Going Dutch

Zoals Roelof van Gelder in zijn boekbespreking (Boeken, 18.04.2008) concludeert, heeft Lisa Jardine een liefdevol boek geschreven over Britten en Nederlanders. Jammer is inderdaad dat zij zich vooral op de geschriften van de familie Huygens heeft gericht en vooral geïnteresseerd is in hofkringen. Maar zelfs binnen die beperkingen volgt een eenzijdige behandeling van gebeurtenissen.

Ondanks haar vele beschrijvingen van de entourage van koningin Henriëtte Maria van Engeland, had wel iéts gezegd mogen worden over de financiële kant van de zaak. Zo leende deze koningin tijdens haar verblijf in de Republiek bijna één miljoen gulden voor haar Engelse Karel I, een bedrag dat niet volledig werd teruggezien. Zowel de Wisselbank als de Beleenbank van Rotterdam is daar bijna aan onderdoor gegaan.

William en Mary speelden een actieve rol bij de oprichting van de Bank of England. Zij waren een van de eerste aandeelhouders, een beleggingsvoorbeeld dat in de decennia erna werd gevolgd door vele Nederlandse kapitaalbezitters: in 1750 was ruim 30 procent van het aandelenkapitaal van de Bank of England in Nederlandse handen.

William en Mary zorgden er ook voor dat de Bank of England door leningen uit de Republiek in haar moeilijke beginjaren het hoofd boven water kon houden. Later werd de Bank een ongeëvenaard succes. Lisa Jardine wil doen voorkomen dat George Downing dé man achter de oprichting is. Maar die was in 1694 al tien jaar dood. Plannen voor de Bank circuleerden al vanaf het begin van de jaren 1650.

Ten slotte had in dit liefdevolle boek de analyse van de Britse historici Charles Wilson en Kenneth Haley vermeld mogen worden. Zij concluderen dat Engeland maar liefst 160 jaar bij Nederland in de leer is geweest, te weten van 1603 tot 1763. Zij spreken over ‘England’s apprenticeship’ en delen deze periode op in twee tijdvakken van tachtig jaar. In de eerste tachtig jaar zou Engeland het meest van ons geleerd hebben op het vlak van handel, beurs en industrie. In de tweede helft zou het veel meer gegaan zijn om ‘the techniques of the Financial Revolution, the Bank of England and the development of the National Debt’. In die tweede periode stond boven alles centraal het bereiken van net zulke lage rentestanden als in de Republiek. Dat riep zowel grote jaloezie als grote bewondering op bij haar grootste concurrenten.

    • Marius van Nieuwkerk