Uitzendwerk echt werk

De Europese lidstaten bereikten een akkoord over rechten van uitzendkrachten.

De sterk ontwikkelde Nederlandse uitzendbranche heeft er jaren voor gelobbyd.

Nederlandse uitzendbureaus zoals deze in Polen zijn tevreden met het EU-akkoord. Foto Flip Franssen Polen, Opole, 27-4-2004 Vestiging van uitzendbureau Otto uit Nederland. Een van de vele uitzendburo s in deze stad in zuid polen. Bemiddelen, ondernemen, arbeidsmigranten goedkoop produceren, arbeidskrachten, economie, arbeidsethos, armoede, werkgelegenheid, werkloosheid, uitbreiding europese unie, eu, e.u. ondernemingsklimaat.Levensstandaard, lonen. Foto: Flip Franssen Franssen, Flip

De Europese uitzendbureaus hebben er jarenlang hun best voor gedaan. De Nederlandse organisatie voor de uitzendbranche ABU was er druk mee, evenals uitzendconcern Randstad, dat in samenwerking met de Europese uitzendkoepel Eurociett vijf jaar lang fors lobbyde. Maar de strijd is gestreden nu de EU-lidstaten eerder deze week een akkoord bereikten over de rechten van uitzendkrachten. De uitzendorganisaties zijn „tevreden” en „blij” met het resultaat.

De EU-landen hebben bepaald dat uitzendkrachten in Europa dezelfde rechten moeten krijgen als vaste werknemers van een bedrijf. Tijdelijke krachten moeten hetzelfde salaris krijgen als reguliere werknemers – gelijk werk, gelijk loon – en moeten de mogelijkheid krijgen voor kinderopvang en zwangerschapsverlof. Als het Europees Parlement het voorstel goedkeurt, moeten alle lidstaten daarnaast een onderzoek instellen naar de mogelijkheden om belemmerende factoren voor uitzendwerk op te heffen.

De EU-landen konden het gedurende vele jaren niet eens worden over dit dossier. De strijd ging tussen lidstaten die de rechten van werknemers wilden uitbreiden en landen die juist meer vrijheid aan de werkgevers wilden geven, zoals Groot-Brittannië.

De nieuwe regels klinken op het eerste gezicht niet aantrekkelijk voor uitzenders. Uitzendbureaus kunnen nu in veel Europese landen nog tegen lagere lonen werknemers aanbieden en zo hun concurrentiepositie versterken. In Nederland is gelijke beloning voor gelijk werk gebruikelijk, maar in veel andere Europese landen geldt dat niet. In Duitsland en Italië kent men bijvoorbeeld geen wettelijk minimumloon. Desondanks is de uitzendbranche erg blij met het bereikte akkoord: imago is voor de uitzendtak belangrijker dan lage lonen. „De gelijke arbeidsvoorwaarden vergroten de acceptatie van uitzendwerk”, zegt de woordvoerder van de ABU. De markt moet juist opener worden door de nieuwe regels.

De betere positie van uitzendkrachten moet in Italië en Spanje, maar ook in de nieuwe Oost-Europese lidstaten meer uitzendwerk opleveren. In die landen is uitzendwerk niet zo normaal en geaccepteerd als in Nederland. Uitzendconcern Olympia maakt van de gelegenheid gebruik: dit jaar opent het bedrijf dertig nieuwe vestigingen in Portugal, Italië en Polen. „Precies de juiste timing”, zegt Yvonne van Assem daarover, die binnen Olympia over het Europese beleid gaat. Het is juist fijn als er een richtlijn voor beloning bestaat, dan krijgt ook uitzendwerk het imago van een erkend ‘vak’, denkt zij. „Werkgevers zullen uitzendkrachten nog eens als serieuze optie in overweging nemen”, aldus Van Assem.

Randstad kijkt anders tegen de gelijke betaling van uitzendwerknemers aan. Fred van Haasteren, directeur van Randstad Nederland, ziet de afspraak als ruil voor het onderzoek dat de lidstaten moeten doen naar hun regelgeving over uitzenden. Daar is volgens Van Haasteren de echte winst te behalen: de belemmerende factoren wegnemen die in veel Europese landen nog voor uitzendwerk gelden. Die regels zijn verouderd en houden de groei van de uitzendmarkt tegen, daarover zijn de Nederlandse uitzendorganisaties het eens. Van Assem vergelijkt de situatie met hoe in Nederland twintig jaar geleden tegen uitzendwerk aangekeken: terughoudend.

In België, maar ook opnieuw in Frankrijk, Italië en Spanje, gelden strenge regels voor bedrijven die gebruik willen maken van uitzendbureaus. Ze mogen alleen in geval van ziekte iemand inhuren, of alleen tijdens de piek van de productie als ze het werk niet aankunnen met hun vaste krachten. Of de beperkingen zijn aan sectoren gebonden: in veel EU-landen is uitzendwerk in de publieke sector nog niet toegestaan. In Spanje is uitzenden in de bouw verboden. Na het opheffen van deze regels „is er meer ruimte voor uitzendwerk”, hoopt Van Haasteren.

De cijfers geven hem gelijk. Onderzoeksbureau Bain berekende dat de Europese arbeidsmarkt er tot 2012 ruim een half miljoen uitzendbanen bij krijgt als de drempels vervallen. Het totale aantal uitzendkrachten neemt hoe dan ook nog flink toe, berekende het bureau. Nu werken 3,3 miljoen Europeanen voltijd als uitzendkracht, in 2012 zijn dat er vermoedelijk ruim 5 miljoen.

Het is dus niet vreemd dat de Nederlandse uitzendbranche halsreikend uitkijkt naar versoepelde regelgeving in andere Europese landen. Door de restricties zijn de groeikansen in Zuid-Europese en Oost-Europese landen nog groot. In Nederland is de uitzendmarkt volwassen, met een penetratiegraad van ongeveer 2,5 procent. Een hoge score in vergelijking met andere landen. In Italië en Spanje ligt het aantal uitzendkrachten verhoudingsgewijs op 0,7 procent. In Duitsland is dat 1,3 procent, dus ook daar valt nog flinke groei te behalen.

Een laatste reden waarom de uitzendwereld tevreden is: de flexibiliteit die de Europese Unie inbouwde. Het voorstel biedt de ruimte voor afwijkende afspraken tussen werkgevers en uitzenders over beloning en sociale regelingen. Het geeft uitzenders de ruimte om bijvoorbeeld geen pensioenopbouw te regelen voor een uitzendkracht die maar twee of drie weken werkzaam is. Maar er zijn niet alleen voordelen voor de organisaties, ook voor de uitzendkracht: iemand die eerst zes weken bij Vodafone werkt en daarna vijf weken bij T-Mobile, krijgt door de uitzonderingsmogelijkheid die elf weken hetzelfde loon uitbetaald. „Anders zou het verwarrend zijn”, zegt Van Assem van Olympia.