Exhibitionistische schadeloosstellingen

Wie wil weten hoeveel een parlementariër verdient kan bellen of mailen naar de griffie van de Tweede Kamer, en ontvangt dan dit antwoord. „De kamerleden krijgen een onkostenvergoeding voor hun werk: de schadeloosstelling. De schadeloosstelling bedraagt: 6949,86 euro bruto per maand.”

Op zichzelf is het natuurlijk heel sjiek dat je geen loon, geen salaris, geen honorarium en zelfs geen wedde opstrijkt, maar een onkostenvergoeding, die in het jargon een schadeloosstelling heet. Voor welke schade, wil je als leek graag weten, zouden mensen als Hero Brinkman, Esmé Wiegman-Van Meppelen Scheppink, Arend Jan Boekestijn, Marianne Langkamp en Henk Jan Ormel (ik doe maar een greep), gecompenseerd moeten worden?

Met vakantietoeslag en eindejaarsregeling meegerekend een dikke ton op jaarbasis – niet kwaad. Zeker niet als je hoort dat vijftig van de honderdvijftig er nog bij klussen, liefst zwart, want als ze meer dan 12.000 euro extra hebben getoucheerd, moeten ze ‘t inleveren. Staatssecretaris Jack de Vries, met dat Colijn-kapsel, gaat de volksvertegenwoordiging daar zoals bekend in voor: die probeerde het meteen stiekem te regelen. Zelf overigens reken ik zulke bedragen altijd graag om in guldens. In Frankrijk kom je die hobby vaak tegen bij tachtig-plussers die liefst alles nog terugvertalen in oude francs, en op die manier de hele dag als het ware in astronomische getallen leven, of dromen.

Ik snij het thema overigens niet aan om te stoken tegen het Binnenhof, zoals Rita Verdonk op haar tournees doet (terwijl ze zelf behalve de maandelijkse zeven mille ook nog voortdurend ‘schenkingen’ uit de vastgoedsector tegemoet mag zien die ze niet bij de griffier hoeft aan te geven, want het zijn schenkingen), maar omdat ik las dat de fractie van de SP, gesteund door de collega’s van VVD, PVV en GroenLinks, een spoeddebat heeft aangevraagd over ‘topinkomens bij de publieke omroep’. Aanleiding was het nieuws dat Ton Verlind tot z’n vut in 2011 niks meer voor de KRO hoeft te doen, en toch onder de toonbank (onkostenvergoeding? schadeloosstelling?) 647.000 euro mag meenemen, en AVRO’s voormalige Karel van de Graaf kortgeleden een heilig kruis van 544.000 euro na kreeg.

Los van de vraag wie Ton Verlind ook weer was, en wat Karel van de Graaf precies heeft bijgedragen aan de glorie van de Nederlandse publieke omroep in het algemeen en die van de AVRO in ’t bijzonder – ik zou er voor tekenen. Maar als je de prijs van een willekeurig zeiljacht nagaat, weet wat je voor een fatsoenlijke duikvakantie in de Caraïben moet neertellen, beseft zonder welke accessoires je nooit in de wereld van Sex and the City zult worden toegelaten, en uitrekent hoeveel gouden handdrukken je verzameld moet hebben om enigszins in de buurt van een begaafde graaier als Rijkman Groenink te zijn gekomen – moet je toegeven dat het in feite om keutelbedragen gaat.

Niettemin willen dus ruim zestig leden van het Nederlandse parlement – onder wie zonder enige twijfel de vijftig zwartwerkers – elkaar straks bij de interruptiemicrofoon verdringen om het in een spoeddebat met Plasterk (en ook Bos, neem ik aan) Ton Verlind en Karel van de Graaf betaald te zetten. Hebben die kamerleden, nota bene gekozen door Nederlandse kiezers die tot de hoogst opgeleiden van Europa schijnen te behoren, niks beters te doen? Moeten ze de regering niet controleren? En geeft het dan pas de regering van haar werk te houden met zinloze debatten over omroepsalarissen waar de regering helemaal niks over heeft te vertellen?

Je vraagt je af hoeveel de gemeenschap op zo’n debatdag alleen al aan bezoldiging van 150 kamerleden kwijt is. Ik kom op een half miljoen. Dat is ongeveer wat ze Ton en Karel misgunnen.

Jan Blokker

Lees alle eerdere columns van Jan Blokker op nrcnext.nl/blokker

    • Jan Blokker