Een afstreeplijstje om meppen te voorspellen

De zogenoemde SAVRY-test op risicofactoren zoals foute vrienden en alcoholgebruik voorspelt recidive bij jongeren.

Ook rechters hanteren de test bij bepaling van de strafmaat.

De SAVRY voorspelt ook geweld ín de inrichting. Foto Hollandse Hoogte Europe Nederland Netherlands Grave 12-5-2007. Open dag van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Tijdens deze dag is het voor het publiek mogelijk om een bezoek te brengen aan 64 justitiële inrichtingen door heel Nederland. Het doel van de open dag is om bezoekers een indruk te geven van het leven en werken achter de muren van een huis van bewaring, gevangenis, tbs-kliniek of justitiële jeugdinrichting. Isoleercel. Foto: Ger Loeffen/Hollandse Hoogte Hollandse Hoogte

Gewelddadige jongeren kun je niet eindeloos blijven opsluiten. Dat is duidelijk. Maar wanneer laat je ze vrij?

Henny Lodewijks, directeur behandeling bij justitiële jeugdinrichting Rentray, promoveerde vorige week aan de VU op een een methode om het risico op geweld bij jongeren in te schatten. De jongere wordt beoordeeld op risicofactoren zoals opgroeien in een achterstandsbuurt of gebrek aan empathie, en beschermende factoren zoals veerkracht. Zo is geweld veel beter te voorspellen dan met de ‘ongestructureerde’ inschatting van een expert.

De onderzochte methode heet SAVRY, structured assessment of violence risk in youth en wordt sinds anderhalf jaar in alle jeugdinrichtingen in Nederland gebruikt. Rechters gebruiken de uitslag van de test bij hun besluit over de strafmaat en bij de keuze om de straf te verlengen.

Lodewijks vergeleek 117 ‘risicotaxaties’ van experts met taxaties aan de hand van de nieuwe test. Op basis van de recidivecijfers na drie jaar bleken deze taxaties niet beter dan giswerk, zo oordeelde hij. De SAVRY daarentegen kon op basis van onderzoek naar 66 jongens in een Rentray-instelling ook geweld bínnen de inrichting tegen andere jongeren en personeel goed voorspellen.

Hoe meet je of een jongere weer geweld gaat plegen?

„Per jongere oordeelt een expert, op basis van het dossier of interviews, of hij of zij hoog, matig of laag scoort op 24 risicofactoren. Dat zijn factoren als omgang met criminele vrienden, negatieve gedachten en alcoholgebruik. De test meet ook zes beschermende factoren, zoals het goed doen op school, of een hechte band hebben met één van de ouders. Die verminderen het risico op geweld in de toekomst.”

U onderzocht of de test ook in Nederland goed voorspelt. Waarom zou dat niet zo zijn?

„De methode is ontwikkeld in de VS en in Canada. In de VS zijn jongeren over het algemeen gewelddadiger. Ze zitten vaker in gangs en hebben makkelijker toegang tot wapens. Maar het blijkt dat de methode hier net zo goed werkt als daar. Alleen de historische risicofactoren, zoals criminele ouders of eerder gepleegd geweld, voorspellen in de VS beter dan hier. In Nederland zeggen deze factoren niks over de toekomst. Ik heb eigenlijk geen idee waarom dat zo is.”

Meisjes worden met de methode te gewelddadig ingeschat, blijkt uit uw onderzoek. Waarom?

„Dat moeten we nog verder uitzoeken. Een mogelijke verklaring voor de vertekening is dat meisjes vaker geweld op bekenden plegen en jongens vaker op onbekenden. Geweld bij bekenden wordt minder vaak aangegeven bij de politie.”

U gebruikt de methode zelf nog wel voor meisjes.

„Het is het beste dat we momenteel hebben. Tien jaar geleden, toen ik begon met dit werk, kon een oordeel van een psychiater uit Groningen enorm verschillen van dat van iemand uit Maastricht. En het had nauwelijks voorspellende waarde. De SAVRY heeft dat wel en is minder gevoelig voor wie het oordeel opstelt.

U heeft de test vertaald naar het Nederlands en u gebruikt hem in uw eigen instelling. U had er belang bij dat hij goed geweld zou voorspellen.

„Dat zie ik niet zo. Als we het risico niet goed inschatten en de jongere pleegt weer een misdaad, dan krijgen wij dat terug. Dan staat Nederland op z’n kop. Tegelijkertijd moeten we wel een zeker risico nemen. Je kunt een jongere niet zo lang binnenhouden dat hij wereldvreemd wordt. Als je iemand van z’n 15de tot z’n 21ste opsluit, mist hij een belangrijke tijd om te oefenen in de maatschappij.”