Een eenheid? Nee, absoluut niet

Zondag treedt de grondwet van het onafhankelijke Kosovo in werking.

Maar kan het land wel worden bestuurd?

De NAVO-macht KFOR blijft aanwezig in Kosovo om veiligheidstroepen te trainen. Foto AFP French KFOR soldiers maneuver near the Jarinje border crossing between Kosovo and Serbia, on June 8, 2008. Kosovo technically remains under United Nations administration, nine years after control of the province -- if not sovereignty -- was wrested from the then Yugoslavia by NATO air strikes. AFP PHOTO / ARMEND NIMANI AFP

Politiecommandant Elmina Mahmuti vond de problemen in haar regio rond Gjilan, ten zuidoosten van de Kosovaarse hoofdstad Priština, al groot genoeg. „Doorvoer van drugs, mensensmokkel, lokale teelt van marihuana. Op de scholen zijn dealers actief.” Maar, geeft ze met een zucht toe, sinds kort kampt ze met het grootste probleem uit haar loopbaan: muiterij binnen haar eigen korps.

Om de criminaliteit te bestrijden heeft Mahmuti op papier 690 agenten tot haar beschikking. In de praktijk zijn het er veel minder. Daags na de onafhankelijkheidsverklaring door de Kosovo-Albanezen, op 17 februari, lieten 121 Kosovo-Servische agenten weten niet langer onder haar te willen dienen. Mahmuti: „In hun ogen is de onafhankelijke status van Kosovo illegaal. Ze erkennen het gezag van deze onafhankelijke staat niet, laat staan dat ze dat gezag willen handhaven”.

Op beide schouders van Mahmuti – een imposante vrouw, gehuld in plooirok en een stijve stropdas voor – prijken drie sterren. Op stevige hakken paradeert ze door de gangen van haar hoofdkwartier, en als ze het woord neemt valt haar omgeving stil. „Ik ben in Kosovo de eerste en enige vrouwelijke kolonel”, zegt ze trots.

Sinds 2006 voert Mahmuti het commando over de Gjilan-afdeling van de ‘Kosovo Police Service’ (KPS), de politiemacht die werd opgezet door de Verenigde Naties die sinds het einde van de oorlog (1998-1999) Kosovo besturen. Van Kosovo een multi-etnische regio maken, was vanaf aanvang het motto van de VN-missie UNMIK.

Zo moest ook de politiemacht in Gjilan een afspiegeling worden van dat ideaal – een korps opgebouwd uit Albanezen en vertegenwoordigers van de minderheden van Serviërs, Turken en Bosnische moslims (bosnjak).

Mahmuti, zelf een bosnjak, klom in een paar jaar tijd op van agent in het veld naar kolonel in uniform. „Kosovo is een samenleving van macho’s, maar wij vrouwen zijn in opmars. We nemen onze verantwoordelijkheid, we hebben meer leiderscapaciteiten.”

Maar met al haar overtuigingskracht is het haar nog niet gelukt de 121 Servische werkweigeraars weer aan de slag te krijgen. Officieel staan ze te boek als geschorst, met doorbetaling van hun salaris. „Ik heb begrip voor hun positie”, zegt Mahmuti. „Ze staan onder grote druk vanuit Belgrado, waar politici de regie voeren over de boycot van de Kosovaarse onafhankelijkheid. De Servische agent die het aandurft om onder mijn gezag te blijven, riskeert sociale uitsluiting door zijn gemeenschap.”

Steeds scherper worden de contouren van een gespleten Kosovo waar ‘parallelle structuren’ bestaan. De Serviërs erkennen slechts het gezag van de VN, maar nu die zich mogelijk terugtrekken is voor hen de demissionaire regering in Belgrado het enige aanspreekpunt.

Tegelijk verheugen de Albanezen zich op de formalisering van hun onafhankelijkheid: het nieuwe volkslied, getiteld ‘Europa’, en de grondwet zijn klaar. In die grondwet staat dat de EU-missie EULEX vanaf zondag de enige bevoegde instantie is voor handhaving van de openbare orde en bestuur in Kosovo.

Maar juist over die uitgezette koers botsen nu de VN en de EU. Met nog maar 41 landen die de Kosovaarse onafhankelijkheid erkennen, en zeven van de 27 EU-lidstaten die Kosovo’s onafhankelijkheid níet erkennen, groeit bij de VN de twijfel: welke kans van slagen heeft EULEX zónder de aanwezigheid van de VN?

Op de gevels in de straten van Priština geven graffitispuiters het antwoord: door de zwarte letters ‘EU MIK LEX’ staat een felrood kruis.

„Voor de meeste mensen is dit een onbegrijpelijk schaakspel”, zegt de 26-jarige wiskundelerares Olivera Lukic uit Silovo, een Servische enclave net buiten districtshoofdstad Gjilan.

Een aantal van de Servische agenten die het KPS-korps van Mahmuti verlieten, komt uit Silovo. Sinds hun schorsing „doet Silovo het al maanden zonder politie”, zegt Lukic. „Het inzetten van Albanese agenten, ter vervanging, is zinloos, want we spreken elkaars taal niet.”

Zolang houden de kums, de peetvaders, een oogje in het zeil, zegt Lukic. „Dat werkt goed. De sociale controle hier is groot.”

Drie jaar geleden kwam ze uit de Servische stad Krusevac naar Silovo. „Ik kon hier meteen aan de slag en mijn salaris, 850 euro per maand, is twee keer zo hoog als dat van een gelijkwaardige collega in Servië.”

Zoals alle scholen in de Servische gebieden in Kosovo valt ook Lukic’ school onder het toezicht van het ministerie van Onderwijs in Belgrado. De hogere beloning van ambtenaren is een instrument van Belgrado om Serviërs aan te moedigen zich in Kosovo te vestigen.

Maar Lukic vreest dat het op langere termijn niet loont. „Ik onderwijs mijn leerlingen in de Servische taal waar ze later weinig aan hebben. Op de Kosovaarse arbeidsmarkt is Albanees de voertaal.” De meeste schoolverlaters verhuizen vroeg of laat nar Servië, vreest Lukic. „En zo sterven op den duur de Servische gemeenschappen in Kosovo vanzelf uit.”

Voor kolonel Elmina Mahmuti is de droom van een multi-etnisch Kosovo nog altijd springlevend. De KPS, die aanvankelijk door de VN werd aangestuurd, moet nu een onafhankelijke politiemacht worden. „Mijn korps is er klaar voor”, zegt Mahmuti. „En die Servische agenten komen wel weer terug, zodra in Belgrado een pro-Europese regering het roer overneemt. Dan komt er een einde aan de indoctrinatie.”

De KPS-commandant begon onlangs een campagne voor een bijzondere variant van positieve discriminatie. Serviërs die de snelheidslimiet overschrijden krijgen eerst een waarschuwing, terwijl Albanezen voor dezelfde overtreding meteen op de bon gaan.

Mahmuti: „Ik loop het risico dat dit bij Albanezen wrevel wekt. Maar het is een gebaar. Wij moeten de Serviërs tegemoet komen. Op hun beurt moeten de Serviërs de realiteit accepteren en mee gaan doen in het nieuwe Kosovo.”