Jongleren met zware ballen

Remko Vrijdag en Micha Molthoff maakten met Transformers hun eerste Parade-voorstelling.

Hoe maak je een stuk geschikt voor een festival?

Theaterfestival de Parade wordt vanavond in Rotterdam geopend. Rondom het terrein staat een vijf meter hoge traverse. Foto Dirk-Jan Visser (Foto: Dirk-Jan Visser / Rotterdam: 12-06-2008) Lucht foto van de Parade, een mobiel kunstfestival wat jaarlijks neerstrijkt in o.a. Rotterdam. Deze keer is het terrein omlijnt door de 'Parade Traverse', naar idee en ontwerp van Observatorium. Deze traverse is een openbare gratis toegankelijke straat op 5 meter hoogte en 600 meter lang over de Parade en door het NAi die het theaterterrein omsluit en tegelijkertijd zichtbaar maakt. Visser, Dirk-Jan

Ze hoopten op een soort legertent voor hun voorstelling Transformers, absurdistisch muzikaal cabaret rond twee soldaten op de compound in, zeg, Uruzgan. Het werd een circustent. Cabaretier Remko Vrijdag (van De Vliegende Panters) en violist Micha Molthoff debuteren vandaag als duo op rondreizend theaterfestival de Parade, dat vanavond in Rotterdam zijn officiële opening beleeft. Vrijdag: „We hadden beter een voorstelling over Bassie en Adriaan kunnen maken.”

Voor Vrijdag en Molthoff is de Parade de proeftuin voor wat later in het jaar een avondvullende voorstelling moet worden. Met gekke invalletjes en improvisaties kwamen ze al tot vijf kwartier stof; van de ‘shag-Laaf’, die het hele huis in een lekkere shaglucht hult, via een vrolijke Brel-medley tot een joods violistje bij de Consument-imam op schoot. Vrijdag: „Op de Parade kunnen we nu gaan kijken wat werkt – wat het publiek leuk vindt, en wat we zelf het liefste willen.”

Hoewel beiden ervaren artiesten zijn, is dat spannend. Vrijdag: „We doen allebei iets nieuws. Micha ontpopt zich tot cabaretier en ik ben opeens ook zanger. Transformatie is een belangrijk element, ook in gekke vertalingen of liedjes in een nieuw jasje. Vandaar de titel.” Overigens speelden er ook minder artistiek verheven motieven: „We vonden het ook gewoon gaaf klinken. En we wilden wel een keer stoere jongens, soldaten zijn.”

Het cliché van de typische Parade-voorstelling luidt dat die lollig, luchtig en laagdrempelig moet zijn. Artistiek leider Nicole van Vessum rekent daar langzaam mee af (zie kader). Maar bij Transformers komen, naast alle kolder, ook topzware thema’s voorbij: ‘onze jongens’ in Uruzgan, WO II, joden versus Arabieren, de multiculturele samenleving. Vrijdag: „Ja, de islam. Het blijft een mooi theatraal gegeven: dat geloof in onze seculiere wereld – dat blijft voer. Wij laten een imam, een jood en een nazi samen een liedje zingen; dat is leuk omdat het schuurt: cabaret blijft ook grenzen opzoeken.”

„Maar”, vult Micha Molthoff aan, „we brengen het allemaal helemaal niet zwaar. We werpen die onderwerpen op, om er vervolgens iets grappigs mee te doen.” Kees Prins, die het duo bij een repetitie begeleidt: „Het is een soort jongleren met zware ballen.”

Dat is meteen een treffende definitie van hoe een Parade-voorstelling zou moeten zijn; een goed evenwicht tussen luchtigheid en inhoud, kolder en kwaliteit. Er zijn veel beperkingen: het mag niet te lang duren, er is geluidsoverlast van anderen, het publiek is uitgelaten en luidruchtig. Prins: „Op de Parade is het publiek de beste regisseur. Een ongeduldige, licht aangeschoten regisseur.”

Molthoff en Vrijdag merkten vorige week bij een try-out dat een al te absurdistische, fragmentarische vorm niet goed werkte bij het publiek. Vrijdag: „Dus hebben we een herkenbaarder vorm gekozen. Je moet het publiek wel handvatten geven. Zeker nu ze geen idee hebben wat ze precies gaan zien. De voorstelling heeft nu uiteindelijk een vrij traditionele vorm: liedje-sketchje-liedje, en dat werkt beter. Muziek blijft sowieso altijd overeind.”

Maar al te veel concessies: nee. Schopenhauer en Plato worden voor de Parade niet geschrapt, al komen ze op een wat ongebruikelijke wijze aan bod. Vrijdag: „Nee zeg! Dat vonden we zelf gewoon veel te leuk. Je moet ook aan je eigen lol denken.”

    • Herien Wensink