Principes in praktijk

Het CDA heeft deze week zonder veel opzien te baren maar wel nadrukkelijk de kleinste coalitiepartner de wacht aangezegd. In het conflict tussen PvdA en ChristenUnie (CU) in de boezem van het kabinet over het uitbreiden of bevriezen van de toepassing van embryoselectie koos de christen-democratische Tweede Kamerfractie dinsdag na een week aarzelen voor uitbreiden „onder voorwaarden”.

Daarmee staat de CU nu voor een tweesprong: kiezen voor de coalitie of kiezen voor het eigen standpunt. Voor beide opties valt wat te zeggen. Morgen buigen de leden van PvdA en CU zich op hun respectievelijke congressen over de kwestie. Zij doen er goed aan de als ‘principieel’ vermomde standpunten van hun Haagse voorlieden te demonteren.

PvdA en CU hebben zich vorige week zo diep ingegraven in de schuttersputjes van hun eigen gelijk dat een compromis over embryoselectie uit beeld verdween. Vice-premier Rouvoet (Jeugd en Gezin, CU) onderstreepte dat woensdag nog eens in een vraaggesprek met het Reformatorisch Dagblad : „Ik denk dus niet in termen van een compromis”. Maar hij zei er ook bij dat het zijn partij gaat om het „inkaderen” van de huidige regeling, zodat „embryoselectie op een meer verantwoorde manier plaatsvindt dan nu wettelijk mogelijk is”. In de woorden van de vicepremier gloort de keuze voor doorgaan met de coalitie. De uitdaging voor Rouvoet is morgen dat hij zijn pragmatisme aan het congres verkoopt als principe.

Of dat zal lukken is bij zijn achterban geen uitgemaakte zaak. Het congres van de CU is wel geneigd tot een gezagsgetrouwe opstelling. Maar veel ‘broeders en zusters’ hebben al eerder te kennen gegeven niet blij te zijn als de partij teveel „in de wereld” afdaalt.

De partij is daarvoor nu overgevoelig omdat ook een gedragscode voor politici van de CU op de agenda staat. Die is omstreden vanwege de vraagtekens die de partij stelt bij de geloofwaardigheid van homo’s als vertegenwoordigers van de CU. Hoe de CU in eigen kring wenst om te gaan met deze kwestie is in hoge mate een interne aangelegenheid die voor een belangrijk deel ook hoort bij de identiteit van de partij. Of men daarvan lid wil worden is een vrije keuze.

Dat een politieke partij eigen standpunten heeft is eigen aan het wezen van de partij. Maar regeringsverantwoordelijkheid impliceert ook rekening houden met de opvattingen van andersdenkenden. Dat geldt in het CU-geval voor de homokwestie, voor de embryokwestie en waarschijnlijk nog andere principiële kwesties achter de horizon.

Het is waar: een rechtvaardige democratie regeert niet bij gratie van het getal. Er moet ook rekening gehouden worden met de standpunten van minderheden. Het kan dat de CU dit omdraait. Maar als bij regeringsmacht in die optiek hoort dat een minderheid afwijkende standpunten aan de meerderheid moet kunnen opleggen, dan is dat dwingelandij. Dan moet de partij kiezen voor het eigen standpunt en uit de coalitie.