‘Ik besloot onze rotzooi in Amerika niet te verkopen’

Bij ABN Amro was hij ongelukkig. Bij Rabobank neemt hij komende week afscheid. Bankier Hans ten Cate gaat met pensioen in een roerige tijd. „Banken houden zich heel stil.”

Hans ten Cate Foto Evelyne Jacq 34 jaar bij Amro, ABN Amro en Rabobank Hans ten Cate werd in 1946 geboren in Neede (Achterhoek). Na de hbs en de militaire dienst bij de cavalerie ging hij in 1967 bedrijfseconomie en bedrijfskunde studeren. Na zijn afstuderen in 1973 begon hij een lange carrière in het Nederlandse bankwezen. 1974: in dienst bij Amro Bank, afdeling bijzondere kredieten 1977: manager Amro Bank, Dubai 1982: directeur Amro Handelsbank, Duitsland 1987: regiodirecteur Amro, later ABN Amro, Rotterdam 1996: directeur-generaal kredieten en speciale financieringen ABN Amro 2000: lid raad van bestuur Rabobank Enkele nevenfuncties: commissaris bij FGH Bank, Rabo Bouwfonds en Robeco, voorzitter van het college van gedelegeerden van de Koninklijke Maatschap de Wilhelminapolder, adviseur van Bolidt Kunsttoepassing en van het Chabot Museum. Jacq, Evelyne

Zijn werkweek gaat van 80 naar 40 uur. Dat noemt hij met pensioen gaan.

Hans ten Cate (62) is een van de meest ervaren bankiers van Nederland. Decennia werkte hij bij de Amro Bank en ABN Amro. Sinds 2000 zit hij in de raad van bestuur van Rabobank. Volgende week vertrekt hij op het moment dat de kredietcrisis banken nog altijd in een verlammende greep heeft en die andere crisis – de voedselcrisis – nieuwe perspectieven biedt voor de ‘boerenleenbank’ uit Utrecht. Een gesprek over de bancaire sector, de problemen rond Bouwfonds (vastgoedfraude) en over het verloop van een carrière. „Je leert leven met narigheid.”

U gaat weg op het moment dat de financiële sector het moeilijk heeft. Waar staan we in de kredietcrisis?

„Ik ben niet de juiste man om dat aan te vragen. Ik zit er voortdurend naast. Ik heb vorig jaar augustus gezegd dat de crisis kort maar hevig zou zijn, en onlangs in maart dat die nu echt bijna over is. Het is ook zo ongrijpbaar. Vlak voor ik in juli vorig jaar voor vakantie naar Zeeland vertrok, vroeg ik aan de afdeling derivaten van Rabo International hoeveel de schade zou zijn als we alle rotzooi die wij direct in Amerika hadden uitstaan zouden verkopen. 80 tot 100 miljoen, zeiden ze. Ik besloot niets te doen. Toen ik na twee weken terugkeerde, was die schadepost al opgelopen tot enkele honderden miljoenen.”

Hoe is de situatie nu?

„Je leert leven met narigheid. De gevolgen in Nederland vallen op zich nog mee. Hoe groot de schade uiteindelijk zal zijn en hoe lang de crisis nog duurt, weet niemand. De schade op je eigen portefeuille is nog wel te overzien, maar de schade door het droogvallen van de financiële kredietmarkt is onnoemelijk veel duurder geworden. De situatie is nog altijd niet normaal. De meeste banken houden zich heel stil, ze zijn erg zenuwachtig.”

Er is nog een crisis. De voedselcrisis. Daar moet u als bank met landbouwspecialisme mee bezig zijn.

„Rabobank is niet alleen qua financiering de expert voor de internationale voedings- en agrarische industrie, maar ook op het gebied van kennis. We hebben een eigen onderzoeksafdeling, een soort wereldwijd Wageningen. Die club, waar tachtig wetenschappers werken, levert advies aan de industrie en de sector, overal ter wereld. Als we dat beter gaan coördineren, is daar nog een grote slag mee te slaan. Dan verkopen we niet alleen kredieten, maar ook kennis.”

Dan de onvermijdelijke vraag: wat gaat u nu doen?

„Ik heb nog van alles op m’n bordje bij de Rabo liggen: commissaris bij de dochters Robeco en Bouwfonds, en bij ons bedrijf in Australië. Dit werk zal me zeker nog twee dagen in de week gaan bezighouden. Ik vertrek wel fysiek uit het hoofdkantoor hier in Utrecht, maar krijg een kamertje in Hoevelaken [op het hoofdkantoor van Bouwfonds, red.] Verder heb ik de nodige commissariaten.”

