Global ageing

Zonder verplichtingen, maar met een heleboel goede voornemens, is vorige week de conferentie van de VN-voedselorganisatie FAO over het bestrijden van de voedselcrisis afgesloten. Om het maar niet over politiek gevoelige zaken als landbouwsubsidies en importheffingen te hoeven hebben, bakkeleiden de Verenigde Staten en de Europese Unie vooral over bijzaken. Volgens minister voor Ontwikkelingssamenwerking Koenders bewijst het feit dat veertig staatshoofden en regeringsleiders naar Rome zijn gekomen echter, dat de stijgende voedselprijzen duidelijk op de internationale agenda staan. De vraag is nu alleen nog hoe de kwestie verder wordt opgepakt.

Caroline van Dullemen, directeur van de Nederlandse non-gouvernementele organisatie WorldGranny (www.worldgranny.nl), wees me erop dat hier een uitgelezen kans ligt voor Nederland. Net als westerse landen hebben ontwikkelingslanden te maken met een snel toenemende vergrijzing. Toch speelt vergrijzing in het discours rond globalisering en armoede nauwelijks een rol. Ouderen krijgen zelden prioriteit bij initiatieven gericht op armoedebestrijding en ontwikkeling. Eén op de vijf armste mensen in de wereld – levend van minder dan een dollar per dag – is ouder dan zestig jaar. Dat zijn naar schatting honderd miljoen mensen.

Door de eroderende familieverbanden, als gevolg van urbanisatie, migratie en ziekten als HIV/aids en malaria, kan de oudere generatie tegenwoordig vaak geen beroep meer doen op jongere familieleden voor haar onderhoud. De HIV/aids epidemie heeft de positie van ouderen bovendien wezenlijk veranderd. Veel grootouders krijgen, als hun kinderen overlijden aan de gevolgen van aids, de verantwoordelijkheid voor de kleinkinderen. Alleen al op het Afrikaanse continent woont de meerderheid van de twaalf miljoen weeskinderen bij hun grootouders.

Om die reden behoren ouderen in ontwikkelingslanden, waar geen behoorlijke pensioenvoorziening bestaat, buitenproportioneel vaak tot de allerarmsten. De voedselcrisis laat dit proces als het ware onder een vergrootglas zien. Niet alleen hebben ouderen meer moeite om te overleven, ook de familie heeft minder geld om te zorgen voor de ouders, die steeds maar ouder worden als gevolg van verbeterde gezondheidszorg, voeding en levensomstandigheden. Het is de paradox van ontwikkeling.

Van Dullemen is één van de motoren achter het Pension and Deve-lopment Network, een netwerk dat bedoeld is om kennis en ervaring over pensioenen in ontwikkelingslanden uit te wisselen, en waarin onder meer Cordaid, Syntrus Achmea, het ABP en de Nederlandse Bank vertegenwoordigd zijn. Een collectieve oudedagsvoorziening doet namelijk meer dan geld in de handen van ouderen stoppen.

Neem Lesotho, één van de armste landen ter wereld. Naar schatting dertig procent van de volwassenen is besmet met HIV/aids. In november 2004 is er een staatspensioen voor 70-plussers ingevoerd. Het pensioengeld wordt elke maand per helikopter naar zestien postkantoren hoog in de bergen gebracht, waar zich een lange rij mensen verzamelt die na het innen van hun zakje hun vingerafdruk moeten achterlaten als bewijs. Door de introductie van de pensioenregeling is een vorm van burgerschap gecreëerd, in de zin van countervailing powers. De mensen verwachten iets van de overheid en er zijn organisaties gekomen die de overheid controleren. In Lesotho is de overheid aantoonbaar beter en transparanter gaan functioneren, aldus onderzoek uitgevoerd door WorldGranny.

Impactstudies laten zien dat niet alleen de 70-plussers profiteren van het sociale pensioenstelsel in Lesotho, maar ook hun kleinkinderen. Meisjes gaan langer naar school en hoeven op minder jonge leeftijd te gaan werken als hun grootouders pensioen ontvangen. Naarmate vrouwen langer naar school zijn gegaan, krijgen ze minder kinderen (tien jaar schoolgaan betekent twee à drie kinderen minder). Geschoolde vrouwen gebruiken veel vaker voorbehoedsmiddelen dan ongeschoolde.

De oudedagsvoorziening lenigt zo niet alleen de nood van de ontvangers, maar beteugelt ook de ongebreidelde bevolkingsgroei en vermindert de kans op verspreiding van HIV/aids.

Bij een collectieve oudedagsvoorziening gaat het erom een schaalvergroting aan te brengen in het risicomanagement. In ontwikkelingslanden ligt het risico volledig bij de (‘extended’) familie. In zogenoemde emerging markets (landen die in transitie zijn) ontstaat meestal de behoefte dat risico te spreiden. De eerste private initiatieven ontstonden in Nederland eind negentiende eeuw. Deze boden echter onvoldoende bescherming, zeker toen na 1945 een groot deel van de bevolking in nood verkeerde. Daarom kwam in 1947 een collectieve basispensioenregeling tot stand, via het zogenoemde noodwetje van Drees.

Inmiddels is de oudedagsvoorziening uitgegroeid tot een drietrapsraket van AOW, pensioenafspraken tussen werkgevers en werknemers en particuliere besparingen. De Amerikaanse minister van Financiën, Henry Paulson, stelde onlangs het Nederlandse financiële toezicht ten voorbeeld aan de hele wereld. Alle aanleiding dus voor Nederland om het initiatief naar zich toe te trekken en de expertise – onder meer verzameld in het Pension and Development Network – ruimhartig aan te bieden aan ontwikkelings- en transitielanden die overwegen om een pensioenstelsel op te zetten. In Afrika zijn sinds 2006 twaalf landen zich aan het oriënteren op een collectieve oudedagsvoorziening.

Dat laat onverlet dat – om de voedselcrisis het hoofd te bieden – het op de Verenigde Staten en de Europese Unie aankomt om leiderschap te tonen. Volgens secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon moet de wereldvoedselproductie met vijftig procent toenemen in 2030. Daarvoor is het noodzakelijk dat jaarlijks vijftien tot twintig miljard dollar wordt geïnvesteerd in de landbouw in arme regio’s. Dat is een gering bedrag vergeleken met de naar schatting negentig miljard dollar die Amerika en Europa gemiddeld jaarlijks in de vorm van subsidies uitkeren aan hun eigen boeren. Daarvan komt – schrikbarend genoeg – 65 miljard dollar voor rekening van de EU. De landbouwsubsidies (en de importheffingen op producten als koffie en chocola) drukken de boeren in ontwikkelingslanden uit de markt, regelrecht de armoede in. Afschaffing ervan heeft al veel te lang op zich laten wachten.

Reageren kan op nrc.nl/mees

    • Heleen Mees