Feestje? Eerst de kernwapens weg

Op 1 juli aanstaande viert het non-proliferatieverdrag (NPT) zijn veertigste verjaardag. Twee jaar later zal een conferentie worden belegd waar de stand van zaken bij het tegengaan van de spreiding van kernwapens zal worden getoetst en besproken.

Voldoet het verdrag aan de eisen van de 21ste eeuw? Het komende feestje heeft verschillende experts ertoe verleid voorstellen te doen voor de toekomst. Het meest verregaand was de bijdrage van vier toonaangevende Amerikaanse strategen uit de periode van de Koude Oorlog: de voormalige bewindslieden Henry Kissinger,George Shultz, William Perry en voormalig senator Sam Nunn. De eerste twee dienden Republikeinse presidenten (respectievelijk Nixon, Ford en Reagan), Perry diende Clinton en de Democraat Nunn was langjarig lid van de commissie voor de strijdkrachten in de Senaat. Het viertal hield anderhalf jaar geleden in The Wall Street Journal onder de kop ‘A World Free of Nuclear Weapons’ een indringend pleidooi voor het afschaffen van alle kernwapens in de wereld.

Dankzij dit initiatief staat de opdracht de wereld vrij te maken van atoomwapens weer op de internationale agenda. De reputatie van de vier alleen al maakt het onmogelijk hun denkbeelden af te doen als louter utopisch. Maar niet het minste: de opdracht tot uitbanning van kernwapens staat in het verdrag dat nu al vier decennia als richtsnoer dient voor de deelnemende staten. Waarom die opdracht niet is uitgevoerd, heeft alles te maken met de weigering van de erkende atoomwapenstaten, de VS, Rusland, China, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, afstand te doen van hun nucleaire arsenalen.

In een bijdrage voor de website Arms Control Today van het Arms Control Agency, een onafhankelijk in Washington gevestigd instituut, geeft de Indiase expert K. Subrahmanyam uitleg over dit fenomeen. In 1985 verklaarden president Reagan en partijleider Gorbatsjov gezamenlijk dat een nucleaire oorlog niet kon worden gewonnen. Drie jaar geleden schreef voormalig Defensieminister McNamara in het blad Foreign Policy dat lancering van een nucleair wapen tegen een nucleair bewapende tegenstander gelijkstond aan zelfmoord. Bij die gelegenheid liet hij weten nooit Amerikaanse of NAVO-plannen te hebben gezien waarin werd aangenomen dat inzet van atoomwapens de VS of de alliantie van enig nut zou zijn. Maar het was, meent Subrahmanyam, onmogelijk voor Amerikaanse presidenten of voor andere politieke en militaire leiders van de NAVO een dergelijke verklaring publiekelijk af te leggen „omdat zij volledig in strijd was met de gevestigde NAVO-politiek”.

Anders gezegd: het gebruik van kernwapens is levensgevaarlijk ook voor de gebruikers, maar het dreigen met gebruik of alleen al het bezit ervan kan een doel dienen: afschrikking van de tegenstander. Enkele tientallen jaren Koude Oorlog hebben volgens de meeste strategische denkers bewezen dat dit een realistische gevolgtrekking is.

Het is de moeite waard de gedachtegang van de Indiase deskundige verder te volgen. Tenslotte heeft India de logica van de Koude Oorlog tot de zijne gemaakt. Het land heeft zich tot nu toe verre gehouden van het NPV en heeft daarmee ruimte gemaakt voor de ontwikkeling van een eigen kernwapen. Dat Indiase kernwapen dient een klassiek doel: afschrikking van de tegenstander. Wie mag die tegenstander dan wel zijn? India heeft sinds zijn ontstaan als onafhankelijke moderne staat oorlog gevoerd met buurlanden China en Pakistan. Het zouden dus in de eerste plaats deze landen moeten zijn die zich aangesproken voelen door het Indiase kernwapenbezit. Inmiddels is ook Pakistan atoommogendheid.

Subrahmanyam werpt licht op nog een ander aspect. Waarom voltrok zich in de eerste twintig jaar van het bestaan van het NPV niet de voorziene snelle verspreiding van kernwapens? Dat was volgens deze deskundige niet toe te schrijven aan het verdrag zelf. De meeste geïndustrialiseerde landen – zij die technologisch in staat waren kernwapens te produceren – zochten en kregen bescherming onder de afschrikkingparaplu van de twee nucleaire supermogendheden, die atoomwapens opstelden op het grondgebied van andere landen, hun troepen oefenden in het gebruik ervan en hun op die manier de status verschaften van wat Subrahman-yam ‘crypto-atoomwapenmachten’ noemt. Gaat er in Den Haag een licht op?

Het is geen nieuws meer dat de machtsverhoudingen in de wereld aan het veranderen zijn. Ook deze Indiase deskundige wijst daarop: „nieuwe naties staan op het punt te verrijzen als economische machten van internationale betekenis.” Het zou onrealistisch zijn, meent hij, te verwachten dat een non-proliferatieregime dat wordt gedomineerd door de vijf atoommachten uit 1968, gesteund zal worden en aanvaardbaar zal zijn binnen de te verwachten nieuwe wereldorde. Het zou in het bijzonder problemen opwerpen wanneer vastgehouden wordt aan de rechtmatigheid van kernwapens en aan hun vaste plaats in veiligheidsdoctrines.

Zo zijn wij terug bij het voorstel van vier mannen die naam maakten met het ‘denken over het ondenkbare’: de nucleaire ondergang van de wereld. Het is de hoogste tijd om hun voorstel te verwezenlijken. Dan zou er pas echt reden voor een feestje zijn.

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.

Reageren kan op nrc..nl/sampiemon (Reacties worden openbaar na goedkeuring door de redactie).