Een vorm van hysterie

Toen ik laatst op station Schiphol moest overstappen van de ene trein op de andere, zag ik in de vertrekhal drie Russische soldaten in uniform met een automatisch wapen paraat. Het verbaasde mij dat zij op Nederlands grondgebied hun zware wapens mochten hanteren. Toen ik beter keek naar de dingetjes op hun schouders, zag ik dat ze helemaal geen Russen waren, maar Nederlandse marechaussees. We worden echt een serieus en volwassen land, dacht ik. We hebben op treinstations ook heus wel uzi’s. Ik ging paprikachips kopen bij de kiosk. Ze smaakten niet.

Veiligheid is net zoiets als anorexia: een vorm van hysterie. Je denkt dat je te dik bent en dunner worden helpt niet, want je raakt alleen maar des te meer geobsedeerd met je eigen overgewicht. Je wordt bevestigd in je grimmig zelfbeeld door lotgenoten die zich ook allemaal nog steeds te dik vinden. Dat bedacht ik allemaal. Toch smaakten de paprikachips niet.

De dag daarna ging ik naar een speciale zondagtraining van mijn aikidovereniging Shi Zen Ryu in Leiden. We deden tanto dori. Dat zijn oefeningen waarbij je je op een vreedzame manier verdedigt tegen aanvallen met een mes. Als je je verdedigt met lege handen, heb je je mes, zoals het hoort, opgeborgen achter je riem. Dat heet anders in het Japans, maar dat doet er nu even niet toe. Wat er wel toe doet, was dat iemand die mij aanviel tijdens mijn feilloze techniek mijn mes afpakte en mij neerstak voordat ik hem had geneutraliseerd. Gelukkig was het een oefenmes van hout. Maar ik begreep dat ik veiliger was geweest zonder mes.

De dag daarna vertelde mijn vriendin dat ze via het wereldwijde reizigersnetwerk CouchSurfing het verzoek had gekregen van een meisje uit Hongarije dat een maand in haar fotostudio wilde logeren terwijl we zelf op vakantie zullen zijn. „Natuurlijk”, had ze geantwoord. „Je bent welkom.” „Maar”, zei de Hongaarse, „maar hoe kun je dat doen? Je kent me niet eens. Ik ben zo dankbaar. Maar hoe weet je dat je me kunt vertrouwen?” Haar antwoord was: „Ik weet dat je goed zult zijn als ik jou vertrouw. Ik ben blij dat je zo blij bent.”

Ilja Leonard Pfeijffer