De zetel van de ziel

Wekelijkse speurtocht naar de grenzen van de slechte smaak.

Den Haag:22.2.7 Minister Rouvoet. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Het Nederlands Dagblad (‘Christelijk betrokken’) verheugde ons met mooi nieuws op zielsgebied. In Jeruzalem heeft de orthodox-joodse rabbi, neuroloog en medisch-ethicus Avraham Steinberg over stamcelonderzoek en embryoselectie gezegd: ‘Het mag van de rabbi!’ Embryo’s die niet in de moeder zijn teruggeplaatst hebben volgens de joodse wet geen ziel. Volgens Steinberg zijn de meeste rabbijnen het erover eens dat een embryo pas veertig dagen na innesteling in de baarmoeder een ziel krijgt. Duidelijk. Een embryo krijgt dus op dag 40 van zijn insluiting een ziel uitgereikt.

Maar waar moet de ziel zitten, wat is de zetel van de ziel? Deze vraag zou ik nooit gesteld hebben, als ik hem niet eerder in een boek had aangetroffen. Dat is het mooie van lezen. Het leert je goede vragen te stellen. Het boek waarin ik de zielszetelvraag vond heet Herinneringen aan het buitengewone in leven, werken en ontdekkingen van Martinus Scriblerus (1743), een groepsproject van Jonathan Swift, Alexander Pope en drie andere belezen koffiedrinkers.

Martinus Scriblerus is een wat al te theoretisch ingestelde jongeman, die het ongeluk heeft verliefd te worden op de helft van een Siamese tweeling. Hij trouwt met deze helft. De andere helft treedt in het huwelijk met de Zwarte Prins van Monomotapa. Hoe nu deze twee huwelijken te consumeren? Want is deze ‘dubbele geliefde’ wel helemaal dubbel? Helaas, afgezien van hersens (2) en armen (4) is er maar één geslacht. Oei. Wie heeft nu de beste intreepapieren, bestaat er misschien recht van overpad? Of is een van beide heren soms met de ziel van de hele combi getrouwd? De hamvraag: waar zit die ziel dan?

De Herinneringen van Martinus Scriblerus geven uiteraard geen uitsluitsel. Scriblerus overweegt dus of de ziel bij iedereen op een andere plek kan zitten:

Bij epicureeërs aan de ingang van de maag, bij filosofen in de hersenen, bij soldaten in het hart. Vrouwen droegen de ziel op de tong, violisten in hun vingers en koorddansers in hun tenen. En bij calvinisten zit-ie op de punt van hun geslacht.

Of schuilt de ziel wellicht in het achterste van de mens? Tja. Je gaat toch niet op je eigen ziel zitten? Op deze manier komen we natuurlijk niet verder. Maar dat was Swift en Pope’s bedoeling niet. Descartes had de kwestie eerder ernstig aangepakt. Hij plaatste de ziel in de glandula pinealis (pijnappelklier). Swift en Pope laten Scriblerus derhalve de pijnappelklier onderzoeken.

Hij ontleedde verscheidene lijken om de uiteenlopende vormen van deze klier te bestuderen. Martinus veronderstelde dat de pijnappelklier bij dwarse en rusteloze geesten scherp en puntig zou zijn, de ziel hierdoor geen ruimte gevend om uit te rusten. Bij kalme naturen zou dit orgaan plat, glad en zacht zijn, als een warm kussen voor de ziel.

Waar brengt ons dit? Bij de mannenbroeders der Christenunie, die zo opgewonden raakten door een brief van Jet Bussemaker. Niks veertig dagen om dingen te doen met een embryo, zoals de rabbi het wil. Deze mannenbroeders menen dat God de ziel meteen achter het zaad aanstuurt.

Waar zou volgens diezelfde mannenbroeders de ziel eigenlijk zitten? Ik was niet van plan mijn stokpaardje weer van stal te halen, de homo hypererectus. Hij is hier geheel op eigen initiatief binnen gedraafd, fallisch en wel. Daar staat hij, opgericht, Gods glans verheven. Beledigd, glimmend van zijn gelijk, stokstijf, aan zichzelf meer dan genoeg. De homo hypererectus pulseert, als echte soulbrother.

Nu zou Scriblerus misschien concluderen dat Rouvoet en de zijnen de ziel in de eikeltop is gezeten, tja. Daar is het Martinus voor.

Maar stel dat hij zou het lijk van een mannenbroeder van de Christenunie mogen ontleden, wat voor pijnappelklier zou Martinus aantreffen? Plat, glad en zacht, als een warm kussen voor de ziel? Eerder scherp en puntig, denk ik. Dus? Nou… Eh…

Dit stuk zou ik nooit geschreven hebben, als ik Herinneringen aan Martinus Scriblerus niet gelezen had. Dat is het gevaarlijke van boeken. Je gaat die mannenbroeders van de Christenunie bijna aanzien voor een homo hypererectus-genootschap. En dat was niet afgesproken in het christelijk betrokken regeerakkoord.