Vliegen is fijn

Er was eens een arme houthakker die graag wou vliegen maar daar had hij geen geld voor. Hij woonde in het bos. Op een dag ging hij wandelen op het grote pad. Maar na een tijdje merkte hij dat-ie verdwaald was. Hij raakte in paniek. Maar wat gebeurde er toen? De hemel brak open en een fee kwam naar buiten. En ze zei; „ik breng je naar het magische bos. Daar woont de reuzenzwaluw, hij zal je rijk maken.” En opeens stonden ze in een heel mooi bos. De fee zei; „volg dit pad, dan kom je er”, en toen was ze weg. De houthakker volgde het pad, maar toen ritselde de blaadjes en toen heel onverwacht sprong er een soort tijger uit de struiken. Het houthakkertje schrok en zette het op een lopen, terwijl het beest hem achtervolgde. Plotseling kreeg hij een idee en pakte zijn bijl en hakte een boom om die op de weg viel. Ziezo, dat is geregeld, dacht de houthakker en liep weer rustig verder. Even later bereikte hij een grot. Hij liep erin en daar zag hij, de reuzenzwaluw. De houthakker zei; „ik ben gestuurd door een fee.” De zwaluw zei; „klim op me rug.” Dat deed de houthakker. Toen vlogen ze. De houthakker vond het geweldig. Even later stonden ze bij een andere grot. De houthakker ging erin en zag bergen goud, en zei; „ik ben rijk!” Hij zei tegen de zwaluw; „breng me naar de stad.” Toen ze er waren kocht het houthakkertje gelijk een fabriek! En leefde nog lang en gelukkig. Wat ze in de fabriek maakten? Vliegtuigen natuurlijk.

Sprookje van Job Grimbergen, 9 jaar, uit Arnhem