‘Verhalen maken de mens’

In zijn nieuwe boek ‘Man in het duister’ vertelt Paul Auster veel verhalen. ‘Een roman is een veel betere vorm om de realiteit mee te lijf te gaan dan non-fictie.’

Amsterdam, 09-06-08. Paul Benjamin Auster, schrijver cineast. Foto Leo van Velzen NrcHb. Velzen, Leo van

In augustus 2006 kreeg de Amerikaanse schrijver Paul Auster een fax van een bevriende dichter uit Parijs. Weet je al dat de zoon van David Grossman gedood is in Libanon? Paul Auster: „Ik was zo geschokt. David is een dierbare vriend en een groot schrijver. De eerste man die ik ken die een zoon verloren heeft in een oorlog. Ik stuurde meteen een fax. Verwachtte niet dat David zou antwoorden, maar hij schreef meteen terug: Je hebt geen idee hoe zwaar het is, Uri hield zo van jouw boeken. Nu ik eraan terug denk moet ik weer huilen. En het angstaanjagende was dat ik toen al midden in mijn nieuwe roman zat, dat ik het personage van Titus, die vermoord wordt in Irak, al had bedacht. Daarom heb ik Man in the Dark opgedragen aan David en zijn familie, ter nagedachtenis aan Uri.”

Het is maandagochtend, vroeg. Na een sigaar gaat het rookalarm in de kleine bibliotheek van het hotel waar Auster samen met zijn vrouw, de schrijfster Siri Hustvedt logeert, al af. Dan de deur maar open, want zonder sigaren voert de auteur, die ooit het script schreef voor de film Smoke, met William Hurt en Harvey Keitel in de hoofdrollen, geen gesprek.

Hij is in Amsterdam op uitnodiging van het John Adams Institute, in opdracht waarvan hij een lezing zal geven. En natuurlijk ook wegens Man in the Dark, dat net in vertaling is verschenen.

Praten met Paul Auster (1947) is alsof je je in een van zijn romans begeeft. Want net als in zijn boeken, waarin de verteller vaak een uitgesproken warme, innemende en diep menselijke stem heeft waarmee hij de lezer zijn verhaal inzuigt, spreekt Auster in het echt ook persoonlijk en met omfloerste stem. En zoals de meeste van zijn verhalen (De New York-trilogie, Maanpaleis, Orakelnacht) zelfs na herlezing nog mysterieus blijven, houdt Auster niet van duidelijke antwoorden op vragen over zijn personages of onderwerpen. „Ik weet niet waarom de hoofdpersoon uit Man in het duister, de schrijver August Brill, de oorlog die hij zelf bedenkt niet kan of wil laten stoppen. Dat is gewoon hoe de gebeurtenissen zich in mijn verbeelding ontwikkelden... Het voelde goed.”

Omdat in Man in het duister veel verschillende verhalen worden verteld, laat de roman zich niet gemakkelijk navertellen. Een poging: het is nacht, August Brill kan niet slapen. Omdat hij moet herstellen van een zwaar ongeluk, woont hij tijdelijk in bij zijn gescheiden dochter Miriam en haar dochter Katya. Katya rouwt om het verlies van Titus. Brill rouwt om de dood van zijn vrouw Sonia. Om de tijd en de demonen in zijn kop te verdrijven, verzint hij een verhaal. Dat verhaal speelt in een denkbeeldig Amerika, maar wel in deze tijd. Er is een burgeroorlog aan de gang. De aanslagen op de Twin Towers zijn niet gebeurd; de oorlog in Irak ook niet. Owen Brick wordt wakker in deze, voor hem ook nieuwe werkelijkheid. Al snel blijkt dat hij korporaal is in het leger van de Confederatie, een groep vrijzinnige Amerikaanse staten, waaronder New York, die zich van de rest van Amerika hebben afgescheiden. Van een sergeant krijgt Brick de opdracht de bedenker van de oorlog, August Brill, te vermoorden. Alleen zo kan het conflict gestopt worden. Terwijl Brill zijn oorlogsverhaal bedenkt, dringt zijn eigen verhaal en dat van zijn familie zich steeds meer aan hem op.

Man in het duister is een bijzonder boek binnen het oeuvre van Auster. Het is uitgesproken politiek; de urgentie dampt van iedere pagina.

