Verwachting

Ik heb altijd graag in een boekwinkel willen werken. Niet omdat ik daar allerlei romantische ideeën bij heb, maar omdat het me zo heerlijk lijkt de hele dag niets anders te doen dan boeken inpakken. Geen groter genot dan een nieuw, ongelezen boek, verpakt in stevig papier. Een strak pakketje.

Ik hield ook erg van de eerste schooldag na de zomervakantie. De maagdelijke schriften, de nieuwe gum en de geslepen potloden. Scherpgekafte boeken met een wit etiket erop. Een nieuwe agenda waarin ik in mijn allerkeurigste letters adres, bloedgroep en ‘wie te bellen in geval van nood’ noteerde. Heilig nam ik me voor alles netjes en schoon te houden, maar al na één dag waren de schriften verkreukeld, had een vriendin iets in mijn agenda gedroedeld en waren de potloden bot geworden; de lol was eraf.

Een paar weken geleden bezocht ik een hoogzwangere vriendin. Met haar dikke buik wandelde ze door een kraakhelder huis. Als mijn theekop een kring achterlaat op haar tafel waggelt ze naar de keuken om een duizenddingendoekje te halen. Als er een kruimel van haar koekje valt, prikt ze die met een natte vinger van tafel. Trots toont ze me een fris en brandschoon babykamertje. In de commode kaarsrechte stapeltjes luiers naast hagelwitte, gestreken rompers. De wieg is al opgemaakt. Over het lakentje hupsen konijntjes rond een bosje bloemen. In een hoekje zit een knuffelbeer te wachten op wat komen gaat.

Als ik haar een week of vier later weer bezoek, hangen overal in huis droogrekken met rompers en hydrofieldoeken, staat het aanrecht vol aangekoekte borden en zit mijn vriendin met een boos huilende baby op haar schouder in een verkreukeld bed. Ze glimlacht dapper. Ik doe een afwasje, smeer boterhammen en vouw de was. We lachen om de absurditeit van gestreken rompers. Terwijl ze vertelt over haar bevalling vallen kruimels leverworst en tranen tussen de lakens.

Als de baby in slaap is gevallen leg ik hem in zijn wiegje. Kort en strak opmaken, leerde mijn kraamhulp me zes jaar geleden. Vanaf het voeteneind kijkt het knuffelbeertje me wijs en een beetje treurig aan.

Roos Ouwehand