‘Moeilijk om bewaker het martelen af te leren’

Mensenrechten zijn geen prioriteit in Afghanistan. Bewakers gebruiken geweld tegen gevangenen. „Het is lastig, maar ons werk is niet onmogelijk.”

Vier dagen lang hoefde Farid Hamidi van Afghan Independent Rights Commission (AIHRC) zich geen zorgen te maken over zijn eigen veiligheid. Hij was namelijk in Nederland. In Den Haag spraken hij en andere delegatieleden met het ministerie van Buitenlandse Zaken over de mensenrechtensituatie in zijn thuisland. Hamidi sprak ook met organisaties als Amnesty International. „We willen leren van Nederland. Hoe dit land omgaat met mensenrechten. Over hoe je als overheid transparant moet zijn”, zei Hamidi in zijn hotel in Den Haag. Hij woont in de Afghaanse hoofdstad Kabul.

De AIHRC heeft als doel mensenrechten en democratie te bevorderen in Afghanistan. Hamidi werkt als commissaris bij de mensenrechtenorganisatie, nadat hij meehielp de verkiezingen in zijn land te organiseren. Hij studeerde rechten aan de universiteit van Kabul en werd later een bekende advocaat. Ook tijdens het bewind van de Talibaan bleef hij in Kabul, een stad waar de Talibaan nog lang niet zijn vetrokken. Het bemoeilijkt zijn werk. „Het veiligheidsprobleem is overal.”

Toch is hij optimistisch. „Vorig jaar hebben we ons rapport uitgebracht: we interviewden meer dan 11.000 mensen door heel het land. Daaruit bleek dat 87 procent van de mensen in Afghanistan optimistisch is over de toekomst ondanks de onveiligheid, armoede en het lage tempo van de reconstructie.”

Hamidi reageert zoals Afghanen vaak reageren als het om hun land gaat. Vol trots. „Het gaat over mijn geboorteland. Dan moet je toch optimistisch zijn?” Kritische vragen over behandeling van gevangenen worden steevast gepareerd met: „Dat onderzoeken we. We hebben vertrouwen in de uitkomst van het onderzoek.” Hamidi zal niet in de openbaarheid zijn regering afvallen, ook al gaat daar veel mis. In Afghanistan heerst bijvoorbeeld corruptie. Hamidi zegt dan: „Er zijn problemen, natuurlijk. Maar wat wil je? We zijn vanaf nul begonnen met de opbouw van het overheidsapparaat.”

Hamidi kwam ook naar Nederland om te praten over de behandeling van gevangenen in de provincie Uruzgan door de Afghaanse geheime dienst NDS. In april meldde deze krant dat Afghaanse gevangenen zeggen te zijn geslagen door de NDS, nadat ze waren overgedragen door Nederlandse militairen.

Hoe gaat u voorkomen dat er gevangenen worden mishandeld in Uruzgan?

„Wij maken ons zorgen. Maandelijks gaan we langs alle detentiecentra in Afghanistan. Niet alleen in de hoofdstad, maar ook in alle provincies. We hebben vorige maand nog twee mensen extra gerekruteerd die toezicht gaan houden in Uruzgan. Binnenkort gaan we daar ons kantoor openen. Voorheen probeerden we vanuit de buurprovincie Kandahar naar Uruzgan te komen. Dat ging niet. Het is te onveilig om van de ene provincie naar de andere te reizen.

„Na de beschuldigingen elders in Afghanistan heeft president Karzai een commissie ingesteld om de gevangenissen te inspecteren in alle provincies. AIHRC zit ook in deze commissie. Ook Uruzgan zal onder de loep worden genomen. Het probleem van Afghanistan is dat het zo lastig is om mensen de noodzaak van mensenrechten bij te brengen. Hoe maak je aan een gevangenisbewaker duidelijk dat hij niet moet martelen als hij dat jaren lang heeft gedaan? Toch moet het stoppen. Het is niet goed voor het vertrouwen van de Afghanen in hun overheid.”

Amnesty International zegt dat het beter is om helemaal geen gevangenen over te dragen. Is dat een optie?

„Nee. Je helpt de Afghaanse overheid niet door haar te negeren. Je moet samenwerken. Dat is de enige manier om mensenrechten te verbeteren. Bovendien wekt het argwaan onder de Afghanen als vreemde landen de gevangen gaan vastzetten. De bevolking weet niet wat er zich binnen de muren van zo’n militair kamp afspeelt. De Talibaan maken daar gebruik van. Tegen Afghanen hangt de Talibaan het verhaal op dat als je eenmaal in handen van de NAVO bent, je naar Guantánamo Bay gaat en daar nooit meer uit komt. Dat verhaal wordt versterkt als de Afghaanse overheid buiten spel wordt gezet.”

Hebben de Afghanen vertrouwen in de internationale gemeenschap, waaronder Nederland?

„Dat vertrouwen is er nog steeds. Afghanen hopen dat de internationale gemeenschap de veiligheid verbetert, dat de armoede wordt aangepakt en dat er meer banen komen. Ik zie ook verbeteringen: ten opzichte van een jaar geleden zijn er nu minder burgerslachtoffers gevallen en er vindt meer samenwerking plaats tussen de Afghanen en de NAVO-machten.”

Kunt u uw werk nog wel doen als het zo onveilig is?

„De veiligheidssituatie beïnvloedt alles in Afghanistan. Dus ook ons werk. Het is lastig, maar niet onmogelijk. Kijk maar naar het kantoor dat we gaan openen in Uruzgan. Dat is toch vooruitgang. Hetzelfde geldt voor vrouwenrechten. Ik ben blij dat 28 procent van de zetels in het parlement wordt bezet door vrouwen. Maar dat is Kabul. In andere provincies, zoals in Uruzgan, zorgt de slechte veiligheid ervoor dat er maar zeer weinig vooruitgang is op het gebied van vrouwenrechten. Families sturen meisjes niet naar school, omdat het op straat te gevaarlijk is.”

Aan de andere kant zijn er al zeven jaar lang militairen in Afghanistan. De veiligheid is nog steeds niet echt verbeterd. Als ik Afghaan was, zou ik zo langzamerhand mijn geduld verliezen.

„Op sommige plekken in Zuid-Afghanistan verslechtert de veiligheidssituatie elke dag een beetje. Maar de bevolking weet ook dat als de westerse militairen vertrekken de Talibaan weer volledig terugkeren. Dat willen ze al helemaal niet. Daarom is er nog steeds steun, ook al verloopt de opbouw van Afghanistan traag.”

Achtergronden over missie op nrc.nl/uruzgan.