„Ik heb het in een trance geschreven”, zegt Auster; „in drieëneenhalve maand. Normaal schrijf ik driehonderd of vierhonderd woorden per dag! Het was alsof ik muziek aan het maken was, ik hoefde alleen te luisteren, naar de ritmes, de verhalen, waar het ene thema ophield en

Vervolg op pagina 2

Paul Auster over zijn roman ‘Man in het duister’

Vervolg van pagina 1

het volgende begon, waar pauzes zaten, als een fuga. Je moet niet vergeten dat mijn frustratie over wat er van Amerika is geworden onder Bush zich had opgebouwd. Niet alleen de oorlog in Irak. Ons land heeft nauwelijks een echte overheid. Straten worden niet gerepareerd, bruggen storten in, de armoede is schrikbarend, we hebben de meeste gevangenen ter wereld… In feite zijn de Republikeinen via een legale coup in 2000 aan de macht gekomen. Al Gore kreeg de meeste stemmen. Wanneer hij president was geworden waren we waarschijnlijk Irak niet binnen gevallen, was 11 september misschien niet gebeurd… Vanuit die woede schreef ik.”

Toch is Man in het duister vooral een roman over familie, vindt Auster, en over intimiteit. „Halverwege het boek komt Katya naar beneden en bevraagt haar opa over zijn huwelijk. Het is nog steeds nacht. Ze zijn heel close en Brill is pijnlijk openhartig over zichzelf. Ze worstelen allebei met verlies. Katya misschien nog meer omdat ze zich schuldig voelt over Titus, ze denkt dat hij naar Irak is gegaan omdat zij het heeft uitgemaakt. Het gesprek tussen de opa en de kleindochter is belangrijk, al die verhalen die ze elkaar vertellen, de films die ze samen kijken en bespreken, Tokyo Story, Grand illusion, allemaal heel intieme verhalen over liefde en familiebanden, de verhalen die Brill zichzelf vertelt. Ik denk dat verhalen vertellen een manier is om je verbonden te voelen met de ander, om je eigen menselijkheid te ervaren.”

En of die verhalen echt zijn gebeurd of niet, maakt niet uit, zegt hij. „Ik heb werkelijk gebeurde verhalen in dit boek gebruikt, naast fictieve. Zoals het verhaal over die jonge vrouw die in de Tweede Wereldoorlog in het verzet zat en gevangen genomen werd en uiteindelijk vanwege haar opstandigheid in het kamp ter afschrikking gevierendeeld wordt. Mijn Franse uitgever vertelde me dat verhaal en het maakte diepe indruk. En het verhaal over de rassenrellen in Newark in ’67, dat is autobiografisch. Alleen beschrijf ik het alsof Brill het samen met zijn zwager meemaakte. In werkelijkheid maakte ik het met mijn stiefvader Norman Schiff mee. We gingen samen naar de burgemeester van Newark die zat te huilen achter zijn bureau en net als in het boek kwam er een state trooper binnen die zei: ‘We’re gonna hunt down every black bastard in this town.’ En ik was in die gevangenis die vol zat met zwarten die in elkaar geslagen waren door de politie. Dat was mijn oorlog.

‘Ik heb gezien waar de mens toe in staat is. Maar zodra die verhalen in het domein van de roman terechtkomen, worden ze ook een soort fictie. Daardoor verliezen ze niet aan kracht. Integendeel. Ik denk dat een roman een veel betere vorm is om de werkelijkheid mee te lijf te gaan dan non-fictie. Omdat je dieper in de karakters kunt doordringen. Niemand weet precies hoe een ander mens zich echt voelt of wat hij of zij denkt. Eigenlijk kun je alleen maar eerlijk praten over jezelf en dat wordt op den duur vrij vervelend. In een roman kun je wel tot de ziel van je karakters doordringen. Daarom lezen mensen romans.” Hij schiet in de lach. „Gisteren waren Siri en ik in Kopenhagen, aan het water. In de verte zagen we de veerboot naar Zweden. Het schip droeg naam Hamlet. Geweldig toch? Een schip dat genoemd is naar een fictief persoon. Dat is een hulde aan de kracht van de verbeelding.”