U vreest het zwarte gat niet?

„Zwart gat? Ik ben al blij als ik één zwart gaatje kan vinden. Ik heb met m’n vrouw afgesproken dat ik mijn werkweek terugschroef naar 40 uur. Ze was al not amused dat ik onze vakantie van twee maanden heb moeten inkorten tot drie weken. Dat komt door Bouwfonds. Daar is bestuursvoorzitter Tjalling Halbertsma plots opgestapt. Ik moet op zoek naar een opvolger.”

Over Bouwfonds gesproken, de omvangrijke fraudezaak waarbij dat bedrijf betrokken is moet u aan het hart gaan. U hebt Bouwfonds twee keer gekocht: in 1999 voor ABN Amro en eind 2006 voor Rabobank.

„Voor de goede orde: die fraude waar justitie nu uitgebreid onderzoek naar doet heeft niet plaatsgevonden binnen Bouwfonds, maar rond een aantal ex-werknemers. En de vermeende malversaties hebben jaren geleden plaatsgevonden.”

Bent u persoonlijk teleurgesteld? U hebt ooit groot vertrouwen gesteld in een aantal verdachten in deze zaak, onder wie hoofdverdachte Jan van V., voormalig directeur vastgoedontwikkeling bij Bouwfonds. Ook nadat Van V. voor zichzelf was begonnen, hebt u hem voor Rabobank wel eens ingehuurd.

„Teleurgesteld is niet het goede woord. Dat ben je als een kind iets doet wat eigenlijk niet mag. Nee, deze zaak is schandelijk. Als het allemaal waar is wat justitie zegt dan zullen de daders zwaar moeten boeten. In het algemeen heb ik een redelijke mensenkennis, maar bij hem heb ik het niet goed geroken.”

Overweegt u een schadevergoeding tegen ABN Amro in te dienen?

„Dat lijkt me niet reëel. Ik kan me niet voorstellen dat de toenmalige ABN Amro-top weet heeft gehad van de malafide praktijken.”

Voor u in 2000 tot de directie van Rabobank toetrad, hebt u 26 jaar bij ABN Amro gewerkt. Ging het u aan het hart dat de bank verdween?

„Vorig jaar wel, toen het speelde. Toen vond ik het doodzonde. Het is inmiddels een feit. Nu bekijk ik het vooral zakelijk: dat er kansen liggen voor Rabobank om bepaalde gaten op de markt in te vullen. Zowel in Nederland als in sommige buitenlanden.”

Heeft Rabobank al profijt gehad?

„Ik merk op de zakelijke markt zeker enige beweging. Nederlandse bedrijven willen nu eenmaal met hun bankier Nederlands kunnen lullen, de krant kunnen doornemen. Hoewel veel teams van ABN Amro nog bestaan, vallen ze nu onder Royal Bank of Scotland en worden de grote beslissingen in Edinburgh genomen.”

Vorig jaar bestookte een aantal lokale Rabobanken met brieven klanten van ABN Amro.

„Dat was niet goed. Ik weet dat ABN Amro woedend was. Ik heb vanuit hun bestuursetage wel wat boze telefoontjes gekregen.”

Had u niet liever uw carrière bij ABN Amro willen afsluiten?

„Neen. Ik was er ongelukkig en ben daarom weggegaan.”

U vertrok abrupt nadat Rijkman Groenink in mei 2000 topman was geworden. Hij was toch uw makker met wie u in de jaren zeventig bij Amro was begonnen?

„Ik was in gesprek met Rabobank, maar aarzelde. Ik wilde afwachten hoe Groenink het management zou neerzetten. Nadat ik te horen had gekregen dat ik onder de raad van bestuur de zakenbanktak zou gaan leiden, was ik daar niet happy mee. Ik kwam Groenink diezelfde dag tegen bij de Polo-picknick van Cor van Zadelhoff. Hij deed er koeltjes over. Op dat moment besloot ik naar Rabobank te gaan. Groenink was woest. Ik was een verrader. Ik mocht nog net een sobere afscheidsreceptie houden. Groenink had bestuursleden opgeroepen daar niet heen te gaan.”

Welke portefeuille had u dan van Groenink willen krijgen?

„Als ik directeur van Bouwfonds was geworden, dan was ik wellicht aangebleven.”

Bouwfonds? Als dat zo was gelopen, hadden we nu een heel ander gesprek gehad.

Even stil: „Tja.”