Eenlingen

Rintje Eenlingen Illustratie Sieb Posthuma Posthuma, Sieb

‘Wat ben je aan het doen?’ vraagt Rintje aan mama. Ze zit met een grote mand op schoot.

„Ik ben mijn sokken aan het sorteren”, zegt ze. „Soort bij soort. Ze lagen allemaal door elkaar. Ik moest elke keer zoeken voor ik een paar had dat bij elkaar paste.”

Na een tijd heeft mama allemaal mooie bolletjes gemaakt van de sokken die bij elkaar horen.

„Er blijven altijd een paar sokken over. Dat zijn de eenlingen”, zegt mama. „Daar past geen andere sok meer bij.”

„Wat gek”, zegt Rintje. „Waar zijn die andere dan gebleven?”

„Geen idee”, zegt mama. „Die verdwijnen zomaar. Ergens op de wereld moet een geheime plek zijn met allemaal sokken die eigenlijk bij een andere sok horen.”

„Wat doe je nu met die overgebleven sokken?” vraagt Rintje.

Mama denk even na, en dan pakt ze de naaidoos. Op drie overgebleven sokken naait ze wat kralen en lapjes stof. Dan steekt ze een poot in twee van de sokken.

„Raad maar”, zegt ze. „Wie zijn dit?”

Rintje ziet het meteen. „Henriette en Tobias!”

„En dit?” vraagt mama.

„Dit ben ik!” lacht Rintje.