Wildeboer slacht nog maar op halve kracht

Nadat Landbouwminister Verburg in april extra controles op misstanden had aangekondigd bij slachterij Friesland Vlees, liepen de klanten weg. Het bedrijf eist nu schadevergoeding.

Vader en zoon Aaldert en Harrie Wildeboer in hun slachterij in Leeuwarden. Foto Jacob Van Essen Aaldert en Harrie Wildeboer / vader en zoon van Friesland Vlees BV in Leeuwarden foto dd 12-06-2008 ©Foto: Hoge Noorden / Jacob Van Essen Essen, Jacob van / Hoge Noorden

Een Haagse minister doet op televisie een uitspraak en onmiddellijk lijdt de slachterij van Aaldert Wildeboer 50.000 euro verlies per week. „Ik heb geen schulden, dus ik kan het wel even volhouden. Maar dat duurt toch echt niet lang meer”, zegt Wildeboer na een rondleiding door zijn abattoir in Leeuwarden. Er wordt nog steeds geslacht, maar slechts op halve kracht. Klanten zijn weggelopen.

Wildeboer komt vandaag naar Den Haag voor een kort geding tegen minister Verburg (Landbouw). Wildeboer is eigenaar van Friesland Vlees (het slachthuis in Leeuwarden) en eist van haar een rectificatie van de verdenkingen die ze over zijn bedrijf heeft geuit. „Maar er zal ook geld moeten komen, niet alleen ‘sorry’. Als dit kort geding niet goed uitpakt, stop ik ermee.” Dan vraagt hij faillissement aan en ontslag voor zijn 65 werknemers.

Op 6 april zei de presentatrice van het televisieprogramma Buitenhof tegen minister Verburg: „U heeft een gesprek met een klokkenluider gehad die herhaaldelijk getuige is geweest hoe dierenartsen zieke en dode dieren aangeboden hebben aan een abattoir.” Verburg weersprak deze beschuldiging niet, maar zei dat ze op basis van het „serieuze gesprek” met de klokkenluider maatregelen zou nemen bij „een slachthuis” in Nederland: extra poortcontrole vanaf de volgende dag. In Leeuwarden? „Ja, in Leeuwarden”, antwoordde Verburg.

„Ik weet dat op het slachthuis in Leeuwarden dag in dag uit runderen worden aangevoerd in strijd met de wet”, stelt de bewuste klokkenluider in een notarisverklaring die Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) eerder dit jaar aan Verburg overhandigde. „Onder toeziend oog van de overheid vinden dagelijks misstanden plaats”, aldus deze oud-werknemer van de Algemene Inspectiedienst, de opsporingsinstantie van het ministerie.

Aaldert Wildeboer ontkent niet dat er deels inferieure dieren bij zijn slachthuis worden aangevoerd. Ter verdediging zegt hij echter dat dat niet zijn verantwoordelijkheid is, maar van de handelaar die de dieren laat slachten. Ten tweede is er nu juist een heel systeem van inspectie om te zorgen dat die inferieure dieren niet tot vlees worden verwerkt, zegt Wildeboer.

Wildeboer laat op kantoor lijsten zien die de Voedsel en Waren Autoriteit dagelijks opstelt van kalveren die tijdens het slachtproces apart zijn gehouden voor extra onderzoek en geheel of gedeeltelijk zijn afgekeurd. Soms maar één dier op een dag, soms wel vijftien. Het gaat om de kalveren die hij nog steeds slacht (ongeveer 1.200 per week) in opdracht van de Van Drie Groep, het familiebedrijf dat een kwart van de Europese kalfsvleesmarkt in handen heeft.

Afkeuringen kwamen veel vaker voor bij de runderen, waarvan de aanvoer nu geheel is verdwenen. Deze runderen komen uit de melkveehouderij en daar kan na jaren melken van alles mis zijn met een dier, in tegenstelling tot de kalveren die speciaal voor de slacht worden vetgemest. „Zo’n 40 runderen werden elke week afgekeurd”, zegt zoon Harrie Wildeboer, „op een totaal van ongeveer 800 runderen”. Dat is dus volgens vader en zoon Wildboer geen misstand, maar de gewone praktijk op een slachterij. Ze kunnen niet anders want „als een transporteur een dier eenmaal bij ons het terrein op heeft gebracht, mag het er niet meer af”. Er zijn maar twee wegen voor een slachtdier: als stukje vlees naar de klant of als afgekeurd kadaver naar de destructie.

De Wildeboers slachtten de runderen exclusief voor het bedrijf Friesland Beef van Henk Visser. Visser zegt per telefoon dat het aantal afkeuringen per week iets lager lag – rond de 25 per week – maar dat dat een gemiddeld resultaat is voor een slachthuis in Nederland. „Ik heb dat door het Productschap Vee en Vlees laten uitzoeken”, zegt Visser.

De verkoop van runderen van Henk Visser is volledig ingestort omdat zijn klanten allemaal in Nederland zitten. Na de ophef op televisie stroomden de contractopzeggingen binnen. Na vier weken controles aan de poort meldde minister Verburg aan de Tweede Kamer dat haar controleurs geen enkele overtreding hadden geconstateerd. Maar er werden ook geen runderen meer aangevoerd: de klanten waren weggelopen.

De minister erkent dat ze geen enkel onderzoek heeft gedaan naar beschuldigingen dat er iets fundamenteel mis is met de controle op de kwaliteit van het vlees in de slachterij, ook al was dat de kern van de beschuldiging van de klokkenluider over de zaak. In plaats daarvan heeft ze alleen de toevoerkraan dichtgedraaid via opzichtige controles voor de poort.

Een formele aanklacht tegen het slachthuis bestaat niet. Wel heeft Verburg, volgens de pleitnotitie voor het kort geding van vandaag, met „onjuiste of door onvolledigheid misleidende uitspraken” de schijn gewekt dat er bij de slachterij sprake was van „misstanden”. Wildeboer eist een rectificatie en erkenning van aansprakelijkheid om afnemers te overtuigen dat er met zijn slachterij niets mis is.

Waarom slacht Wildeboer wel nog steeds kalveren? 24 uur voor het kort geding laat Aaldert Wildeboer een tekstbericht zien dat juist op zijn mobiele telefoon binnenkomt: „Veel succes morgen, René.” „Dat is René van Drie”, legt Wildeboer uit, „van de Van Drie Groep.”

De kalveren die hij nu slacht zijn allemaal van Van Drie, die Wildeboer trouw is gebleven omdat „er niks mis is met onze werkwijze”. Het kalfsvlees gaat grotendeels naar het buitenland waar niemand op zondagochtend naar een interview met Verburg bij Buitenhof kijkt.

    • Hans van der Lugt