Schuilen voor de politie of voor de deurwaarder

Van de adresgegevens in Amsterdam is een op de zeven onjuist. De stad is daarom vandaag een actie begonnen. „Sommigen loeren op slooppanden.”

Geregeld vertelt een moeder bij het loket van de Dienst Persoons Gegevens (DPG) in Amsterdam: „Mijn dochter woont niet meer thuis, maar ik weet niet waarheen zij is verhuisd.” Dan gaan de controleurs van de dienst kijken in het ouderlijk huis, vertelt manager Erwin Lubberding. „Als je aankomt, doet de dochter vaak zelf open.”

Naar schatting enkele duizenden jongeren proberen zo te verdwijnen uit het bevolkingsregister van Amsterdam, zegt directeur Rienk Hoff van de DPG. „Vaak hebben ze schulden en willen zij zich onzichtbaar maken voor deurwaarders.” Anderen hebben problemen met de politie.

Deze verdwijnjongeren zijn een redelijk jong verschijnsel, maar de vervuiling van de gemeentelijke basisadministratie is al veel langer een probleem. Een op de zeven inschrijvingen klopt niet en dat komt in Amsterdam al gauw neer op ruim 100.000 onjuiste adresgegevens. Dat wringt des te meer, omdat per 1 januari 2010 alle overheidsinstellingen de basisadministratie moeten gaan gebruiken.

De DPG is erin geslaagd om het aantal adressen met fouten te verlagen van 15 procent (2005) tot 14,3 procent (2007). „Wij streven op termijn naar 7 procent”, zegt directeur Hoff. Daarom lanceerde burgemeester Cohen vanmiddag de publiekscampagne, waarbij de bevolking wordt opgeroepen zich correct te laten inschrijven.

Tweederde van de verkeerde adressen is het gevolg van laksheid. „Mensen die vergeten om een verhuizing door te geven”, zegt Hoff. Eenderde komt door boze opzet. Zo zijn er onderhuurders die zich niet mogen inschrijven, omdat de hospita de huurinkomsten niet wil opgeven.

Maar liever dan te verdwijnen uit de administratie willen velen erin verschijnen. De thuiswonende student die zich bij zijn tante laat inschrijven om zo een hogere studiebeurs te krijgen. Het samenwonende stel dat twee adressen in stand houdt om een hogere sociale uitkering te ontvangen.

En dan zijn er de Oost-Europeanen, die in Nederland komen werken. „Het nieuwe type koppelbaas wil zijn werknemers laten inschrijven als zelfstandige zonder personeel, maar de Kamer van Koophandel doet dat alleen als de zzp’er een adres heeft”, vertelt Hoff: „Dan schrijft de koppelbaas mensen op zijn eigen adres in.”

Of bij derden, want adressen zijn handelswaar. Hoff: „Op eBay kun je vaak voor pakweg 100 euro een adresinschrijving kopen.” En de zuinige adreszoeker laat zich inschrijven in een pand dat gesloopt zal worden, maar nog niet uit het bestand is. Hoff: „Je hebt echt mensen die daarop loeren.”

Baliemedewerkers van de DPG zijn daarom getraind om rare dingen te herkennen. Als er veel namen op een adres staan, mensen nog niet zo lang ergens wonen of uit het buitenland komen, gaat er een lampje branden. Het Rotterdamse plan om niet meer dan twee verschillende namen in te schrijven, spreekt Hoff niet aan: „Dat doen we hier niet.”

De DPG verwacht veel van de afspraak met de woningcorporaties (eigenaar van 60 procent van de Amsterdamse woningen), die hun adresgegevens digitaal gaan doorgeven. Verder hoopt de DPG staatssecretaris Bijleveld (Binnenlandse Zaken, CDA) zo ver te krijgen, dat de dienst bij fraude bestuurlijke boetes mag opleggen. Hoff: „Denk aan 1.000 euro.”

Als het systeem straks redelijk waterdicht is, rest er nog één gevaar: identiteitsfraude. „Wie eenmaal door de poort is, is dan nog nauwelijks te achterhalen”, zegt Hoff. Hoe vaak iemand de identiteit van een ander aanneemt, is onbekend. Hoff : „Alleen in Amsterdam verdwijnen jaarlijks 17.000 paspoorten, waarvan er maar enkele duizenden teruggevonden worden. De rest wordt gebruikt om ergens binnen te komen.”