Ik neem graag de leiding

Sopraan Kiri te Kanawa (64) kreeg gisteren een oeuvre-Edison. Zondag geeft ze haar laatste recital in Nederland.

Sopraan Kiri te Kanawa bij een optreden in 2006 Foto AP Soprano Kiri Te Kanawa performs during the Metropolitan Opera Gala honoring the Met's General Manager Joseph Volpe, Saturday, May 20, 2006 in New York. Many of the greatest singers from the world of opera gathered on The Met stage to celebrate Mr. Volpe and his years at The Metropolitan Opera, a career spanning more than four decades since he joined the Company in 1964. (AP Photo/Stephen Chernin) Associated Press

Over één onderwerp wil Dame Kiri te Kanawa onder geen beding praten, en dat is haar afscheid van het podium. Lastig, want het recital waarmee ze zondag het Haagse Festival Classique afsluit, maakt officieel onderdeel uit van haar Farewell Recital Tour. Maar voor Kiri te Kanawa is ‘afscheid’ synoniem aan ‘bijna dood’. En dus wil ze het er niet over hebben. End of discussion.

Dame Kiri te Kanawa is de strenge regisseur van haar eigen imago. Werk en privé houdt ze strikt gescheiden. Je kunt het haar nauwelijks kwalijk nemen. Vooral in thuisland Nieuw-Zeeland is ze de lieveling van de boulevardpers. Haar echtscheiding, het contact met haar twee kinderen, de hereniging (en breuk) met haar biologische halfbroer? Kleurrijke profielen onthullen de details. Anekdotes over Te Kanawa’s adoptiejeugd als kind van een echtpaar dat, net als zijzelf, voor de helft van Maori-komaf was, zijn bijna nationale folklore.

Volgens diezelfde overlevering bezit Te Kanawa vijf landhuizen op drie continenten. Maar haar vaste basis heeft ze in Lewes, een idyllisch dorpje in de heuvels van East-Sussex, ten noorden van Londen. Journalisten zijn er niet welkom; ze ontvangt in het plaatselijke hotel. „Alleen voor studenten maak ik een uitzondering”, vertelt ze. „Die nodig ik thuis uit, en daar besteed ik vele uren aan ze, om de start van hun carrières een beetje gemakkelijker te maken. Maar als ze me na afloop geen bedankbriefje sturen, hoeven ze nooit meer terug te komen. Ik zeg natuurlijk niet dat ik zo’n briefje verwacht; dat is een blijk van respect die vanzelfsprekend zou moeten zijn.” En dan volgt weer zo’n vriendelijke, maar strenge glimlach.

Christina Deutekom en

Renata Tebaldi waren 54, Galina Vishnevskaya 56, Elisabeth Schwarzkopf 60 en Birgit Nilsson 62. Dus het podiumpensioen van Dame Kiri (64) zat er al een tijdje aan te komen. Maar of ze nu echt nooit meer op het podium zal zingen – je weet het niet.

Uit het operavak trok Te Kanawa zich al vier jaar geleden terug. Onaangekondigd, na een reeks voorstellingen van Samuel Barbers opera Vanessa in Washington. En gelijk had ze, want is er voor een sopraan op leeftijd nog een mooiere rol dan die in Vanessa? Groots was de manier waarop Te Kanawa met het charmante rijpingsruisje op haar nog steeds soepele geluid diepte gaf aan de tussen melancholie en levenslust meanderende, oudere femme fatale. „Daarna had ik graag nog meer voorstellingen van die opera gezongen, maar dat mislukte”, vertelt ze. „In Vanessa staat of valt de magie met de chemie van de cast. Dus toen ze daarin een wijziging dreigden door te voeren, heb ik mij teruggetrokken. Jammer, want inderdaad: er zijn weinig karakterrollen voor sopranen op leeftijd. Er bestaat een nijpende behoefte aan nieuwe Puccini’s, Mozarts en Verdi’s.”

Eigenlijk is Te Kanawa al jaren bezig met minderen. Ze bracht nog sporadisch een cd uit, gewijd aan Maori-muziek of, een van de laatste, kitscherige liederen van Karl Jenkins: zeker géén nieuwe Mozart. De schaarse recitals die zij geeft, kun je uittekenen. Meestal klinken er liederen en aria’s van Richard Strauss en Mozart – het repertoire waarin Te Kanawa groot werd, en waarvan zij met haar zilveren stem opnames realiseerde die nog steeds ijkpunten zijn.

