reder Reider Shipping vastgehouden.

De Evertsen is tot dusverre geen kapers tegengekomen. „Als we piraten tegenkomen, hebben we iets verkeerd gedaan in onze afschrikwekkende werking”, zegt de commandant van de Evertsen, Cees Vooijs. Tot nu toe bleek het grijze silhouet van een oorlogsschip aan de horizon inderdaad genoeg om piraten te doen besluiten hun geluk elders te beproeven.

De bemanning van de Fade 1 reageert onverschillig op het escorte. De kapitein had geen keuze: hij wordt ingehuurd door het WFP, dat de zaken regelt met de Evertsen. „Door de Nederlandse bescherming kan mijn bemanning eindelijk slapen”, zegt de Syrische kapitein terwijl hij in zijn stuurhut een sigaret rookt en de acht Nederlandse elitetroepen boven hem op de uitkijk staan.

Maar, vervolgt hij, „zonder bescherming was ik ook gegaan”. De kapitein vaart al lang op Mogadishu, nog nooit is zijn schip aangevallen. Aan boord heeft hij acht opvarenden uit Egypte, zes uit Syrië en één uit India.

Alaa, een opgewekte, magere Egyptenaar in een bevlekte overall, maakt van het bezoek van de Nederlandse pers gebruik om illegale waar aan de man te brengen. „Uit Dubai!”, glundert hij terwijl hij witte plastic doosjes met nepgouden sieraden tevoorschijn tovert in de stuurhut.

Later, in de snikhete scheepskantine vol vliegen, zegt Alaa dat hij niet bang is. „Waar komt dat schip vandaan?”, vraagt hij, door een patrijspoort wijzend naar het grijze gevaarte op de achtergrond. „Uit Nederland? Ach, we hebben het niet nodig.”

„Dat zeggen zeelieden wel vaker”, reageert Vooijs, „totdat ze een keertje gegijzeld zijn”.

Wanneer de Fade 1 en haar zwaarbewapende schaduw de Somalische wateren bij Mogadishu bereiken, verlaten de mariniers het WFP-schip. Het escorte houdt hier op, vredestroepen van de Afrikaanse Unie begeleiden de Fade 1 de haven in. De 144 meter lange Evertsen wil niet te dicht bij de kust komen uit vrees voor terroristische aanslagen met vissersbootjes. Bovendien wacht de Evertsen op het vrachtship de Rozen dat juist een vracht heeft afgeleverd in Mogadishu. Als paar zullen zij terugvaren naar Mombasa.

Mocht een WFP-schip worden aangevallen in Somalische wateren, dan kan de Evertsen alsnog ingrijpen. Een bilaterale afspraak tussen Den Haag en de Somalische interim-regering bepaalt dat het fregat WFP-schepen mag beschermen tot in de territoriale wateren van Somalië. Een nieuwe VN-resolutie, gesteund door Nederland, gaat verder: met Somalië bevriende staten mogen voortaan bij iedere kaping in de Somalische wateren ingrijpen. In Den Haag en Brussel gaan nu stemmen op om in Europees- of NAVO-verband op te treden tegen piraterij. Het is echter niet waarschijnlijk dat Nederland actief op piraten gaat jagen. „Onze missie is het beschermen van WFP-schepen”, zegt commandant Vooijs. „Die kunnen we niet zomaar in de steek laten.”

Bovendien moet een kaping zich op maximaal een uur varen afspelen, wil de marine iets kunnen uitrichten. Vooijs: „Na die tijd is het schip in handen van de piraten. Dan begint het spel van onderhandelen met de vlaggenstaat, de landen waar de bemanningsleden vandaan komen, de rederij.”

Een uur varen, dat is 25 mijl (45 kilometer), een steenworp op de drieduizend kilometer lange kustlijn van Somalië. De Amiya Scan werd gekaapt op tweeduizend kilometer van de Evertsen. „Een afstand van Oslo naar Oviedo. Mensen in Nederland gaan daar gemakkelijk aan voorbij.”

In internationale wateren zijn marineschepen altijd verplicht te interveniëren bij een kaping. Maar ook hier geldt: is het schip eenmaal overmeesterd, dan wordt terughoudendheid betracht. „En juist omdat wij zo afschrikken, zal een kaping zich niet snel bij ons in de buurt voordoen”, zegt Vooijs, „en dus zullen wij niet snel moeten optreden.”

In de armetierige haven van Mogadishu verwelkomt Ahmed Marey de Fade 1. De plaatselijke coördinator van het WFP legt uit dat de bonen en oliën naar het zuiden van Somalië gaan. „We gaan de voedselhulp aan Somalië de komende maanden verdubbelen.”

Twee miljoen mensen moeten straks noodrantsoenen ontvangen. De schepen varen binnenkort niet meer uit Kenia, waar door de hoge voedselprijzen de WFP-loodsen niet worden opgevuld. Zuid-Afrika wordt het nieuwe vertrekpunt, zeker twee weken varen. De missie van de Evertsen eindigt op 23 juni, geen enkel land heeft zich gemeld om het over te nemen. Kim Fredriksson, een Finse collega van Ahmed Marey bij het WFP: „We hopen dat Nederland actief blijft.”

„In Den Haag weet men hoe ik denk over verlenging van de missie”, zegt Vooijs op de terugtocht naar Mombasa, „er wordt over en weer gebeld. Misschien met een ander Nederlands marineschip.”

Foto’s van de reis op nrc.nl/zeerovers