Topinkomens: een schitterend ongeluk

Xander van Uffelen: Het grote graaien. 25 jaar topsalarissen in Nederland. Meulenhoff, 296 blz. € 15,–

Het beursgenoteerde ondernemen is in Nederland de afgelopen tien tot vijftien jaar onmiskenbaar ruwer geworden. Een groot aantal Nederlandse bedrijven is uit de AEX-index verdwenen. Bestuurders en toezichthouders zijn in afnemende mate van Nederlandse origine. Ten slotte is ook het bestaan als bestuurder met deze internationalisering onzekerder geworden. Oftewel, het ambtenareske dat het Nederlandse bedrijfsleven lange tijd aankleefde, is eraf.

Het Nederlandse old boys netwerk is zo in toenemende mate vervlochten geraakt met een nieuw transnationaal netwerk met andere mores, vooral op het gebied van waarderen en belonen. Publieke rellen over de beloningspakketten van topbestuurders zijn sinds Wim Koks aanval op ‘exorbitante beloningen’ in 1997 dan ook een terugkerend ritueel geworden. In deze rituele dans speelt de Volkskrant een prominente rol. Vijfentwintig jaar geleden publiceerde deze krant zijn eerste jaarlijkse salarislijstje. Om dat jubileum te vieren is onlangs een website met historische salarisfeiten gelanceerd, www.topsalaris.nl, en een boek van Volkskrant-journalist Xander van Uffelen, getiteld Het grote graaien.

Het boek presenteert een veelheid aan inzichten over de verschillende partijen die bij het bepalen van bestuurdersbeloningen betrokken zijn. Ook geeft de auteur helder en inzichtelijk weer wat de topinkomensontwikkeling in Nederland is geweest en waar deze aan moet worden toegeschreven, namelijk: de poging van wetgever en belegger om de handelingsruimte van de bestuurder in te perken, door hem variabel te belonen in de vorm van opties en prestatieaandelen.

Uit Van Uffelens interviews met vier topbestuurders blijkt dat de beloningssprongen vooral een ‘schitterend ongeluk’ zijn geweest en niet het resultaat van buitenaardse hebzucht. Bij de beschrijving van dat ‘ongeluk’ spaart Van Uffelen kool noch geit. Iedere partij krijgt een deel van de schuld: staat, belegger, commissaris, bestuurder, politicus, beloningsbureau, consument, vakbond en pers. Met name dat laatste siert Van Uffelen. Ook al is het boek doorspekt met de retoriek van de ‘linksige’ afkeer van inkomensongelijkheid – de titel laat weinig te raden over en Van Uffelen spreekt van ‘geldlust’ en ‘graaismoesjes’ – toch steekt hij de hand diep in eigen boezem. Transparantie moest de ‘zonneschijn zijn die alle vuil wegwast’, maar heeft in de praktijk een niet geringe bijdrage geleverd aan het ‘haasje-over’ waardoor de beloningen van Nederlandse bestuurders tussen 2005 en 2006 met de helft zijn gestegen. Van Uffelen begint het boek met een anekdote van een bestuurder die, met het Volkskrant- lijstje in de hand, verontwaardigd constateert dat de concurrenten meer verdienen.

Het enige dat onduidelijk blijft is wat nu eigenlijk het probleem is. De lezer moet tot pagina 217 wachten op het waarom: de forse stijgingen aan de top zouden het lastig maken om Nederlandse werknemers aan te zetten tot verdere loonmatiging. Zo bezondigt Van Uffelen zich aan een grote jij-bak. Eerst steekt hij de hand in eigen boezem, vervolgens wijdt hij een verontwaardigd boek aan een zaak die op de keper beschouwd van geringe economische betekenis is.

    • Ewald Engelen