„Ik wil recitals zingen met mooie muziek, en daarin zo breed mogelijk zijn”, zegt ze. „Natuurlijk, ik zou programma’s kunnen samenstellen met uitsluitend Brahms of Schubert, maar daar win je minder harten mee. En of ik mezelf er een plezier mee zou doen, is de vraag. Dat is niet wie ik ben; ik wil zelf óók gewoon het liefst een wereld van musical delight ontsluiten.”

Veel tijd besteedt Te Kanawa tegenwoordig aan haar eigen stichting, die zich inzet voor jonge zangers uit Nieuw-Zeeland. Ze richt zich vooral op de praktische zaken. „Ik eis dat ze hun agenda’s overleggen. ‘Waar is je rusttijd, waar je studietijd?’, frik ik dan. Overbelasting is een gevaar. Je verslijt je stem én maakt je leven ingewikkeld. Hoeveel rollen ik zelf niet roerend in een pan soep heb ingestudeerd… Bij mij is alles te snel gegaan. Vaak zijn tijds- en prestatiedruk stimulerend, maar in de muziek niet.”

Het coachen van zangtalent houdt haar nederig, vindt Te Kanawa. „Maar het is ook vleiend. Die jonge collega’s hebben hun hele jeugd naar mijn cd’s geluisterd en willen nu gewoon mijn leven leiden. Ik vind het dankbaar werk ze te helpen in mijn voetsporen te treden. Ze te beschermen tegen, bijvoorbeeld, de invloed van impresario’s die te snel te veel willen. Het is wel een beetje vergelijkbaar met het moederschap.”

Zelf werd Te Kanawa in haar jeugd

onderwezen door zuster Mary-Leo, een non. En ze roemt de invloed van dirigent Georg Solti. „Maar wát ik van hem leerde vind ik moeilijk te benoemen. De essentie van ontwikkeling is nu juist dat je iets wordt; het is een proces. Onlangs moest ik hier in de kathedraal van Winchester Ein deutsches Requiem van Brahms zingen. Bij mijn voorbereidingen vond ik onder in de kast een twintig jaar oude opname van mezelf, onder Solti. Nu u het vraagt: die was extreem goed – intenser bestaat niet. Dat was de kracht van Solti; hij liet je op de toppen van je kunnen presteren.”

Wat Te Kanawa straks zal doen met meer vrije tijd, blijft onderwerp van speculatie. Ze heeft eerder aangegeven meer piano te willen studeren, en haar vaak bekritiseerde talenkennis bij te willen spijkeren. „Oh, daar ben ik al mee bezig”, zegt ze. „Ik leer nu fonetisch een lied in het Chinees, voor een recital in Hong Kong. Dapper? Gewoon dom! Het is in het Mandarijn, terwijl men in Hong Kong Kantonees spreekt, ontdekte ik later.”

Ze zucht, kijkt uit het raam. „Muziek ís gewoon niet mijn hele leven. Eigenlijk ben ik voortdurend bezig met het moment waarop ik weer naar buiten kan.”

Wie de ruwe bekoring daarvan vindt botsen met haar serene podiumpersoonlijkheid, snapt er niks van, zegt ze fel. „De discipline van mijn professionele leven wordt gecompenseerd door de vrijheid die ik ervaar als ik, bij voorbeeld, ga vissen. Je gooit de lijn uit, en weet niet wat er die avond op tafel komt. Mosselen, tonijn, zalm-sashimi? Of eieren – omdat je niks hebt gevangen. Dat chaotische vind ik heerlijk. Maar in de uitwerking ben ik zeer georganiseerd. Zes uur op, sandwiches smeren, appels en chocola inpakken. De hele dag vissen, en daarna duik ik de jacuzzi in, kook mijn vangst, trek een fles wijn open en ga vroeg naar bed. Het jagersleven vind ik zeer opwindend. Als vrouw zou ik eigenlijk natuurlijk geen jager maar verzamelaar moeten zijn, maar zo zit ik niet in elkaar. Ik ben de leider, ik neem de mannen die me vergezellen op sleeptouw. Follow me, boys!”

Kiri te Kanawa, afscheidsrecital op 15 juni, Dr. Anton Philipszaal, Den Haag. (0900) 300 5000