Brill is een man alleen in een kamer. Vanuit die kamer ontrollen zich de verhalen. Austers voorlaatste boek Op reis in het scriptorium (2006) begint met een man alleen in een kamer, en ook het autobiografische Het spinsel der eenzaamheid (1984) gaat over alleen zijn.

Auster veert op. „Ik breng de meeste tijd alleen in een kamer door, dus is het niet vreemd dat ik daarover schrijf. Wanneer ik schrijf verlies ik mezelf. Alsof ik oplos. Maar het gekke is dat ik me dan beter en gezonder voel dan wanneer ik niet werk. Wanneer ik geen roman onder handen heb word ik een doodgewone neuroot. Ik weet nog dat ik The Invention of Solitude schreef, over mijn vader, hij was net gestorven en ik wilde proberen te begrijpen wie hij was geweest. Mijn vader was een heel gesloten man die zich nauwelijks liet kennen. Dat hele boekje is een meditatie over of het mogelijk is iemand anders te kennen, te begrijpen. Ik heb nog altijd het gevoel dat al mijn romans voortkomen uit dat ene boekje dat ik dertig jaar geleden schreef. Ook Man in het duister. Want Katya moet verder met leven na de gewelddadige dood van Titus, en ook Brill moet verder. Hoe doe je dat? Ik geloof werkelijk dat je jezelf pas kunt snappen en vrede met jezelf kunt hebben, wanneer je je durft te geven aan een ander. Dat is eng, want je kunt afgewezen worden, die ander kan je teleurstellen, zelfs verraden, maar toch zit er niks anders op. In the act of losing yourself you find yourself. Katya en Brill begrijpen dat. Niet voor niets ondervraagt Katya haar opa over de meest intieme zaken van zijn leven: Waarom ging je vreemd toen je met oma getrouwd was? Hoe was het om met oma getrouwd te zijn? Waar gingen jullie ruzies over? Zo komen ze de nacht door. Ze gaan ontbijten. Voor mij is dat beeld van het ontbijt een bevrijding, een doodgewoon ontbijt, broodjes, koffie, pannenkoeken...”

Auster stopt even, steekt een verse sigaar op. Er is nog iets wat we moeten bespreken, wat we allebei tot het laatste hebben bewaard omdat er nauwelijks over te spreken valt. De rituele onthoofding van Titus in Irak. Door zijn beulen vastgelegd op band, uitgezonden op tv, gezien door Katya, haar moeder en Brill. Door Paul Auster opgeschreven. Feitelijk, kalm. ‘Titus is niet langer een mens. Hij is de illusie van een mens geworden, een mens en tegelijkertijd geen mens, een dood, bloedend voorwerp: une nature morte. (…) Het is onmogelijk te zeggen hoelang het heeft geduurd. Een kwartier. Duizend jaar.’

Auster zegt: „Ik moest het gedetailleerd en bijna plastisch opschrijven, hoe pijnlijk ik het ook vond. Want dat is het trauma van Katya en Miriam en August. Ze hebben het gezien, ze waren er als het ware bij. Anders zou het boek niet de kracht hebben die het nu heeft. Weet je, ik maak me geen illusies over de goedheid van mensen. Maar ik geloof wel in menselijkheid en liefde, ik ben niet cynisch. We zijn allemaal gecompliceerde wezens, zelfs de aardigste mensen zijn niet altijd aardig. Het is zoals in die film waar Katya en Brill over praten, Tokyo Story, wanneer de oude man tegen zijn schoondochter zegt: ‘Je bent een goed mens.’ En zij antwoord: ‘Ik ben geen goed mens.’Waarop de oude man zegt: ‘Alleen goede mensen denken dat ze niet goed zijn. Daarom zijn ze juist goed’.” Auster glimlacht. „Anyway,” mompelt hij, „David Grossman was blij met het boek. Ik had hem niet verteld dat ik het boek aan zijn familie had opgedragen en aan Uri. Het moest een verrassing zijn. Heb je David ooit ontmoet?’’

Ik schud van nee.

„Er is iets in zijn ziel dat licht geeft. David is een goed mens.”

Paul Auster: Man in het duister (Man in the Dark). Uit het Amerikaans vertaald door Ton Heuvelmans. De Arbeiderspers, 196 blz. € 19,95.