Meer mensen wachten op psychische hulp

Het aantal mensen dat op de wachtlijst staat voor psychologische en psychiatrische hulp is vorig jaar fors gestegen. Het aantal wachtenden nam toe van 74.700 naar 84.700. Dit meldt de overkoepelende organisatie GGZ Nederland in een rapport dat vandaag verschijnt. De 110 instellingen voor geestelijke gezondheidszorg (ggz) behandelen onder andere depressies, autisme, burn-out, ADHD, paniekaanvallen, relatieproblemen, angst- en eetstoornissen.

Niet alleen meer mensen wachten op hulp, ze moeten ook te lang wachten. Gemiddeld begint de behandeling 32 weken na aanmelding, terwijl 14 weken de norm is. Deze zogenoemde Treeknorm is acht jaar geleden afgesproken door ggz-instellingen, het ministerie van VWS en de zorgverzekeraars.

Oorzaak van de stijging van het aantal wachtenden is de sterke toename van de vraag naar psychologische en psychiatrische hulp. Bij jongeren tot en met 23 jaar nam de hulpvraag het sterkst toe: met een kwart. Het aantal wachtende jeugdigen steeg tot 22.900.

Ouders hebben steeds minder kinderen, maar zijn hierdoor vaak wel alerter op hun geestelijke gezondheid, verklaart voorzitter Marleen Barth van GGZ Nederland de forse groei. Bovendien is de diagnostiek de laatste jaren verbeterd. Het aantal wachtende volwassenen groeide volgens het rapport met 13 procent tot 56.900.

De Algemene Rekenkamer meent dat jaarlijks 200.000 à 240.000 jeugdigen geestelijke zorg nodig hebben. Door extra geld van de overheid en meer efficiëntie hebben ggz-instellingen vorig jaar 21 procent meer jeugdigen behandeld dan het jaar ervoor, meldt GGZ Nederland. „De instellingen hebben zich kapot gewerkt”, zegt Barth, oud-lid van de Tweede Kamer voor de PvdA.

Ondanks de exploderende vraag heeft het kabinet in de begroting van dit jaar 43 miljoen euro minder uitgetrokken voor de ggz. Het kabinet wil het totaalbedrag eenmalig met 13 miljoen verhogen.